Ik ben geen moeder in de echte zin van het woord, maar ik besef hoe geweldig het moet zijn als ouder je kind te zien opgroeien en evolueren. Het zijn niet mijn kinderen (hoewel ik ze vaak zo noem), maar in de loop der jaren dat ik ze kende, ben ik van ze gaan houden en ze gaan beschouwen als familie.
Victor is een jongen die ik al ken van m’n eerste reis naar Honduras. Ik sprak amper Spaans en kon slechts minimaal communiceren, maar ik raakte meteen erg gehecht aan dit jongetje. Hij was toen elf jaar. De volgende jaren begon ik te beseffen hoe ongemanierd hij wel was. Soms kon hij je echt terroriseren.
Ik vernam dat hij gruwelijke dingen had meegemaakt toen hij op straat leefde. Ik bleef mezelf dit inprenten telkens hij vuil water over me loosde of een groot bijtend insect in m’n gezicht gooide. Hij luisterde zelden naar wat ik zei en dreigen met afnemen van lekkers of voorrechten had geen enkel effect op dit kind. Soms kon hij wel ongelooflijk lief zijn, maar die momenten waren schaars gezaaid. Hij plaagde en vocht met bijna alle kinderen in het centrum en leek bijzonder getormenteerd. Een paar keer heb ik hem zien instorten. Dan liep hij weg en wilde hij niemand in z’n buurt. Niemand mocht zien dat hij zat te snikken.
Je kunt je niet voorstellen wat een psychologische impact verwaarlozing op een kind heeft: je wordt op straat achtergelaten op je achtste of negende en je weet dat niemand met je inzit of erom geeft waar je bent of dat je het goed maakt. Deze kinderen worden tijdens hun leven op straat ook als een stuk vuil behandeld, beschimpt en uitgelachen, misbruikt. Een onschuldige, jeugdige ziel zou zulke vreselijke dingen niet mogen meemaken.
Vorig jaar ging Victor erg goed vooruit. Hij barstte nog heel vaak uit en kon zich soms vreselijk gedragen, maar over het algemeen maakte hij het al veel beter. Op deze terugreis stond ik echter versteld van deze nieuwe, zelfverzekerde jongen. Hij deed het goed op school en leerde veel bij van de workshops in het centrum. Hij was heel blij en wilde me meteen op sleeptouw nemen om te tonen waar hij allemaal mee bezig is.
Ik kreeg een gedetailleerde beschrijving van alle gereedschap dat gebruikt wordt tijdens zo’n workshop en kreeg daarop elk werkje te zien dat hij gemaakt had. Z’n enorme glimlach leek op z’n gezicht gebrand. Hij was zo gelukkig en fier en leek een volledig andere jongen tegenover het kind dat ik vijf jaar geleden leerde kennen. Vroeger was ik bang dat hij zou weglopen en gewoon weer op straat zou belanden voor de rest van z’n leven. Nu twijfel ik er geen moment aan dat hij zal blijven evolueren en op een dag aan het werk zal zijn en vooruitgaan in het leven. Ik ben er trots op deel uit te maken van deze stichting, die een directe invloed heeft op deze kinderen, op zo’n prachtige manier.
Mijn recentste project was een sponsorprogramma op te zetten voor de kinderen van Proniño. De stichting heeft het momenteel moeilijk en er zijn fondsen nodig, dus de beslissing was gevallen sponsors te gaan zoeken. M’n recentste reis naar Honduras was bedoeld om foto’s te nemen van en informatie te vergaren over een aantal jongens. Ik kon me moeilijk concentreren op het werk omdat ik ze dolgraag wilde terugzien en tijd met ze wilde doorbrengen. Toch heb ik mini-interviews van 26 kinderen afgenomen en foto’s van ze genomen.
Tijdens deze korte video-interviews kwam ik tot een vaststelling die me schokte. Ik was net samen gaan zitten met een heel lieve jongen om aan zijn filmpje te beginnen. Hij is 15 en een gelukkig en zelfverzekerd kind. Ik ken hem nog niet zo lang, hij is vrij nieuw in de stichting. Ik begon met het interview. Eerst vraag ik altijd aan het kind om z’n volledige naam te zeggen. Ik stelde de vraag en hij antwoordde met een naam die niet de zijne was. Ik lachte en zei hem dat ik echt wel z’n echte naam nodig had. Hij bleef er ernstig bij en legde me uit dat z’n huidige roepnaam niet de naam is die hij bij z’n geboorte gekregen had. Hij was als kind achtergelaten en naar een weeshuis gebracht, waar ze hem een andere naam gegeven hadden, omdat ze z’n echte niet kenden. Jaren later hadden ze z’n geboorteakte te pakken gekregen en wisten ze z’n echte naam. Ik zei dat ik het nu begreep en ging verder met het interview.
Later voelde ik me vreselijk. Het lijkt wel alsof ik soms vergeet waar ik het echt voor doe. Ik ken de kinderen en ik hou van ze, maar ik vergeet soms het lijden dat ze doorgemaakt hebben. Ik leer ze kennen wanneer ze in het centrum aankomen, in alle veiligheid en comfort. Maar ik vergeet. Ik vergeet wat ze meegemaakt hebben, de vreselijke dingen die gebeurd zijn in hun leven en hoe belangrijk deze plaats voor ze is. Het is zo belangrijk dat ze dit leven krijgen, deze kans om vooruit te gaan en niet verwaarloosd en aan hun lot overgelaten te worden op straat.
Elk kind heeft een uniek en vaak gruwelijk verhaal. Deze jongen had de gebruikelijke gebeurtenissen op straat niet meegemaakt – drugsverslaving, seksueel misbruik, zoals de meeste jongens in het centrum – maar hij had een eigen horrorverhaal. Hij was gewoon in de steek gelaten en werd van opvangcentrum naar opvangcentrum doorgeschoven. Veel kinderen kennen hun verjaardag niet en dat heb ik altijd al erg triest gevonden, als bijkomende verwaarlozing door de ouders, maar dit kind had niet eens z’n naam meegekregen.
Deze stichting is geen thuis voor kinderen met een gelukkig, gezond gezin en een huis. Het is een thuis voor de vergeten kinderen die niemand wil of naar wie niemand omkijkt, de kinderen die anders niets zouden hebben, ook geen toekomst. De eenvoudige vraag naar de naam van deze jongen heeft m’n toewijding aan het belang van deze stichting alleen maar doen groeien. En nu hoop ik dat ik nooit meer zal vergeten.