Alle posts voor augustus 2006

Eén muur, twee werelden

21 augustus 2006, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20060501In het vorige deel is Ramiro uit het opvangcentrum vertrokken en vertelt Kike over de moord op zijn vader, waar hij getuige van was.

Met Kike’s verleden in gedachten is het niet nodig om dat van Ramiro te kennen. Elk kind heeft zijn eigen, unieke verhaal en elk extra jaar op straat is een lijdensweg naar de afgrond, met als eindstation een vroege, verschrikkelijke dood. De meeste kinderen proberen hun verleden te vergeten, net als Kike. Ramiro kon dat niet langer. Te veel lijken, te weinig hoop om ze onder te begraven.

Nu staat Ramiro voor een hek. Aan de andere kant, de veilige kant, staat Christi. Een jaar nadat ze vrijwilligerswerk had gedaan is ze teruggekomen met een kleine groep Nederlanders die graag het project wilden bezoeken. Christi organiseert reizen over heel de wereld voor bedrijven die een bijzonder uitje zoeken en nu gebruikt ze voor twee weken haar kennis om zonder verdiensten haar ervaring met anderen te delen.

Die avond zijn we een hapje aan het eten in een buitenrestaurant dat omheind wordt door een groot hek, zodat bedelaars en hongerige kinderen de gasten niet uit hun illusie van rijkdom kunnen opschrikken met hun priemende blikken en vieze, opgehouden handjes. Net als op meer beruchte plekken in de wereld is ook hier een afscheiding gebouwd omdat de verschillen tussen groepen die hetzelfde land delen schrijnender zijn dan de gemeenschap kan verdragen.

Maar een hek is nog geen muur en door de afrastering heen kruisten Ramiro’s vragende ogen die van Christi. Tellen lang blijven hun blikken in elkaar verankerd, terwijl Christi naar het hek gezogen wordt, gedragen door een herinnering die niet langer strookt met de waarheid van vandaag. De bloeiende tiener van vorig jaar bestaat enkel nog in haar verbeelding, de twinkelende ogen van weleer zijn nu doffe, bedroefde kijkers geworden, alsof iemand het licht al heeft uitgedaan terwijl de schemer pas net is ingevallen.

20060503Christi begrijpt het niet, of misschien juist al te goed; terwijl hun lichamen gescheiden worden door een simpel hekwerk, spelen hun levens zich af op verschillende planeten. Ramiro zal nooit meer deel uitmaken van Christi’s wereld, hij zal nooit meer opklimmen uit het ravijn waar de wreedheid van zijn leven hem in heeft gestort.

De restaurantbaas vertelt ons dat de jongen onlangs zijn kokkin met een mes heeft overvallen. Op klaarlichte dag, zijn ogen verdwaasd van de drugs, zijn handen trillend van de honger, of angst. De buit, tachtig cent, was precies genoeg voor een nieuwe portie lijm, voor een nieuw stapje in de richting van een jonge, gewelddadige dood. Ramiro mag het hek niet binnen. De baas verontschuldigt zich, maar wat valt hem kwalijk te nemen?

Christi snelt terug naar onze tafel om alle gasten te bewegen hun kliekjes af te staan. Gebakken banaan, hompjes vlees, restjes wortelsalade en zelfs een bodempje limonade. Het lijkt een schat aan voedingswaren en ze voelt zich de koning te rijk, tot ze Ramiro, door het hek heen, opnieuw in de ogen staart. Pas dan dringt het besef zich op. Meedogenloos, fel, onontkoombaar. Wat heeft een puber in de groei aan een hapje fruit, een afgekloven stukje kotelet, een laagje lauw fris, als hij geen ouders heeft? Geen huis, geen bed, geen leven?

Om haar vinger draagt Christi een ring van kleine plastic kraaltjes. Net zo eentje als Ramiro afgelopen zomer voor haar gemaakt had. Om te bedanken voor alle aandacht en vooral ook voor dat stoere petje. Maar het is niet dezelfde ring. Deze is gemaakt door een ander jongetje, een nieuw, kleiner jongetje, op wie de toekomst ongeduldig ligt te wachten. Ramiro’s ogen lichten op, heel even, als hij het ringetje ziet. Hij raakt het aan en als in een sprookje staat voor een ogenblik de tijd stil en wordt hun wereld één. Dan verdringt de waarheid opnieuw de droom. Ramiro draait zich om. Hij slentert terug naar zijn eigen wereldje, naar zijn graf, en Christi blijft achter bij het hek, alleen met haar verdriet.

Kike’s blik ontmoet vluchtig de mijne, hij is verlegen van alle aandacht. Vandaag is een bijzondere dag. Hij krijgt op zijn voet aangepaste schoenen, betaald door de Amerikaanse chirurge, die toch iets voor hem wilde doen. Nooit eerder kreeg hij een cadeau en zijn hoofd tolt van alle vraagtekens.

“Is het wel zeker dat ik ze krijg, misschien is de schoenmaker het vergeten! Wat doen we dan, als hij het vergeten is?”

“Kike, de schoenmaker is het niet vergeten. Je bent hartstikke belangrijk dus hij denkt er heus wel aan!”

Belangrijk? Hij? Het kind heeft geen idee waarom maar hij wil het zo graag geloven dat hij glundert.

“En denk je dat ik nu mee mag voetballen, met de anderen? Of moet ik blijven tekenen? Eigenlijk vind ik tekenen stom, wist je dat?”

Daar komt de schoenmaker. Speciaal voor de gelegenheid hebben we op de markt sokken gekocht. Nep van Nike voor een euro, dat kan gewoon in Honduras. Dan wordt het Kike te veel, hij begint te huilen. Van de aandacht, de zenuwen, de hoop vooral. Het verbaast me. Met droge ogen vertelde hij hoe zijn vader vermoord werd waar hij naast stond, mechanisch deed hij uit de doeken hoe een vrouw hem gehandicapt sloeg met een steen op zijn hoofd. Om nieuwe schoenen durft hij nog te huilen, voor even echt kind te zijn.

20060502De eerste stappen zijn weifelend, als van een man op de maan. Dan merkt hij dat hij niet voorover valt, niet struikelt, zelfs niet als hij sneller loopt. Al gauw springt hij in het rond en de lach op zijn gezicht doet me denken aan het verdriet van Christi bij het hek, weken eerder. Christi kon even niet meer zien dat er meer geluk is dan verdriet, meer liefde dan angst en veel meer succes dan falen. Voor elk kind dat afvalt zijn er vier die blijven.

Ramiro heef het niet gered. Hij steelt, hij snuift, hij verhongert. Ik wens oprecht dat hij snel en pijnloos mag sterven. Is dat hard? Er is geen keus. Proniño heeft alles gedaan om Ramiro te helpen. Ramiro is kapotgemaakt nog voor hij de kans kreeg om op te groeien, en de vernietiging was wreder dan alle liefde en aandacht van Proniño heel kon maken. In een land waar voor menigeen kinderen minder waard zijn dan het lood waarmee ze worden omgelegd, is het onmogelijk om elk kind de toekomst te bieden die het verdient.

Maar Kike maakt een goede kans. En Pedro, Juan, Jorge, al die anderen. Er is onlangs een slaapzaal gebouwd voor meisjes. Zodra er genoeg geld is voor begeleiders, kleren, eten en school, kunnen we ook Rosalia, Agneta, Nelly en hun vriendinnetjes gaan opvangen.

Er is veel meer licht dan donkerte, veel meer toekomst dan verleden.

Vrolijk haalt een opgewonden kinderstem me uit mijn overpeinzingen.

“Bas, Bas, kom jij maar na in de auto, ik ren alvast vooruit! Kijken of je me in kunt halen!”

Kike snelt er vandoor, op weg naar zijn toekomst. Loopt u mee?

Geef een kind een kans, schenk de wereld balans!

Gespleten Gezicht

3 augustus 2006, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20060402Het is een mooie vrouw. Ze is een jonge veertiger met de looks van een dertiger en de lacherige lichtheid van een twintiger. Ze kan bogen op de ervaring van een vijftiger en heeft meer landen bezocht dan een ander in twee levens. Christi, uit Amersfoort. Ze huilt en de tranen maken haar nog mooier.

Vlak voor ze in 2004 haar eigen bedrijf begon, vloog ze naar Honduras om daar vrijwilligerswerk te doen. Zes weken lang stond Christi in een centrum voor ondervoede zuigelingen tussen de poepluiers, waste ze elke morgen 26 paar babybillen schoon, en kwam ze terwijl haar kotertjes hun middagdutje sliepen regelmatig op bezoek bij de jongens van Proniño, het project dat Homeless Child in Honduras steunt.

Hij was haar lieveling. Ramiro, al een hele kanjer van veertien die we onderling de “college kid” noemden. Ramiro hield van coole kleren en als er een nieuwe lading hulpgoederen binnenkwam was hij er altijd als de kippen bij om de eerste keus te kunnen maken. Dat zijn buit slechts weken daarvoor nonchalant door een Amerikaanse of Nederlandse tiener als afdankertje in een container was geworpen, deed voor hem niets af aan de nieuwheid. Een kwartiertje schrobben op het stenen wasbord en het oude zweet was weggewreven.

Maar Ramiro heeft het niet gered. Ramiro werd zelf een afdankertje. Zijn verleden was donkerder dan de toekomst ooit weer licht kon maken. Kort na zijn vijftiende verjaardag is hij hem gesmeerd, met twee lagen lievelingskleren om het lijf; de bovenste om te verkopen, de onderste om warm te blijven in de koelte van de nacht. Die onderste werd na twee dagen ingeruild voor een geragd vod en een verlossende portie drugs.

20060401De liefde van de leraren, de knuffels van Christi, de aandacht van de groep, het was mooi maar het was niet genoeg. Op zijn zevende belandde Ramiro op straat en we vonden hem pas vijf laar later. Wat er in die vijf jaar gebeurd is weet niemand en zo is het goed.

Kike. Zijn voet staat scheef en we profiteren van het bezoek van een orthopedische chirurge uit Amerika om er naar te laten kijken. Op weg naar de kliniek vraag ik of hij met die scheve voet geboren is.

“Nee, dat heeft een vrouw gedaan, met een steen”.

“Een vrouw? Met een steen? Hoe dat zo?” Ik ben verbaasd en vermoed dat ik het verkeerd verstaan heb.

“Ik lag te slapen in een portiek. Toen maakte die vrouw me wakker, ’s ochtends heel vroeg, en ze joeg me weg. Eenmaal aan de andere kant van de straat zei ik iets gemeens, ik was kwaad.”

Hij neemt een slok aanmaaklimonade voor hij verder praat. Als ik met een kind naar de dokter ga, trakteer ik vaak op iets lekkers. De zogenaamde ziekenbonus.

“En toen pakte die vrouw een steen, een hele grote, en die gooide ze recht op mijn hoofd, hier.” Hij wijst naar een haakvormig, slecht genezen litteken boven zijn linker wenkbrauw. “Daarna viel ik flauw en toen ik wakker werd was mijn voet scheef. En mijn gezicht zat vol met bloed. Heel vies.”

“Bas, denk je dat het de straf was van God? Omdat ik die mevrouw had uitgescholden?”

De vraag is onschuldig, er kleeft geen oordeel aan. Op zijn front parelen beginnende zweetdrupjes die om ruimte vechten met het stof dat opwaait van de zandweg. Uit zijn grote kinderogen straalt verwachting, alsof ik het oordeel nu ga vellen.

“Nee lieverd, ik denk het niet. Ik denk dat jij een mooie rechte voet verdient. We gaan de dokter vragen of ze dat kan regelen.”

Maar ook de dokter staat machteloos. De steen des oordeels, die drie jaar eerder was geworpen, heeft een hersenbeschadiging veroorzaakt waardoor de spier van Kike’s voet voor altijd gespannen staat. Een operatie in de Verenigde Staten zou soelaas bieden, maar daarvoor is geen geld. En geen visum. Kike reageert gelaten. Hij strompelt al drie jaar zo door het leven en weet niet beter. Hij heeft zelfs een foefje om toch te kunnen rennen; althans, een beetje. En als het voetbaluurtje is dan mag hij tekenen, da’s ook best leuk.

Als we terugrijden vraag ik naar zijn vader.

“Op een dag kwam er een man en die had ruzie met papa. Toen gingen ze vechten maar die andere man had een grote bijl dus die won.”

“Ah, dreigde hij met die bijl dan?”

“Nee, hij hield hem heel hoog boven zijn hoofd en daarna liet hij hem keihard neer op papa’s gezicht”. Kike gebruikt zijn handen om het met zijn eigen gezicht voor te doen. Op zijn wijsvinger kleeft een restje oranje aanmaaklimonade, dat een spoortje trekt van de nagelriem tot de palm van zijn hand. Het kleurt prachtig bij de kaneeltint van zijn huid.

“Zo Bas, met de scherpe kant van de bijl recht op papa’s voorhoofd. En op zijn neus.” Zijn handen zetten het verhaal opnieuw kracht bij, alsof dat nodig is. “En toen was zijn hele gezicht in tweeën gespleten en was hij dood. En hij had geen neus meer.”

“Jeetje.” Meer weet ik niet te mompelen.

“Daarna is die andere man weggerend, maar hij had de bijl laten liggen. Die zat vol met bloed en er hingen stukjes van papa’s neus aan, dat was echt goor joh. Nou, en ik stond er naast toen het gebeurde maar ik kon niks doen hoor. Toen was ik nog klein, ik kon papa niet verdedigen.”

Kike is elf. Hij was acht toen het gebeurde.

“Dus nu ben ik het maar gewoon vergeten, dat is het best, denk je ook niet?”

“Ja kerel, dat is het best, vergeet het maar lekker. En als je er later ooit over wil praten, dan komt het wel.”

Ik moet de auto uit, meteen. De kleine ruimte die ik met Kike deel wordt te benauwd; hij leunt tegen me aan maar ik kan hem niet de liefde geven die hij zoekt, zijn vader komt nooit meer terug. We gaan pizza eten, een extra bonus. Ik krijg geen hap door mijn keel, maar Kike heeft schijnbaar nergens last van. Die speelt op de glijbaan van de pizzatent, met zijn scheve voet. Zou hij het gespleten gezicht echt vergeten zijn? Ik vrees het niet.

Geef een kind een kans, schenk de wereld balans!