In het vorige deel is Ramiro uit het opvangcentrum vertrokken en vertelt Kike over de moord op zijn vader, waar hij getuige van was.
Met Kike’s verleden in gedachten is het niet nodig om dat van Ramiro te kennen. Elk kind heeft zijn eigen, unieke verhaal en elk extra jaar op straat is een lijdensweg naar de afgrond, met als eindstation een vroege, verschrikkelijke dood. De meeste kinderen proberen hun verleden te vergeten, net als Kike. Ramiro kon dat niet langer. Te veel lijken, te weinig hoop om ze onder te begraven.
Nu staat Ramiro voor een hek. Aan de andere kant, de veilige kant, staat Christi. Een jaar nadat ze vrijwilligerswerk had gedaan is ze teruggekomen met een kleine groep Nederlanders die graag het project wilden bezoeken. Christi organiseert reizen over heel de wereld voor bedrijven die een bijzonder uitje zoeken en nu gebruikt ze voor twee weken haar kennis om zonder verdiensten haar ervaring met anderen te delen.
Die avond zijn we een hapje aan het eten in een buitenrestaurant dat omheind wordt door een groot hek, zodat bedelaars en hongerige kinderen de gasten niet uit hun illusie van rijkdom kunnen opschrikken met hun priemende blikken en vieze, opgehouden handjes. Net als op meer beruchte plekken in de wereld is ook hier een afscheiding gebouwd omdat de verschillen tussen groepen die hetzelfde land delen schrijnender zijn dan de gemeenschap kan verdragen.
Maar een hek is nog geen muur en door de afrastering heen kruisten Ramiro’s vragende ogen die van Christi. Tellen lang blijven hun blikken in elkaar verankerd, terwijl Christi naar het hek gezogen wordt, gedragen door een herinnering die niet langer strookt met de waarheid van vandaag. De bloeiende tiener van vorig jaar bestaat enkel nog in haar verbeelding, de twinkelende ogen van weleer zijn nu doffe, bedroefde kijkers geworden, alsof iemand het licht al heeft uitgedaan terwijl de schemer pas net is ingevallen.
Christi begrijpt het niet, of misschien juist al te goed; terwijl hun lichamen gescheiden worden door een simpel hekwerk, spelen hun levens zich af op verschillende planeten. Ramiro zal nooit meer deel uitmaken van Christi’s wereld, hij zal nooit meer opklimmen uit het ravijn waar de wreedheid van zijn leven hem in heeft gestort.
De restaurantbaas vertelt ons dat de jongen onlangs zijn kokkin met een mes heeft overvallen. Op klaarlichte dag, zijn ogen verdwaasd van de drugs, zijn handen trillend van de honger, of angst. De buit, tachtig cent, was precies genoeg voor een nieuwe portie lijm, voor een nieuw stapje in de richting van een jonge, gewelddadige dood. Ramiro mag het hek niet binnen. De baas verontschuldigt zich, maar wat valt hem kwalijk te nemen?
Christi snelt terug naar onze tafel om alle gasten te bewegen hun kliekjes af te staan. Gebakken banaan, hompjes vlees, restjes wortelsalade en zelfs een bodempje limonade. Het lijkt een schat aan voedingswaren en ze voelt zich de koning te rijk, tot ze Ramiro, door het hek heen, opnieuw in de ogen staart. Pas dan dringt het besef zich op. Meedogenloos, fel, onontkoombaar. Wat heeft een puber in de groei aan een hapje fruit, een afgekloven stukje kotelet, een laagje lauw fris, als hij geen ouders heeft? Geen huis, geen bed, geen leven?
Om haar vinger draagt Christi een ring van kleine plastic kraaltjes. Net zo eentje als Ramiro afgelopen zomer voor haar gemaakt had. Om te bedanken voor alle aandacht en vooral ook voor dat stoere petje. Maar het is niet dezelfde ring. Deze is gemaakt door een ander jongetje, een nieuw, kleiner jongetje, op wie de toekomst ongeduldig ligt te wachten. Ramiro’s ogen lichten op, heel even, als hij het ringetje ziet. Hij raakt het aan en als in een sprookje staat voor een ogenblik de tijd stil en wordt hun wereld één. Dan verdringt de waarheid opnieuw de droom. Ramiro draait zich om. Hij slentert terug naar zijn eigen wereldje, naar zijn graf, en Christi blijft achter bij het hek, alleen met haar verdriet.
Kike’s blik ontmoet vluchtig de mijne, hij is verlegen van alle aandacht. Vandaag is een bijzondere dag. Hij krijgt op zijn voet aangepaste schoenen, betaald door de Amerikaanse chirurge, die toch iets voor hem wilde doen. Nooit eerder kreeg hij een cadeau en zijn hoofd tolt van alle vraagtekens.
“Is het wel zeker dat ik ze krijg, misschien is de schoenmaker het vergeten! Wat doen we dan, als hij het vergeten is?”
“Kike, de schoenmaker is het niet vergeten. Je bent hartstikke belangrijk dus hij denkt er heus wel aan!”
Belangrijk? Hij? Het kind heeft geen idee waarom maar hij wil het zo graag geloven dat hij glundert.
“En denk je dat ik nu mee mag voetballen, met de anderen? Of moet ik blijven tekenen? Eigenlijk vind ik tekenen stom, wist je dat?”
Daar komt de schoenmaker. Speciaal voor de gelegenheid hebben we op de markt sokken gekocht. Nep van Nike voor een euro, dat kan gewoon in Honduras. Dan wordt het Kike te veel, hij begint te huilen. Van de aandacht, de zenuwen, de hoop vooral. Het verbaast me. Met droge ogen vertelde hij hoe zijn vader vermoord werd waar hij naast stond, mechanisch deed hij uit de doeken hoe een vrouw hem gehandicapt sloeg met een steen op zijn hoofd. Om nieuwe schoenen durft hij nog te huilen, voor even echt kind te zijn.
De eerste stappen zijn weifelend, als van een man op de maan. Dan merkt hij dat hij niet voorover valt, niet struikelt, zelfs niet als hij sneller loopt. Al gauw springt hij in het rond en de lach op zijn gezicht doet me denken aan het verdriet van Christi bij het hek, weken eerder. Christi kon even niet meer zien dat er meer geluk is dan verdriet, meer liefde dan angst en veel meer succes dan falen. Voor elk kind dat afvalt zijn er vier die blijven.
Ramiro heef het niet gered. Hij steelt, hij snuift, hij verhongert. Ik wens oprecht dat hij snel en pijnloos mag sterven. Is dat hard? Er is geen keus. Proniño heeft alles gedaan om Ramiro te helpen. Ramiro is kapotgemaakt nog voor hij de kans kreeg om op te groeien, en de vernietiging was wreder dan alle liefde en aandacht van Proniño heel kon maken. In een land waar voor menigeen kinderen minder waard zijn dan het lood waarmee ze worden omgelegd, is het onmogelijk om elk kind de toekomst te bieden die het verdient.
Maar Kike maakt een goede kans. En Pedro, Juan, Jorge, al die anderen. Er is onlangs een slaapzaal gebouwd voor meisjes. Zodra er genoeg geld is voor begeleiders, kleren, eten en school, kunnen we ook Rosalia, Agneta, Nelly en hun vriendinnetjes gaan opvangen.
Er is veel meer licht dan donkerte, veel meer toekomst dan verleden.
Vrolijk haalt een opgewonden kinderstem me uit mijn overpeinzingen.
“Bas, Bas, kom jij maar na in de auto, ik ren alvast vooruit! Kijken of je me in kunt halen!”
Kike snelt er vandoor, op weg naar zijn toekomst. Loopt u mee?
Geef een kind een kans, schenk de wereld balans!

Het is een mooie vrouw. Ze is een jonge veertiger met de looks van een dertiger en de lacherige lichtheid van een twintiger. Ze kan bogen op de ervaring van een vijftiger en heeft meer landen bezocht dan een ander in twee levens. Christi, uit Amersfoort. Ze huilt en de tranen maken haar nog mooier.
De liefde van de leraren, de knuffels van Christi, de aandacht van de groep, het was mooi maar het was niet genoeg. Op zijn zevende belandde Ramiro op straat en we vonden hem pas vijf laar later. Wat er in die vijf jaar gebeurd is weet niemand en zo is het goed.



