Alle posts voor juni 2006

De eenvoud van geluk

26 juni 2006, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20050501Witte mensen kunnen met een stukje plastic geld uit een muur halen. Zomaar, voor niets! Zijn kleffe vingertjes strijken vol ontzag over mijn bankpasje en door het zware gepeins ontstaan er overal prachtige plooien op zijn anders puntgave kinderkoppie. Aan de vingertjes prijkt her en der nog een trots restje tandpastaschuim. Sinds zijn eerste bezoek aan de tandarts maakt Pedro namelijk deel uit van de overenthousiaste poetsbrigade. Drie maal daags na het eten wordt er vlijtig geschrobd, met als drijfveer natuurlijk de pijnlijke herinnering aan boortjes en tangen.

Samen zitten we in de wachtkamer van de dokter met 48 potjes poep en evenzoveel buisjes urine. Ik trek er een hoofd bij alsof het deel uitmaakt van mijn dagelijkse bezigheden om met bakken poep en plas rond te zeulen maar stiekem vind ik het vies. Alle kinderen hebben die ochtend verplicht deelgenomen aan de beruchte wormtest; de urine is om eventuele andere boosdoeners aan het licht te brengen.

Als je op straat rondzwerft pik je nogal eens wat op. De kinderen hebben soms de meest bizarre kwaaltjes die onze westerse artsengasten altijd verlekkerd doen kijken als ze weer eens op een in Europa decennia geleden uitgeroeid ziektebeeld stuiten. Omdat die artsen zich een beetje schamen voor hun pottenkijkers gedrag slaken ze in dergelijke gevallen slecht gesmoorde kreten van ongeloof en verrukking en zodra ze zich onbespeurd wanen beginnen ze driftig foto’s te maken van vreemd ogende bultjes, pukkels, vlekken en zweertjes. De kinderen waarderen dat met vertwijfelde trots en een vleugje argwaan.

Ik vraag me altijd af wat ze met die foto’s doen. Zouden ze die als trofee in hun praktijk hangen? Meezeulen naar congressen en dan honderdmaal uitvergroot op een beeldscherm aan jaloers kwijlende collega’s tonen? Zo lang de kinderen niet herkenbaar in beeld komen lijkt het me nogal onschuldig.

In je uppie bij de Hondurese dokter met een plateautje poep en plas is niet de meest gezellige invulling van een ochtend, dus had ik het briljante idee opgevat om Pedro op een uitje te trakteren. Als je acht bent en in het opvangcentrum van Proniño woont, dan is een uitje een spectaculair evenement. Je spijbelt legaal, je vangt een glimp op van de spannende straten die eens je thuis waren, en als je het handig speelt weet je misschien nog een ijsje los te zeuren ook.

Op dit moment echter is het ijsje volledig naar de achtergrond verdrongen door de verbijsterende ontdekking van de plastic geldmaker. Voor Pedro is het niet te bevatten en vol ongeloof vraagt hij me telkens opnieuw om uit te leggen hoe dat nou toch precies werkt.

Krijg je dan geen straf als je die kaart gebruikt? Maar is dat dan echt geld dat uit die muur komt, of zou het nep zijn? Het is vast nep of niet Bas? En kun je zo veel briefjes vragen als je maar wilt? Ook honderdmiljoenduizend? Ben jij de rijkste man van de wereld? Vast hè Bas, andere mensen hebben niet zo’n raar kaartje!

Met smaak neem ik deel aan het grote vraag en antwoordspel en ieder antwoord staat garant voor een nieuwe blik vol ongeloof en een spervuur aan ontwapenende kindervragen. Zou kleine Pedro weten wat een mobiele telefoon is?

Op de deur van de wachtkamer staat het nummer van de praktijk. Terwijl ik het jongetje met een knipoog en een tot stilte manende wijsvinger voor mijn lippen deelgenoot maak van het complot, toets ik met mijn vrije hand tergend langzaam de cijfertjes in, zodat de spanning voor het kleine ventje haast onhoudbaar wordt. Heerlijk.

“Bloewp”. Het is de enige klank die ik uitstoot voor ik schalks het gesprek wegdruk, terwijl ik onder één ooglid vandaan naar de verwarde assistente gluur. Pedro giert het uit. Hij wil ogenblikkelijk zelf de proef op de som nemen en graait het toestelletje uit mijn handen. Verrassend snel heeft hij in de gaten hoe de procedure in haar werking gaat en tot mijn ontreddering is er geen houden meer aan.

20050503De assistente is niet gecharmeerd. Ze oppert dat we de volgende morgen terug mogen komen om de resultaten op te halen. Daar kunnen Pedro en ik ons uitstekend in vinden en we profiteren van de vrije ochtend om de moderne magie van de grote stad te ontdekken. Samen spijbelen!

Opgewonden sprinten we naar het internetcafé, want ik had hem in geuren en kleuren uit de doeken gedaan dat mensen in mijn land zijn foto konden zien op een soort tv scherm. Ook als hij er niet zelf bij is!

Voordat ik plaatjes van de kinderen op www.homelesschild.org plaats, vraag ik hun toestemming, maar hoe ik mijn best ook doe om uit te leggen wat dan precies het internet is, voor kinderen die nooit een website hebben bezocht in hun leven, blijft het een abstract verhaal. Dat mag de pret niet drukken, op een enkele uitzondering na vinden ze het grandioos om hun verhaal te doen voor de mensen in het verre Nederland.

Hij glundert en we surfen de hele website over en weer. De pagina’s waar hij op prijkt, al is het maar zijn arm of als vage schim in een hoekje, moeten we drie keer langs. Pedrootje met een voetbal, Pedro in een schijngevecht gewikkeld met zijn beste vriendje, Pedro in de nek van Bas, het houdt niet op. De voetbalfoto intrigeert hem het meest, want hij heeft besloten om Honduras eigenhandig naar de wereldbeker te spelen, later als hij groot is. Of ik toch alsjeblieft maar aan iedereen die ik ken vertel hoe goed hij is, want misschien kiest Nederland hem dan wel voor de jeugdselectie!

Het is tijd voor een ijsje.

“Met mama gingen we nooit een ijsje eten”.

“Nee, maar mama had geen geld Pedro, dus dat kon niet”.

“Waarom had mama dan nooit geld? Ik moest altijd bedelen op straat en ik nam keiveel geld mee iedere dag!”.

“Maar je hebt zes broertjes en zusjes en die moesten allemaal iets eten, dus dan is er gewoon niks over voor een ijsje of iets lekkers”.

“We kregen nooit te eten, alleen maar rijst en mama maakte al het geld op aan pillen die haar niet beter maakten. En soms moest ze huilen of ze werd kwaad en dan sloeg ze ons wel eens”

“Dat komt omdat ze heel ziek is en wanhopig, daarom kan ze ook niet meer voor je zorgen en kwam je op straat terecht, snap je?”

Zijn kille, felle blik snijdt door me heen .

“Nee”.

20050504Moet ik hem nu uitleggen dat zijn moeder kanker heeft en dood eenzaam in haar kleien hutje ligt te creperen? Ik loop weg om de ijsjes af te rekenen. Als ik terugkom, vermijd ik angstvallig Pedro’s vragende ogen. Lafaard.

Hand in hand struinen we verder door de stad. Stilzwijgend. Gelukkig biedt de winkelstraat soelaas en al gauw laat zijn kinderbrein zich weer verleiden door de meringue muziek die uit de luidsprekers van zelfs de kleinste kraampjes schalt, door de kleffe, aan hun wikkel plakkende Hondurese toffees die op iedere straathoek verkocht worden, en tot mijn ontzetting ook door de geldautomaat, waar een vilein ogende bewaker met een achttiende eeuwse karabijn en een gloednieuwe nep rayban positie heeft ingenomen om de lokale elite te behoeden voor kidnapping en aanslagen.

El Progreso, waar maar liefst 120.000 mensen wonen, beschikt over welgeteld één flappentap, die alleen maar werkt als de directeur zin heeft gehad om hem bij te vullen, als er geen stroomuitval is in de buurt en als de computerverbinding naar de internationale bankpasjescentrale kan worden gelegd. Dat komt neer op een dag of twee in de week.

Ik heb geen geld nodig. Pedro vindt van wel. Hij wint. Uiteraard. Nadat ik zo heb lopen pochen over mijn kwaliteiten als geldtovenaar zou terugkrabbelen nu puntje bij paaltje komt natuurlijk hoogst verdacht zijn. Daar sta ik dan naast een ongelovig achtjarig jongetje voor een automaat die het vijf dagen in de week niet doet. Als hij vandaag verstek laat gaan, val ik van mijn voetstuk, als hij het doet ben ik een magiër. Hij doet het. Vanzelfsprekend!

Pedro heeft besloten dat hij het allemaal fantastisch vindt. Tot nu toe vond hij me heel leuk, maar in het afgelopen uur is hij spontaan van me gaan houden. Zo simpel is dat voor een kind. Na het succesnummer van de geldoperatie ben ik officieel verheven tot goochelaar. Gister nog had ik hem proberen uit te leggen dat de kunsten die Harry Potter uit kan halen niet echt zijn, maar daar trapt hij mooi niet meer in. Als Bas briefjes uit een muur kan laten stromen, dan kan Harry op zijn minst vliegen.

“Bas, kun jij óók vliegen?”, zijn handje knijpt nog eens extra hard in de mijne, alsof hij zichzelf wil bewijzen dat ik echt besta en hij niet over enkele tellen bruusk uit deze prachtige droom wordt opgeschud door zijn kwaaie, zieke moeder. Hoopvol kijkt hij me aan.

Als held van vlees en bloed kan ik moeilijk onderdoen voor een puberaal stripfiguurtje met ontluikende pukkels.

“Tuurlijk, en zonder bezem!”

“Nietes”

“Wel waar”

“Zonder bezem?”

“Ja hoor, maar alleen als het heel donker is, als alle kindertjes slapen”.

Dat vindt hij zichtbaar een teleurstelling en prompt eist hij dat hij een keertje op mag blijven tot het zo donker is dat ik kan vliegen. Tja…

20050505Voorlopig zal hij genoegen moeten nemen met een enkeltje opvangcentrum in mijn uitgeleefde Toyotaatje. In een buitenwijk rijden we de grote jongens tegen het lijf, die net uit school komen. Voor één keer voert kleine Pedro het hoogste woord en hij vertelt honderduit over al zijn ontdekkingen: telefoons zonder stekker, een tv scherm waarop de mensen in Nederland al zijn voetbalwedstrijden live kunnen volgen, en dat hij een truc heeft geleerd om gratis geld uit een muur te halen. Zo veel je maar wilt!

Hij zit op mijn schoot achter het veel te grote stuur van mijn autootje want als slagroom op de taart had ik hem beloofd dat hij eigenhandig terug naar huis mocht rijden. Niet zo stoer als vliegen maar toch lang niet slecht!

Een maand daarvoor had ik alle kinderen een tol cadeau gedaan. Zo’n tol waarmee in Nederland uitsluitend mensen van boven de zestig nog gespeeld hebben als kind. Het bleek het beste cadeau ooit. Onbreekbaar. Alle kinderen kunnen er de gekste capriolen mee uithalen: ze laten hem draaien in de palm van hun hand, stuiteren op hun knie en gebruiken hem zelfs om knikkers mee weg te keilen. Ik bak er niets van, tot grote ergernis van Pedro, die maar niet begrijpt waarom ik wel kan vliegen maar te onhandig ben om een tol te lanceren!

Spelend met zijn tol is hij de gekunstelde magie van het bankpasje gauw vergeten. Wat overblijft is de magie van het geluk. Die magie is puur en bereikbaar voor iedereen die haar toe weet te laten. Voor het belangrijkste goed kan geld geen plekje kopen op de eerste rij en vaak meen ik in de ogen van onze kinderen meer geluk te lezen dan in die van hun rijkere leeftijdsgenootjes, die zich verveeld proberen te vermaken met hun nieuwe play station, die me vaag en ongeïnteresseerd aankijken als ik begin over stoeprandje spelen of handvangertje. Hoe ver willen we gaan?

Als ik de volgende ochtend bij het centrum aankom gaat er ogenblikkelijk een druk geroezemoes op. De kinderen plegen onderling overleg terwijl ze me af en toe onderzoekend aankijken. Normaliter zijn ze bepaald niet verlegen, maar ik merk tot mijn ongemak dat ze plots heel terughoudend zijn. Dan duwt de grootste Pedro mijn richting uit. Schoorvoetend komt hij aan.

“Bas?”, klinkt het iele stemmetje.

20050502“Ja jongen”

“Bas, zou je misschien vanavond alsjeblieft heel laat willen blijven? Of misschien kan je blijven slapen alsjeblieft als je het leuk vindt?”

Niet begrijpend staar ik hem aan en vraag waarom hij dat zo graag wil.

“Omdat je dan voor me kunt vliegen als het donker is! Zonder bezem!”

Oh nee toch…

Pedro is een fictieve naam en de verhalen zijn een beetje aangepast om hem wat privacy te schenken. Dat is zonde voor zijn ontluikende voetbaltalenten maar wie interesse heeft kan ons schrijven. Het is een toppertje! Omdat ik nog steeds niet heb leren vliegen verlaat ik sinds die beruchte dag het centrum steevast voor zonsondergang, want de kinderen hebben wekenlang aan mijn hoofd gezeurd over het grote vliegavontuur. Hun kindergeest herbergt voor mij nog veel geheimen, maar het is een geschenk om met hen te mogen werken; ze maken ook van mij weer een vrolijke kwajongen :)

Geef een kind een kans, schenk de wereld balans.