Archive for 2006

Een glimlach

26 september 2006, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20060601Haar glimlach spreekt boekdelen, Yuliza is gelukkig! Daar is dan ook alle reden toe; Yuliza is vandaag voor het eerst naar school geweest. En niet zo maar een school ook. Nee, Yuliza is officieel aangenomen als leerling op de beste school van El Progreso; met Engelstalig onderwijs, kleine klassen en zelfs een basketbalveld met van die rare netjes die heeeeel hoog hangen en waar je een bal in moet mikken.

Als dat zo doorgaat kan ze binnenkort Engelse les geven aan de oppas in het weeshuis en de andere kinderen in de buurt die nieuwe sport leren die nog haast niemand kent in haar stad: basketbal. Wie had dat ooit gedacht, het is nog maar drie jaar geleden dat Yuliza als uitgemergelde peuter het voedingscentrum in werd gedragen, het lijfje verwoest door honger, het vel verschrompeld door uitdroging. Haar eigen moeder had haar gebracht. Ze was op, het ging niet meer, en als ze nog twee dagen had gewacht was Yuliza overleden.

Het voedingscentrum in El Progreso bestaat al jaren en is opgericht door de katholieke kerk. Ernstig ondervoede baby’s en peuters worden er opgenomen tot ze voldoende zijn aangesterkt om weer zonder intensieve zorg verder te kunnen. Ze komen er terecht via het armenhospitaal, ziekenboegen of diep beschaamde moeders. Ook Yuliza’s moeder kwam pas opdagen toen de wanhoop meer pijn deed dan de schaamte. Schaamte voor wat? Dat je geen geld hebt om je eigen kind één maaltijd per dag te geven? Dat je nooit naar school bent geweest en dus de gebruiksaanwijzing voor het gedoneerde melkpoeder niet kan lezen?

Yuliza heeft geluk gehad. Niet alleen is ze in korte tijd enorm aangesterkt, de rechter heeft ook nog eens besloten dat er voor haar een plaatsje moest komen in het weeshuis. Omdat zo veel kindertjes slechts maanden nadat ze waren opgeknapt opnieuw in een verwaarloosde staat bij het voedingscentrum terecht kwamen, heeft men daar besloten de zaken anders aan te pakken.

Zo werd de moeder, vader of een ander familielid verantwoordelijk gesteld voor het welzijn van het eigen kind. Elke verantwoordelijke persoon wordt geacht minimaal één dag in de week te helpen met het voeden, verschonen en verzorgen van alle baby’s en wordt daarnaast verplicht om info uurtjes bij te wonen over hygiëne, ondervoeding en kinderzorg. Een geweldig initiatief waardoor onwetendheid overgaat in kennis, afstandelijkheid vervangen wordt door betrokkenheid, en schaamte uiteindelijk plaats kan maken voor trots.

Maar dat is niet altijd genoeg. Soms zijn er geen ouders meer en is er geen familielid die de zorg voor het kind op zich kan of wil nemen. Soms is de moeder pas een jaar of dertien en volstrekt niet in staat om voor haar kind te zorgen. En soms is het een gruwelijke samenloop van omstandigheden zoals die enkel in extreem arme landen het lot van mensen kan bepalen. Zoals bij Yuliza’s moeder, die weliswaar al op haar vijftiende zwanger werd, maar van een vriendje die dolgraag voor hen wilde zorgen.

Toen kwam Mitch op bezoek, de beruchte orkaan die in oktober 1998 meedogenloos over Honduras raasde, tienduizend mensen in haar kielzog meenam en er ruim honderdduizend dakloos maakte. Het vriendje kwam om, Yuliza’s moeder was dakloos, en twee maanden later kwam haar zoontje Ricardo vaderloos en thuisloos ter wereld.

Sindsdien is het bergafwaarts gegaan. Hoe kun je zorgen voor je zoontje als je geen onderdak hebt, niet hebt leren schrijven, en te arm bent om eten te kopen? Nog voordat Yuliza geboren werd was haar halfbroertje Ricardo al opgenomen in het voedingscentrum. Hij had cholera gekregen omdat hij werd gewassen in besmet rioolwater. Ook hij werd geweldig opgevangen en sterkte snel aan, maar in zijn tijd bestond het weeshuis nog niet en hij belandde uiteindelijk op straat, waar meer te eten was dan bij moeders thuis.

20060602Gelukkig heeft Yuliza daar geen weet van. Juist om te voorkomen dat kinderen nog van het voedingscentrum op straat terecht kwamen, heeft de katholieke kerk van El Progreso anderhalf jaar geleden een eigen weeshuis geopend. Bijna de helft van de donaties komen van de lokale bevolking; een indrukwekkende prestatie in zo’n arme stad en een bewijs voor de betrokkenheid van Yuliza’s medeburgers. Vaak leiden de kleine daden van velen tot grote veranderingen.

De school waar Yuliza heen gaat is hartstikke duur want het is een privé school voor de rijkere kinderen uit de stad. Normaal zou Yuliza daar nooit heen kunnen, maar uit solidariteit is besloten dat zij samen met alle andere kinderen uit het weeshuis voor de helft van de prijs haar opleiding krijgt; de andere helft wordt betaald door Amerikaanse donateurs. Daarom glimlacht ze nu zo heerlijk breed. Ze heeft natuurlijk geen flauw benul van die donateurs, of zelfs maar dat het geld kost om naar school te gaan, want als je net zes bent geworden is dat helemaal niet belangrijk.

Yuliza glimlacht vanwege dat gloednieuwe roze rugzakje dat om haar schouders prijkt, en vanwege dat prachtige potlood, met die vlijmscherpe, naar vers lood en slijper ruikende punt, waar ze vanochtend haar eerste Engelse woord mee heeft leren schrijven: Welcome. Uitspreken gaat nog niet zo goed, maar met al die buitenlandse vrijwilligers in het weeshuis praat ze in een mum van tijd vast nog beter Engels dan haar rijkste klasgenootjes!

Met haar oudere broertje Ricardo gaat het inmiddels ook een stuk beter. Ricardo heeft een zware tijd achter de rug. In het begin ging het bedelen heel goed. Voor zo’n guitig kindertoetje was haast iedereen wel bereid om een keer in de buidel te tasten. Maar in je eentje op straat wonen is vreselijk eng als je nog zo klein bent. Een vriendje had hem voorgedaan hoe je lijm kunt snuiven. Daar wordt je high van; het verdoezelt de honger en je bent nergens meer bang voor, zelfs niet voor grote mensen!

Maar van het één kwam het ander. Wie lijm snuift heeft meer geld nodig en het doet het schattigheidsgehalte van je gezicht ook niet echt goed. Al gauw moest Ricardo stelen om voldoende drugs te kunnen kopen. Eten deed hij steeds minder. Uiteindelijk werd hij opgepakt. Gelukkig hoefde hij niet naar de gevangenis. De rechter liet hem bij Proniño plaatsen, een project voor straatkinderen in El Progreso, een paar kilometer bij het weeshuis van zijn zusje Yuliza vandaan.

Ricardo gaat niet naar de privé school van zijn zusje want daarvoor hebben hij en zijn vriendjes te veel achterstand opgelopen. Bovendien hebben de meeste van hen zo’n vreselijke trauma’s opgelopen door alle misbruik en ellende van het straatleven, dat ze het eerste jaar bezig zijn met bijkomen en weer kleur in het leven te leren zien. Inmiddels kan ook Ricardo weer glimlachen, en in zijn geval is dat niet zo maar een glimlach. Hij heeft er extra hard voor moeten werken, maar nu schatert hij het soms uit van de lol. De guitigheid op zijn gezicht is alweer teruggekeerd en wie hem zo uitbundig zijn gang ziet gaan bij Proniño zou bijna vergeten dat hij nog maar kort geleden een drugsverslaafd straatschoffie was. Wie weet, kan Ricardo zelf het ook ooit vergeten, of in elk geval een gepaste plek geven in zijn leven.

20060603Het is maar goed dat er zo veel vrijgevigheid bestaat in onze wereld. Zonder de inzet van de werknemers en vrijwilligers zouden Yuliza en Ricardo tot een vroege dood veroordeeld zijn. Zonder de donaties van hun stadsgenoten en onbekende buitenlanders uit mysterieuze, verre landen, zouden ze niet kunnen eten, laat staan een opleiding krijgen. Hoe jong ze ook zijn, Yuliza en Ricardo hebben één ding al heel goed begrepen: het is een groter geschenk om te kunnen geven, dan om te ontvangen.

Yuliza droomt dat ze op een dag lerares Engels is en haar eigen moeder les kan geven, zodat die ook leert schrijven en misschien zelfs een baan vindt. Ricardo? Die droomt dat hij brandweerman wordt, en natuurlijk dat hij een huis kan kopen waar hij dan met Yuliza en hun moeder kan gaan wonen. Aan hun glimlach te zien zijn het dromen die vast ooit uit gaan komen

Geef een kind een kans, schenk de wereld balans!

Eén muur, twee werelden

21 augustus 2006, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20060501In het vorige deel is Ramiro uit het opvangcentrum vertrokken en vertelt Kike over de moord op zijn vader, waar hij getuige van was.

Met Kike’s verleden in gedachten is het niet nodig om dat van Ramiro te kennen. Elk kind heeft zijn eigen, unieke verhaal en elk extra jaar op straat is een lijdensweg naar de afgrond, met als eindstation een vroege, verschrikkelijke dood. De meeste kinderen proberen hun verleden te vergeten, net als Kike. Ramiro kon dat niet langer. Te veel lijken, te weinig hoop om ze onder te begraven.

Nu staat Ramiro voor een hek. Aan de andere kant, de veilige kant, staat Christi. Een jaar nadat ze vrijwilligerswerk had gedaan is ze teruggekomen met een kleine groep Nederlanders die graag het project wilden bezoeken. Christi organiseert reizen over heel de wereld voor bedrijven die een bijzonder uitje zoeken en nu gebruikt ze voor twee weken haar kennis om zonder verdiensten haar ervaring met anderen te delen.

Die avond zijn we een hapje aan het eten in een buitenrestaurant dat omheind wordt door een groot hek, zodat bedelaars en hongerige kinderen de gasten niet uit hun illusie van rijkdom kunnen opschrikken met hun priemende blikken en vieze, opgehouden handjes. Net als op meer beruchte plekken in de wereld is ook hier een afscheiding gebouwd omdat de verschillen tussen groepen die hetzelfde land delen schrijnender zijn dan de gemeenschap kan verdragen.

Maar een hek is nog geen muur en door de afrastering heen kruisten Ramiro’s vragende ogen die van Christi. Tellen lang blijven hun blikken in elkaar verankerd, terwijl Christi naar het hek gezogen wordt, gedragen door een herinnering die niet langer strookt met de waarheid van vandaag. De bloeiende tiener van vorig jaar bestaat enkel nog in haar verbeelding, de twinkelende ogen van weleer zijn nu doffe, bedroefde kijkers geworden, alsof iemand het licht al heeft uitgedaan terwijl de schemer pas net is ingevallen.

20060503Christi begrijpt het niet, of misschien juist al te goed; terwijl hun lichamen gescheiden worden door een simpel hekwerk, spelen hun levens zich af op verschillende planeten. Ramiro zal nooit meer deel uitmaken van Christi’s wereld, hij zal nooit meer opklimmen uit het ravijn waar de wreedheid van zijn leven hem in heeft gestort.

De restaurantbaas vertelt ons dat de jongen onlangs zijn kokkin met een mes heeft overvallen. Op klaarlichte dag, zijn ogen verdwaasd van de drugs, zijn handen trillend van de honger, of angst. De buit, tachtig cent, was precies genoeg voor een nieuwe portie lijm, voor een nieuw stapje in de richting van een jonge, gewelddadige dood. Ramiro mag het hek niet binnen. De baas verontschuldigt zich, maar wat valt hem kwalijk te nemen?

Christi snelt terug naar onze tafel om alle gasten te bewegen hun kliekjes af te staan. Gebakken banaan, hompjes vlees, restjes wortelsalade en zelfs een bodempje limonade. Het lijkt een schat aan voedingswaren en ze voelt zich de koning te rijk, tot ze Ramiro, door het hek heen, opnieuw in de ogen staart. Pas dan dringt het besef zich op. Meedogenloos, fel, onontkoombaar. Wat heeft een puber in de groei aan een hapje fruit, een afgekloven stukje kotelet, een laagje lauw fris, als hij geen ouders heeft? Geen huis, geen bed, geen leven?

Om haar vinger draagt Christi een ring van kleine plastic kraaltjes. Net zo eentje als Ramiro afgelopen zomer voor haar gemaakt had. Om te bedanken voor alle aandacht en vooral ook voor dat stoere petje. Maar het is niet dezelfde ring. Deze is gemaakt door een ander jongetje, een nieuw, kleiner jongetje, op wie de toekomst ongeduldig ligt te wachten. Ramiro’s ogen lichten op, heel even, als hij het ringetje ziet. Hij raakt het aan en als in een sprookje staat voor een ogenblik de tijd stil en wordt hun wereld één. Dan verdringt de waarheid opnieuw de droom. Ramiro draait zich om. Hij slentert terug naar zijn eigen wereldje, naar zijn graf, en Christi blijft achter bij het hek, alleen met haar verdriet.

Kike’s blik ontmoet vluchtig de mijne, hij is verlegen van alle aandacht. Vandaag is een bijzondere dag. Hij krijgt op zijn voet aangepaste schoenen, betaald door de Amerikaanse chirurge, die toch iets voor hem wilde doen. Nooit eerder kreeg hij een cadeau en zijn hoofd tolt van alle vraagtekens.

“Is het wel zeker dat ik ze krijg, misschien is de schoenmaker het vergeten! Wat doen we dan, als hij het vergeten is?”

“Kike, de schoenmaker is het niet vergeten. Je bent hartstikke belangrijk dus hij denkt er heus wel aan!”

Belangrijk? Hij? Het kind heeft geen idee waarom maar hij wil het zo graag geloven dat hij glundert.

“En denk je dat ik nu mee mag voetballen, met de anderen? Of moet ik blijven tekenen? Eigenlijk vind ik tekenen stom, wist je dat?”

Daar komt de schoenmaker. Speciaal voor de gelegenheid hebben we op de markt sokken gekocht. Nep van Nike voor een euro, dat kan gewoon in Honduras. Dan wordt het Kike te veel, hij begint te huilen. Van de aandacht, de zenuwen, de hoop vooral. Het verbaast me. Met droge ogen vertelde hij hoe zijn vader vermoord werd waar hij naast stond, mechanisch deed hij uit de doeken hoe een vrouw hem gehandicapt sloeg met een steen op zijn hoofd. Om nieuwe schoenen durft hij nog te huilen, voor even echt kind te zijn.

20060502De eerste stappen zijn weifelend, als van een man op de maan. Dan merkt hij dat hij niet voorover valt, niet struikelt, zelfs niet als hij sneller loopt. Al gauw springt hij in het rond en de lach op zijn gezicht doet me denken aan het verdriet van Christi bij het hek, weken eerder. Christi kon even niet meer zien dat er meer geluk is dan verdriet, meer liefde dan angst en veel meer succes dan falen. Voor elk kind dat afvalt zijn er vier die blijven.

Ramiro heef het niet gered. Hij steelt, hij snuift, hij verhongert. Ik wens oprecht dat hij snel en pijnloos mag sterven. Is dat hard? Er is geen keus. Proniño heeft alles gedaan om Ramiro te helpen. Ramiro is kapotgemaakt nog voor hij de kans kreeg om op te groeien, en de vernietiging was wreder dan alle liefde en aandacht van Proniño heel kon maken. In een land waar voor menigeen kinderen minder waard zijn dan het lood waarmee ze worden omgelegd, is het onmogelijk om elk kind de toekomst te bieden die het verdient.

Maar Kike maakt een goede kans. En Pedro, Juan, Jorge, al die anderen. Er is onlangs een slaapzaal gebouwd voor meisjes. Zodra er genoeg geld is voor begeleiders, kleren, eten en school, kunnen we ook Rosalia, Agneta, Nelly en hun vriendinnetjes gaan opvangen.

Er is veel meer licht dan donkerte, veel meer toekomst dan verleden.

Vrolijk haalt een opgewonden kinderstem me uit mijn overpeinzingen.

“Bas, Bas, kom jij maar na in de auto, ik ren alvast vooruit! Kijken of je me in kunt halen!”

Kike snelt er vandoor, op weg naar zijn toekomst. Loopt u mee?

Geef een kind een kans, schenk de wereld balans!

Gespleten Gezicht

3 augustus 2006, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20060402Het is een mooie vrouw. Ze is een jonge veertiger met de looks van een dertiger en de lacherige lichtheid van een twintiger. Ze kan bogen op de ervaring van een vijftiger en heeft meer landen bezocht dan een ander in twee levens. Christi, uit Amersfoort. Ze huilt en de tranen maken haar nog mooier.

Vlak voor ze in 2004 haar eigen bedrijf begon, vloog ze naar Honduras om daar vrijwilligerswerk te doen. Zes weken lang stond Christi in een centrum voor ondervoede zuigelingen tussen de poepluiers, waste ze elke morgen 26 paar babybillen schoon, en kwam ze terwijl haar kotertjes hun middagdutje sliepen regelmatig op bezoek bij de jongens van Proniño, het project dat Homeless Child in Honduras steunt.

Hij was haar lieveling. Ramiro, al een hele kanjer van veertien die we onderling de “college kid” noemden. Ramiro hield van coole kleren en als er een nieuwe lading hulpgoederen binnenkwam was hij er altijd als de kippen bij om de eerste keus te kunnen maken. Dat zijn buit slechts weken daarvoor nonchalant door een Amerikaanse of Nederlandse tiener als afdankertje in een container was geworpen, deed voor hem niets af aan de nieuwheid. Een kwartiertje schrobben op het stenen wasbord en het oude zweet was weggewreven.

Maar Ramiro heeft het niet gered. Ramiro werd zelf een afdankertje. Zijn verleden was donkerder dan de toekomst ooit weer licht kon maken. Kort na zijn vijftiende verjaardag is hij hem gesmeerd, met twee lagen lievelingskleren om het lijf; de bovenste om te verkopen, de onderste om warm te blijven in de koelte van de nacht. Die onderste werd na twee dagen ingeruild voor een geragd vod en een verlossende portie drugs.

20060401De liefde van de leraren, de knuffels van Christi, de aandacht van de groep, het was mooi maar het was niet genoeg. Op zijn zevende belandde Ramiro op straat en we vonden hem pas vijf laar later. Wat er in die vijf jaar gebeurd is weet niemand en zo is het goed.

Kike. Zijn voet staat scheef en we profiteren van het bezoek van een orthopedische chirurge uit Amerika om er naar te laten kijken. Op weg naar de kliniek vraag ik of hij met die scheve voet geboren is.

“Nee, dat heeft een vrouw gedaan, met een steen”.

“Een vrouw? Met een steen? Hoe dat zo?” Ik ben verbaasd en vermoed dat ik het verkeerd verstaan heb.

“Ik lag te slapen in een portiek. Toen maakte die vrouw me wakker, ’s ochtends heel vroeg, en ze joeg me weg. Eenmaal aan de andere kant van de straat zei ik iets gemeens, ik was kwaad.”

Hij neemt een slok aanmaaklimonade voor hij verder praat. Als ik met een kind naar de dokter ga, trakteer ik vaak op iets lekkers. De zogenaamde ziekenbonus.

“En toen pakte die vrouw een steen, een hele grote, en die gooide ze recht op mijn hoofd, hier.” Hij wijst naar een haakvormig, slecht genezen litteken boven zijn linker wenkbrauw. “Daarna viel ik flauw en toen ik wakker werd was mijn voet scheef. En mijn gezicht zat vol met bloed. Heel vies.”

“Bas, denk je dat het de straf was van God? Omdat ik die mevrouw had uitgescholden?”

De vraag is onschuldig, er kleeft geen oordeel aan. Op zijn front parelen beginnende zweetdrupjes die om ruimte vechten met het stof dat opwaait van de zandweg. Uit zijn grote kinderogen straalt verwachting, alsof ik het oordeel nu ga vellen.

“Nee lieverd, ik denk het niet. Ik denk dat jij een mooie rechte voet verdient. We gaan de dokter vragen of ze dat kan regelen.”

Maar ook de dokter staat machteloos. De steen des oordeels, die drie jaar eerder was geworpen, heeft een hersenbeschadiging veroorzaakt waardoor de spier van Kike’s voet voor altijd gespannen staat. Een operatie in de Verenigde Staten zou soelaas bieden, maar daarvoor is geen geld. En geen visum. Kike reageert gelaten. Hij strompelt al drie jaar zo door het leven en weet niet beter. Hij heeft zelfs een foefje om toch te kunnen rennen; althans, een beetje. En als het voetbaluurtje is dan mag hij tekenen, da’s ook best leuk.

Als we terugrijden vraag ik naar zijn vader.

“Op een dag kwam er een man en die had ruzie met papa. Toen gingen ze vechten maar die andere man had een grote bijl dus die won.”

“Ah, dreigde hij met die bijl dan?”

“Nee, hij hield hem heel hoog boven zijn hoofd en daarna liet hij hem keihard neer op papa’s gezicht”. Kike gebruikt zijn handen om het met zijn eigen gezicht voor te doen. Op zijn wijsvinger kleeft een restje oranje aanmaaklimonade, dat een spoortje trekt van de nagelriem tot de palm van zijn hand. Het kleurt prachtig bij de kaneeltint van zijn huid.

“Zo Bas, met de scherpe kant van de bijl recht op papa’s voorhoofd. En op zijn neus.” Zijn handen zetten het verhaal opnieuw kracht bij, alsof dat nodig is. “En toen was zijn hele gezicht in tweeën gespleten en was hij dood. En hij had geen neus meer.”

“Jeetje.” Meer weet ik niet te mompelen.

“Daarna is die andere man weggerend, maar hij had de bijl laten liggen. Die zat vol met bloed en er hingen stukjes van papa’s neus aan, dat was echt goor joh. Nou, en ik stond er naast toen het gebeurde maar ik kon niks doen hoor. Toen was ik nog klein, ik kon papa niet verdedigen.”

Kike is elf. Hij was acht toen het gebeurde.

“Dus nu ben ik het maar gewoon vergeten, dat is het best, denk je ook niet?”

“Ja kerel, dat is het best, vergeet het maar lekker. En als je er later ooit over wil praten, dan komt het wel.”

Ik moet de auto uit, meteen. De kleine ruimte die ik met Kike deel wordt te benauwd; hij leunt tegen me aan maar ik kan hem niet de liefde geven die hij zoekt, zijn vader komt nooit meer terug. We gaan pizza eten, een extra bonus. Ik krijg geen hap door mijn keel, maar Kike heeft schijnbaar nergens last van. Die speelt op de glijbaan van de pizzatent, met zijn scheve voet. Zou hij het gespleten gezicht echt vergeten zijn? Ik vrees het niet.

Geef een kind een kans, schenk de wereld balans!

Succes

23 juli 2006, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20060301In het eerste deel van dit verhaal werd een tipje van de sluier gelicht uit de levens van Lucas en Marco. Lucas is arm, heeft nooit gereisd, maar is een gelukkig mens. Marco is miljonair en heeft de halve wereld gezien, maar is een droeve man. Allebei doen hun best om jongeren een beter bestaan te bieden. Marco uit verdriet, Lucas uit overtuiging.

Onder een licht wuivende palmboom sta ik buiten het vliegveld van Cali in een welkom avondbriesje op Lucas te wachten. De zacht ruisende bladeren en de aangename temperatuur van de wind die bijna verontschuldigend opsteekt, als een te laat op zijn afspraak verschenen verlosser van de meedogenloze zon, maken de nacht zwanger van verwachting zoals dat alleen kan in tropische steden. Zou hij me vinden?

Lucas is vergezeld van Nicky, directrice van één van de opvangcentra, en Tielke, de secretaris van Homeless Child. Gevieren zullen we een week lang ervaring opdoen bij Colombia’s meest gerenommeerde project voor straatkinderen en ons weervinden ademt dezelfde verwachtingsvolle sfeer uit als de zwoele avondbries.

Lucas en ik delen een kamer, een gebeurtenis waar ik me al weken lang afwisselend druk over heb gemaakt en op heb verheugd. Veel Hondurezen gaan letterlijk met de kippen op stok en soms doemen angstbeelden voor me op van een dikkig, gedrongen mannetje dat om zes uur ’s ochtends luidruchtig zijn gymnastiekoefeningen staat te doen. Wie weet snurkt hij ook. Misschien heeft hij gekke gewoontetjes. Tenslotte komt hij uit een land dat anderhalf werelddeel van het mijne verwijderd ligt en voor hetzelfde geld spreidt hij de raarste trekjes ten toon die mij doen gruwelen zonder dat hij er überhaupt erg in heeft. Teennagels met een scheermes kortwieken, een spuug- en snothoekje in de kamer aanleggen, vieze slips in de wasbak schoonboenen met het laatste schaamhaarvrije hotelzeepje om ze vervolgens nadruipend over de rails van het gedeelde douchegordijn te draperen…walgelijk.

Zoals de meeste vooroordelen blijken ook de mijne ongegrond. Zelfs in de intimiteit van een hotelkamer behoudt Lucas zijn kalme karakter en voelt hij feilloos aan of ik behoefte heb aan een praatje of juist een moment van gedeelde stilte. We worden rap vrienden.

Telkens als Nicky, Tielke en ik gretig achter het toetsenbord springen zodra de internetverbinding in de lounge vrij is, leest Lucas op zijn gemak een krantje. Steeds wanneer ik mij uitgehongerd en blindelings op een maaltijd stort, sluit Lucas zijn ogen om eerst een bedankje te prevelen en daarna elke hap bewust en met smaak tot zich te nemen. Al gauw krijg ik in de gaten dat zijn berustende benadering van het leven tot meer momenten van geluk leidt dan mijn gehaaste, onbedachtzame geren, en gedreven probeer ik mijn ritme rijmend te maken met het zijne.

Na vier dagen intense leerschool bij de regionale afdeling van het project voor straatkinderen, is de tijd gekomen om door te reizen naar het moederproject in Bogotá, waar Marco, een vermogend man die mij de week daarvoor tijdens een duikexcursie uitgenodigd had, al ongedurig op ons zit te wachten. Lucas, Nicky en Tielke zien al even reikhalzend uit naar ons verblijf in het optrekje van Colombia’s rijkste transportbedrijfeigenaar als ikzelf.

Marco maakt zijn entrée op de luchthaven zoals hem dat betaamt. Luidruchtig, opzichtig, haast grotesk. Tot mijn diepe schaamte wordt voor ons het verkeer opgehouden omdat Marco’s chauffeur de terreinwagen in diens opdracht pontificaal voor de uitgang van het vliegveld parkeert, terwijl de baas zelf druk gebarend een taxi aanhoudt voor de bagage, opdat zijn gasten extra beenruimte genieten. Ik moet bij de bagage.

20060302Wanneer we de glazen lift betreden, met directe toegang tot de hal van Marco’s loft, bespeur ik voor het eerst een spoor van opwinding in Lucas’ ogen. De man die onder alle omstandigheden zo bedeesd blijft, kan nu zijn gezicht niet in de plooi houden van bewondering en tot mijn opluchting geeft hij eindelijk even toe aan de menselijkheid in hem. Het uitzicht is dan ook adembenemend. Terwijl de lift geruisloos naar boven gezogen wordt door onvoelbare krachten, kijken we door het glas uit over een megapool met vijf miljoen inwoners, ontsproten in een weidse vallei en omtorend door imposante bergtoppen, waarvan de hoogste besneeuwd zijn. Tegen die tijd heeft Marco al blakend van trots uit de doeken gedaan dat hij het streng bewaakte gebouw deelt met zulke puissante figuren als de ambassadeur van Amerika, van Bolivia en van Duitsland, alsmede een handvol machtige industriëlen van een keur aan gewetenloze multinationals. De man is een neurotische waterval van lege woorden.

Gelukkig mag ik vroeg naar bed. Wanneer we de volgende ochtend aan het door de dienstvrouw bereide ontbijtbuffet verzamelen, heeft Tielke opvallend kleine oogjes.

Ze blijkt de voorgaande nacht met Marco genachtbraakt te hebben, zij het niet in een zwoele tropenbries. Wat Marco vrijwel nooit durft, heeft hij bij haar gewaagd; in rap Duits en met een overvloed aan tranen heeft hij zijn schreeuwende verdriet met haar gedeeld. Tot diep in de nacht heeft hij voorgelezen uit een boek dat hij schreef voor zijn gestorven zoon. Gedichten van eigen hand heeft hij voorgedragen en tot in details deed hij uit de doeken hoe en waarom de jongen is overleden.

Marco’s zoon bleek te lijden aan vetzucht en had zo lang aan zijn vaders hoofd gezeurd om een lipposuctie te mogen ondergaan dat Marco er ten einde raad en tegen zijn zin mee instemde. Zijn kind is onder narcose gestikt. In Miami’s beste ziekenhuis. Mijn gedachten dwalen van het rijkelijk uitgestalde ontbijtbuffet naar Pescadito, het eenzame visje dat ik een week daarvoor had ontmoet in de Caribische zee. Opnieuw word ik overrompeld door compassie en ditmaal beloof ik mijzelf om Marco meer in acht te nemen. Zijn bravoure, het dikdoen met geld en het strooien met klinkende namen; het zijn slechts onhandig vermomde schijnbewegingen om voor even het zeurende monster van de schuld te begraven onder een stortvloed van woorden. Als ik hem, op onbewaakte ogenblikken, recht in de ogen staar, heeft hij geen tijd om zijn autoritaire blik op te zetten en komt het verwrongen aangezicht van de pijn ongemaskeerd naar voren. Marco hunkert naar vergiffenis.

Gelukkig hebben we die dag vrij en Marco is zo genereus geweest om zijn four wheel drive met chauffeur tot onze beschikking te stellen. Omdat geen van ons gewoon is om orders te geven aan gedienstige personen, gooien we het over een andere boeg en besluiten om vrienden te worden met Eduardo, de bestuurder. Ik moet even wennen, maar Lucas breekt het ijs. Zo gelaten als hij omgaat met de rijken der aarde, zo open stelt hij zich op naar de gewone man, en dus ook naar Eduardo.

20060303Waar de oprechtheid in het contact tussen Lucas en Marco lijdt onder de in Latijns Amerika onoverbrugbare afstand tussen arm en rijk, is het gemak waarmee Eduardo inspeelt op Lucas’ toenadering kenmerkend voor de warmte waarmee over het hele continent gelijkgestemden in luttele uren een hechte vriendschap aangaan. Ik vaar wel bij deze warmte en maak handig gebruik van mijn overzeese komaf om er bij alle bevolkingslagen van te profiteren. De rijken verdenken mij er nogal eens van, enkel om mijn huidskleur en helaas ten onrechte, dat ik nog vermogender ben dan zij, terwijl de armen mij vaker dan ik verdien vergelijken met een uit pure liefde van het westerse Walhalla overgevlogen missionaris.

De waarheid is minder romantisch. Een gewone vent met een gewoon Europees inkomen die het leuk vindt om een handvol kinderen te helpen; en die, als hij aan het eind van elke zomer de balans opmaakt, steevast veel meer liefde van die kinderen heeft ontvangen dan hij hen ooit zal kunnen geven. Wie zou niet telkens terug gaan?

Die avond zijn we uitgenodigd in het 19de eeuwse theater van Bogotà, een pronkstuk van Italiaanse architectuur. Menig Europese operadirecteur zou zijn partner inruilen voor zo’n paleis. Marco heeft, uiteraard via een invloedrijk contact, gratis logekaartjes bemachtigd voor de première van een door ex-straatkinderen uitgevoerd stuk.

Het blijkt geniaal. Er wordt gedanst, gezongen, gesproken en gespeeld als in de hemel. Bogotà’s crème de la crème bewondert ademloos de gracieuse, onsterfelijke twintigers die hen als elfjarigen nog beroofden om in hun dagelijkse portie kinderdrugs te voorzien. Op het hoogtepunt van het stuk somt tegen de rand van de coulissen, half belicht door een bleke spot en half gewikkeld in het gordijn, alsof hij zo de onverdraagbare waarheid met verband kan omzwachtelen, een jongen met grafstem het aantal slachtoffers op dat de laatste jaren is gevallen in Irak, Londen, Bali, Madrid, maar vooral ook in Colombia’s aanhoudende gewapende conflict, terwijl op de vloer een andere jongen een gedanste doodstrijd aangaat onder een stroboscoop die als een mitraillette lichflitsen afvuurt op het ritme van de verontrustend aanzwellende roffel van een pauk.

Ik kijk naar Lucas. Lucas is nooit eerder in zo’n theater geweest. In zijn gezicht zie ik de consternatie, de vanzelfsprekendheid waarmee hij het verdriet om de doden deelt en zijn emotie openbaart. Tielke huilt. Ik ook. Dan gluur ik naar Marco, haast tersluiks, als een ongenode gast in een angstvallig gesloten privé-tuin. Heel even, te kort om het zeker te weten, meen ik een glimp op te vangen van medeleven. Dan merkt hij dat ik naar hem staar en als op afroep verschijnt de warse blik van een licht verveelde, ongeraakte kerel op zijn gelaat. Dat is pas theater.

20060304Lucas en Marco, twee mannen, twee levens. Lucas voedt zijn gezin met twee studerende kinderen van 150 euro maandsalaris. Marco heeft twee penthouses, een villa en tientallen mensen in dienst. Zo op het eerste oog, wanneer je naar hen kijkt in de pronkende pracht van het theater, lijkt het zonneklaar wie succesvol is. Niet dat kleine, donkere mannetje dat bescheiden staat te luisteren in zijn uit een hulpgoederencontainer opgeviste jasje. Die grote, lichter gekleurde, die zich zo gemakkelijk tussen de elite beweegt met een coupe champagne in de ene hand, een Cubaanse sigaar in de andere.

Maar schijn bedriegt. Pas later, als de rust is weergekeerd, vraag ik mij af waarom succes zo vaak gemeten wordt in geld, in status. Kun je succes wel verpakken in een economische formule? Ondanks de auto’s, de jachten en de villa’s, zou ik liever in Lucas’ huid kruipen dan die van Marco. Lucas bloeit, Marco verwelkt.

Die zomer probeer ik om succes anders te meten. Succes staat niet op mijn bankrekening; ik leer het te zien als de hoeveelheid geluk die ik weet te scheppen, voor mezelf en voor mijn omgeving. Hoe zou de wereld er uit zien als managers en ministers, maar ook moeders en vaders, iedereen, zijn succes zo zou tellen? Wat zou dan onze drijfveer zijn? En wie zou de dikste portemonnee hebben?

Geef een kind een kans, schenk de wereld balans!

Geef een kind een kans, schenk de wereld balans.

Pescadito

11 juli 2006, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20060201Cartagena, Colombia, ‘s ochtends vroeg. Zijn vlezige wang drukt diep in de hoofdsteun van de voorstoel maar het schijnt hem niet te deren zo lang hij een welwillende luisteraar heeft. Ikzelf deel de achterbank met een doorrookte Duitser die iets te vroeg met pensioen lijkt te zijn gegaan en een Colombiaanse tandarts die in haar vrije uurtjes duikinstructrice is. In de tien minuten sinds Marco en ik elkaar de hand hebben geschud heeft hij me al haarfijn uitgelegd dat hij eigenaar is van Colombia’s grootste transportbedrijf, dat de Duitser zijn schoonbroer is en dat hij vandaag zijn vijfhonderd zesenveertigste diepzeeduik gaat maken.

“en jij Bastian, hoe vaak heb jij al gedoken?”

Marco heeft de eerste 18 jaar van zijn leven in Keulen doorgebracht, ook dat had hij tussen neus en lippen door al even laten vallen, en schakelt doodleuk om de andere zin over van Duits naar Spaans of andersom. Mijn verklaring dat Bas in het Spaans Sebastian wordt, heeft hij kennelijk met zijn Duitse oor aangehoord. Ik word Bastian gedoopt.

“Uuhhm, nou Marco, een keer of acht”.

Als hij zich wegdraait om de nieuwswaarde van dit feit tot zich door te laten dringen, lijkt het een moment alsof zijn wang besloten heeft om te blijven vastplakken aan de hoofdsteun, maar na enig weifelen besluit de kwab om toch maar bij haar eigenaar te blijven en weekt zich zonder overtuiging los. De plastic rand van de zitting tekent zich als een prachtig doorbloedde lijn af onder Marco’s jukbeen en doet vaag denken aan een vluchtig gestolen zoen van een goedkope minnares met foute lipstick. Het is bijna aandoenlijk.

San Pedro Sula, Honduras, rond hetzelfde tijdstip. Naarmate de motoren van de glimmend nieuwe Airbus 320 van Taca Airlines harder beginnen te loeien, zakt Lucas dieper weg in de zitting van zijn stoel, alsof hij de angst kan verminderen door zichzelf kleiner te maken. Lucas heeft nooit gevlogen. Hij is nog nooit zijn land uitgeweest, moest speciaal voor deze reis een paspoort laten vervaardigen en heeft geen geld op zak. Geen cent.

Hij is een vreedzame, bijna statige man, die ondanks zijn wat groezelige, tweedehands kleren en zijn eendachtige tred een waardigheid uitstraalt die hem voorgaat op zijn pad en die hem altijd vergezelt, waardoor mensen zich onwillekeurig tot hem aangetrokken voelen en graag in zijn rustgevende nabijheid verkeren.

20060202Cartagena, Colombia, een uurtje later. Marco wijkt geen duimbreed van mijn zijde. Onder het monotone kabaal van de speedboot die ons naar het koraalrif racet, blijft hij onverstoorbaar tegen me aan praten, in zijn brabbelbrij van Duits en Spaans. De meeste klanken worden voor eeuwig meegedragen op de Caribische winden nog voor ze mijn oren bereikt hebben. Overbodige inspanning.

Wel heb ik tot mijn schrik duidelijk verstaan dat ik van harte welkom ben in zijn pied-à-terre in Bogotá, de hoofdstad van het land, wanneer ik maar wil. De tegenwerping dat ik rond de tijd dat ik daar beland vergezeld zal zijn van drie reisgenoten, wordt terzijde gewuifd als een triviaal detail. In Marco’s huis zijn wel tien kamers!

Nu zijn niet aflatende gepoch me begint te irriteren, maak ik slinks aanstalten om onder het mom van opspattend zeewater te verkassen, terwijl ik ostentatief de onderkant van mijn doorweekte, naar zilt geurende t shirt welgemikt boven Marco’s kurkdroge leren schoen uitwring, om de noodzaak van verhuizing kracht bij te zetten. Vastbesloten grijpt hij mijn schouder beet. Niet uit boosheid. Van zijn gezicht valt een verdovende angst af te lezen, alsof hij plots beseft dat hij te ver is gegaan en zijn welwillende luisteraar dreigt te verliezen; een verlies dat hij zich schijnbaar niet kan veroorloven.

“Mijn kind is dood”. Hij braakt de woorden haast uit. “22 Maanden geleden is mijn zoon gestorven. Mijn vrouw en andere kinderen wonen in Miami, dus in Bogotá zijn alle slaapkamers vrij, snap je? Voor jou, voor je vrienden.”

Dus dat is het. Marco kwijnt weg in zijn verdriet en probeert de immense leegte op te vullen door paaiende woorden en dwingende, te vlug vergeven uitnodigingen in het rond te strooien. Die zullen de leegte nooit vullen. Wegrennen is vergeefse moeite want de pijn heeft zich als een gezwel in zijn lijf verankerd en rent net zo hard met hem mee. Ieder uitweggetje dat hij wanhopig inslaat loopt dood en telkens als hij tegen een muur aanklettert schrikt hij weer wakker, versuft van angst. Vandaag ben ik de muur.

“Dat is verschrikkelijk Marco, het spijt me om te horen van je zoon”. In slow motion laten mijn handen het uitgewrongen, vochtige t shirt gaan en schuldbewust beweegt mijn blik zich van de fijn gevouwen plooitjes in het textiel naar de wit omlijnde, uitgebeten zoutvlek op zijn dure, leren schoen.

Dan kijk ik Marco recht in de ogen en zie voor het eerst die dag een voorzichtige, verontschuldigende glimlach om zijn lippen krullen. Even twijfel ik. Vergeeft hij me nu mijn onbeleefde actie met de zoutvlek, of is dit zijn manier om excuses aan te bieden voor zijn indringende gedrag? Ik zal het nooit weten, maar de muur is doorbroken.

Ter nagedachtenis aan hun zoon hebben Marco en zijn echtgenote zendtijd op de Colombiaanse televisie gekocht. Wie een middelbare school heeft afgerond maar de universiteit niet kan betalen, krijgt na een selectieprocedure in hun programma een kans op een beurs. Al tientallen jongeren hebben zo hun weg naar het hoger onderwijs gevonden. Het lijkt me een veel betere methode om zijn verdriet te verwerken dan in het wilde weg vreemdelingen in zijn lege huis uit te nodigen.

San Salvador, El Salvador, rond hetzelfde tijdstip. Al na de eerste tussenlanding heeft Lucas zich het vliegen eigen gemaakt en stapt hij aan boord als een doorgewinterde reiziger, zonder daarbij zijn bescheidenheid in te ruilen voor de nonchalante flair waarmee menigeen de slurf inloopt die graag laat merken dat een vliegreis voor hem geen geheimen meer kent.

Lucas is onderweg naar Colombia, waar hij een project voor straatkinderen gaat bezoeken dat tientallen jaren ervaring heeft. Als directeur van het opvangcentrum in Honduras is hij bij uitstek geschikt om er kennis op te gaan doen die hij later kan delen met zijn collega’s. Zijn reis wordt betaald door behulpzame Amerikanen.

Cartagena, Colombia, middag. Tijdens de tweede duik ben ik op een piepklein visje gestuit, dat, in tegenstelling tot de meeste visjes in enge diepe zeeën waar het wemelt van de haaien en andere roofdieren, dood eenzaam in de rondte zwom. Ik geloof dat hij blij was om me te ontmoeten, want hij kwispelde vrolijk met zijn staartje en maakte allemaal luchtige bubbeltjes van blijdschap, vlak voor mijn gezicht.

20060203Ik doopte hem “Pescadito”, Spaans voor minivisje, en terwijl we samen opzwommen tegen de golfstroom, in Marco’s kielzog, viel me op dat Pescadito en ik die dag in dezelfde tinten waren gehuld. Zijn gezichtje was van hetzelfde zeegroen als mijn duikmasker, zijn vissenlichaampje had de rode strepen van mijn wetsuit, de vin die parmantig op zijn rug tooide was van het hemelsblauw waarin ook de zuurstoffles op mijn schouders geschilderd was, en Pescadito’s kwispelende, kanariegele staartje, deinde mee op het ritme van mijn minstens even gele zwemvinnen. Als klap op de vuurpijl maakte ik net zulke luchtbubbels als hij.

Dit kon geen toeval zijn, dacht Pescadito natuurlijk, en prompt bombardeerde hij mij tot zijn moeder. In deze nieuwe, door de natuur opgelegde rol als hoedster van het kroost, dwaalden mijn gedachten onwillekeurig af naar Marco en dankzij de kleine Pescadito kan ik mij nu beter verplaatsen in zijn eenzaamheid. In wezen is ook de uitbundige Marco een verlaten visje in zijn grote, doorzichtige aquarium.

Compassie, curiositeit en een dosis gierigheid omdat ik drie hotelnachten kan uitsparen krijgen de overhand en als Marco bij het afscheid nemen nog één keer vraagt of we willen komen logeren, neem ik het aanbod gretig aan. Als een kind zo blij krabbelt hij zijn drie mobiele nummers – zakelijk, privé en een Amerikaanse voor buitenlandse partners – linea recta in mijn agenda om zich er van te vergewissen dat ik ze niet kan wegfrommelen, terwijl ik me in mijn achterhoofd afvraag hoe hij in hemelsnaam drie mobiele telefoons met zich meedraagt.

Colombiaans luchtruim, zonsondergang. Terwijl het ronkende propellervliegtuigje dat me met Lucas zal verenigen de stadslichten van Cartagena steeds dieper onder zich laat, probeer ik me voor te stellen wat ze van elkaar zullen denken. Lucas en Marco. Over enkele dagen ontmoeten zij elkaar. De nederige, arme sloeber en de pochende multimiljonair, de man die nog nooit gevlogen heeft en de man die al meer dan vijfhonderd maal heeft diepzee gedoken. De man die gelukkig is…en de man met het verdriet.

Ondertussen scheert het vliegtuigje over de uitlopers van de Andes en ik kijk toe hoe de Zon en de imposante bergketens met elkaar in een kleurendans verwikkeld zijn tot zelfs de hoogste toppen geen straal meer vangen kunnen. In wezen hebben Lucas en Marco hetzelfde doel. Beiden proberen de wereld een mooiere plek te maken, beiden proberen jonge mensen een kans te geven op een waardige toekomst. Maar er is één frappant verschil. Marco’s drijfveer is verdriet, Lucas strijdt uit overtuiging. Zal hun ontmoeting wel goed verlopen?

Over twee dagen het slot

Geef een kind een kans, schenk de wereld balans.

De eenvoud van geluk

26 juni 2006, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20050501Witte mensen kunnen met een stukje plastic geld uit een muur halen. Zomaar, voor niets! Zijn kleffe vingertjes strijken vol ontzag over mijn bankpasje en door het zware gepeins ontstaan er overal prachtige plooien op zijn anders puntgave kinderkoppie. Aan de vingertjes prijkt her en der nog een trots restje tandpastaschuim. Sinds zijn eerste bezoek aan de tandarts maakt Pedro namelijk deel uit van de overenthousiaste poetsbrigade. Drie maal daags na het eten wordt er vlijtig geschrobd, met als drijfveer natuurlijk de pijnlijke herinnering aan boortjes en tangen.

Samen zitten we in de wachtkamer van de dokter met 48 potjes poep en evenzoveel buisjes urine. Ik trek er een hoofd bij alsof het deel uitmaakt van mijn dagelijkse bezigheden om met bakken poep en plas rond te zeulen maar stiekem vind ik het vies. Alle kinderen hebben die ochtend verplicht deelgenomen aan de beruchte wormtest; de urine is om eventuele andere boosdoeners aan het licht te brengen.

Als je op straat rondzwerft pik je nogal eens wat op. De kinderen hebben soms de meest bizarre kwaaltjes die onze westerse artsengasten altijd verlekkerd doen kijken als ze weer eens op een in Europa decennia geleden uitgeroeid ziektebeeld stuiten. Omdat die artsen zich een beetje schamen voor hun pottenkijkers gedrag slaken ze in dergelijke gevallen slecht gesmoorde kreten van ongeloof en verrukking en zodra ze zich onbespeurd wanen beginnen ze driftig foto’s te maken van vreemd ogende bultjes, pukkels, vlekken en zweertjes. De kinderen waarderen dat met vertwijfelde trots en een vleugje argwaan.

Ik vraag me altijd af wat ze met die foto’s doen. Zouden ze die als trofee in hun praktijk hangen? Meezeulen naar congressen en dan honderdmaal uitvergroot op een beeldscherm aan jaloers kwijlende collega’s tonen? Zo lang de kinderen niet herkenbaar in beeld komen lijkt het me nogal onschuldig.

In je uppie bij de Hondurese dokter met een plateautje poep en plas is niet de meest gezellige invulling van een ochtend, dus had ik het briljante idee opgevat om Pedro op een uitje te trakteren. Als je acht bent en in het opvangcentrum van Proniño woont, dan is een uitje een spectaculair evenement. Je spijbelt legaal, je vangt een glimp op van de spannende straten die eens je thuis waren, en als je het handig speelt weet je misschien nog een ijsje los te zeuren ook.

Op dit moment echter is het ijsje volledig naar de achtergrond verdrongen door de verbijsterende ontdekking van de plastic geldmaker. Voor Pedro is het niet te bevatten en vol ongeloof vraagt hij me telkens opnieuw om uit te leggen hoe dat nou toch precies werkt.

Krijg je dan geen straf als je die kaart gebruikt? Maar is dat dan echt geld dat uit die muur komt, of zou het nep zijn? Het is vast nep of niet Bas? En kun je zo veel briefjes vragen als je maar wilt? Ook honderdmiljoenduizend? Ben jij de rijkste man van de wereld? Vast hè Bas, andere mensen hebben niet zo’n raar kaartje!

Met smaak neem ik deel aan het grote vraag en antwoordspel en ieder antwoord staat garant voor een nieuwe blik vol ongeloof en een spervuur aan ontwapenende kindervragen. Zou kleine Pedro weten wat een mobiele telefoon is?

Op de deur van de wachtkamer staat het nummer van de praktijk. Terwijl ik het jongetje met een knipoog en een tot stilte manende wijsvinger voor mijn lippen deelgenoot maak van het complot, toets ik met mijn vrije hand tergend langzaam de cijfertjes in, zodat de spanning voor het kleine ventje haast onhoudbaar wordt. Heerlijk.

“Bloewp”. Het is de enige klank die ik uitstoot voor ik schalks het gesprek wegdruk, terwijl ik onder één ooglid vandaan naar de verwarde assistente gluur. Pedro giert het uit. Hij wil ogenblikkelijk zelf de proef op de som nemen en graait het toestelletje uit mijn handen. Verrassend snel heeft hij in de gaten hoe de procedure in haar werking gaat en tot mijn ontreddering is er geen houden meer aan.

20050503De assistente is niet gecharmeerd. Ze oppert dat we de volgende morgen terug mogen komen om de resultaten op te halen. Daar kunnen Pedro en ik ons uitstekend in vinden en we profiteren van de vrije ochtend om de moderne magie van de grote stad te ontdekken. Samen spijbelen!

Opgewonden sprinten we naar het internetcafé, want ik had hem in geuren en kleuren uit de doeken gedaan dat mensen in mijn land zijn foto konden zien op een soort tv scherm. Ook als hij er niet zelf bij is!

Voordat ik plaatjes van de kinderen op www.homelesschild.org plaats, vraag ik hun toestemming, maar hoe ik mijn best ook doe om uit te leggen wat dan precies het internet is, voor kinderen die nooit een website hebben bezocht in hun leven, blijft het een abstract verhaal. Dat mag de pret niet drukken, op een enkele uitzondering na vinden ze het grandioos om hun verhaal te doen voor de mensen in het verre Nederland.

Hij glundert en we surfen de hele website over en weer. De pagina’s waar hij op prijkt, al is het maar zijn arm of als vage schim in een hoekje, moeten we drie keer langs. Pedrootje met een voetbal, Pedro in een schijngevecht gewikkeld met zijn beste vriendje, Pedro in de nek van Bas, het houdt niet op. De voetbalfoto intrigeert hem het meest, want hij heeft besloten om Honduras eigenhandig naar de wereldbeker te spelen, later als hij groot is. Of ik toch alsjeblieft maar aan iedereen die ik ken vertel hoe goed hij is, want misschien kiest Nederland hem dan wel voor de jeugdselectie!

Het is tijd voor een ijsje.

“Met mama gingen we nooit een ijsje eten”.

“Nee, maar mama had geen geld Pedro, dus dat kon niet”.

“Waarom had mama dan nooit geld? Ik moest altijd bedelen op straat en ik nam keiveel geld mee iedere dag!”.

“Maar je hebt zes broertjes en zusjes en die moesten allemaal iets eten, dus dan is er gewoon niks over voor een ijsje of iets lekkers”.

“We kregen nooit te eten, alleen maar rijst en mama maakte al het geld op aan pillen die haar niet beter maakten. En soms moest ze huilen of ze werd kwaad en dan sloeg ze ons wel eens”

“Dat komt omdat ze heel ziek is en wanhopig, daarom kan ze ook niet meer voor je zorgen en kwam je op straat terecht, snap je?”

Zijn kille, felle blik snijdt door me heen .

“Nee”.

20050504Moet ik hem nu uitleggen dat zijn moeder kanker heeft en dood eenzaam in haar kleien hutje ligt te creperen? Ik loop weg om de ijsjes af te rekenen. Als ik terugkom, vermijd ik angstvallig Pedro’s vragende ogen. Lafaard.

Hand in hand struinen we verder door de stad. Stilzwijgend. Gelukkig biedt de winkelstraat soelaas en al gauw laat zijn kinderbrein zich weer verleiden door de meringue muziek die uit de luidsprekers van zelfs de kleinste kraampjes schalt, door de kleffe, aan hun wikkel plakkende Hondurese toffees die op iedere straathoek verkocht worden, en tot mijn ontzetting ook door de geldautomaat, waar een vilein ogende bewaker met een achttiende eeuwse karabijn en een gloednieuwe nep rayban positie heeft ingenomen om de lokale elite te behoeden voor kidnapping en aanslagen.

El Progreso, waar maar liefst 120.000 mensen wonen, beschikt over welgeteld één flappentap, die alleen maar werkt als de directeur zin heeft gehad om hem bij te vullen, als er geen stroomuitval is in de buurt en als de computerverbinding naar de internationale bankpasjescentrale kan worden gelegd. Dat komt neer op een dag of twee in de week.

Ik heb geen geld nodig. Pedro vindt van wel. Hij wint. Uiteraard. Nadat ik zo heb lopen pochen over mijn kwaliteiten als geldtovenaar zou terugkrabbelen nu puntje bij paaltje komt natuurlijk hoogst verdacht zijn. Daar sta ik dan naast een ongelovig achtjarig jongetje voor een automaat die het vijf dagen in de week niet doet. Als hij vandaag verstek laat gaan, val ik van mijn voetstuk, als hij het doet ben ik een magiër. Hij doet het. Vanzelfsprekend!

Pedro heeft besloten dat hij het allemaal fantastisch vindt. Tot nu toe vond hij me heel leuk, maar in het afgelopen uur is hij spontaan van me gaan houden. Zo simpel is dat voor een kind. Na het succesnummer van de geldoperatie ben ik officieel verheven tot goochelaar. Gister nog had ik hem proberen uit te leggen dat de kunsten die Harry Potter uit kan halen niet echt zijn, maar daar trapt hij mooi niet meer in. Als Bas briefjes uit een muur kan laten stromen, dan kan Harry op zijn minst vliegen.

“Bas, kun jij óók vliegen?”, zijn handje knijpt nog eens extra hard in de mijne, alsof hij zichzelf wil bewijzen dat ik echt besta en hij niet over enkele tellen bruusk uit deze prachtige droom wordt opgeschud door zijn kwaaie, zieke moeder. Hoopvol kijkt hij me aan.

Als held van vlees en bloed kan ik moeilijk onderdoen voor een puberaal stripfiguurtje met ontluikende pukkels.

“Tuurlijk, en zonder bezem!”

“Nietes”

“Wel waar”

“Zonder bezem?”

“Ja hoor, maar alleen als het heel donker is, als alle kindertjes slapen”.

Dat vindt hij zichtbaar een teleurstelling en prompt eist hij dat hij een keertje op mag blijven tot het zo donker is dat ik kan vliegen. Tja…

20050505Voorlopig zal hij genoegen moeten nemen met een enkeltje opvangcentrum in mijn uitgeleefde Toyotaatje. In een buitenwijk rijden we de grote jongens tegen het lijf, die net uit school komen. Voor één keer voert kleine Pedro het hoogste woord en hij vertelt honderduit over al zijn ontdekkingen: telefoons zonder stekker, een tv scherm waarop de mensen in Nederland al zijn voetbalwedstrijden live kunnen volgen, en dat hij een truc heeft geleerd om gratis geld uit een muur te halen. Zo veel je maar wilt!

Hij zit op mijn schoot achter het veel te grote stuur van mijn autootje want als slagroom op de taart had ik hem beloofd dat hij eigenhandig terug naar huis mocht rijden. Niet zo stoer als vliegen maar toch lang niet slecht!

Een maand daarvoor had ik alle kinderen een tol cadeau gedaan. Zo’n tol waarmee in Nederland uitsluitend mensen van boven de zestig nog gespeeld hebben als kind. Het bleek het beste cadeau ooit. Onbreekbaar. Alle kinderen kunnen er de gekste capriolen mee uithalen: ze laten hem draaien in de palm van hun hand, stuiteren op hun knie en gebruiken hem zelfs om knikkers mee weg te keilen. Ik bak er niets van, tot grote ergernis van Pedro, die maar niet begrijpt waarom ik wel kan vliegen maar te onhandig ben om een tol te lanceren!

Spelend met zijn tol is hij de gekunstelde magie van het bankpasje gauw vergeten. Wat overblijft is de magie van het geluk. Die magie is puur en bereikbaar voor iedereen die haar toe weet te laten. Voor het belangrijkste goed kan geld geen plekje kopen op de eerste rij en vaak meen ik in de ogen van onze kinderen meer geluk te lezen dan in die van hun rijkere leeftijdsgenootjes, die zich verveeld proberen te vermaken met hun nieuwe play station, die me vaag en ongeïnteresseerd aankijken als ik begin over stoeprandje spelen of handvangertje. Hoe ver willen we gaan?

Als ik de volgende ochtend bij het centrum aankom gaat er ogenblikkelijk een druk geroezemoes op. De kinderen plegen onderling overleg terwijl ze me af en toe onderzoekend aankijken. Normaliter zijn ze bepaald niet verlegen, maar ik merk tot mijn ongemak dat ze plots heel terughoudend zijn. Dan duwt de grootste Pedro mijn richting uit. Schoorvoetend komt hij aan.

“Bas?”, klinkt het iele stemmetje.

20050502“Ja jongen”

“Bas, zou je misschien vanavond alsjeblieft heel laat willen blijven? Of misschien kan je blijven slapen alsjeblieft als je het leuk vindt?”

Niet begrijpend staar ik hem aan en vraag waarom hij dat zo graag wil.

“Omdat je dan voor me kunt vliegen als het donker is! Zonder bezem!”

Oh nee toch…

Pedro is een fictieve naam en de verhalen zijn een beetje aangepast om hem wat privacy te schenken. Dat is zonde voor zijn ontluikende voetbaltalenten maar wie interesse heeft kan ons schrijven. Het is een toppertje! Omdat ik nog steeds niet heb leren vliegen verlaat ik sinds die beruchte dag het centrum steevast voor zonsondergang, want de kinderen hebben wekenlang aan mijn hoofd gezeurd over het grote vliegavontuur. Hun kindergeest herbergt voor mij nog veel geheimen, maar het is een geschenk om met hen te mogen werken; ze maken ook van mij weer een vrolijke kwajongen :)

Geef een kind een kans, schenk de wereld balans.