Zachtjes dansen de tonen van Ravel mijn oren binnen en voorzichtig vermengt de dwaze onderwereld van het straatkind zich met het keurige bestaan van de Europese burgerij. Even weet ik niet waar ik ben.
Een week later kom ik aan in Honduras, waar ik voor het vierde jaar ga werken met de straatkinderen van Proniño. Nicky, Lucas, Tielke en ik zijn vlak daarvoor in Colombia geweest om het project te bezoeken waar Proniño uit ontsproten is.
De Colombianen hebben inmiddels 37 jaar ervaring en in die lange tijd hebben ze met vallen en opstaan geleerd hoe ze straatkinderen het best kunnen opvangen. Hoe laat je een kind dat al jaren gewend is om op kartonnen dozen in een portiekje te slapen inzien dat het echt fijner en veiliger is in een heus bed? Hoe help je iemand van twaalf die al zes jaar lang lijm heeft gesnoven – en stiekem sinds een jaartje ook wat crack ? en die overvallen wordt door wanhopige momenten van paniek in het vooruitzicht dat hij een dag lang geen drugs krijgt, laat staan de rest van zijn leven?
Lucas is directeur van het tijdelijke opvangcentrum in Honduras en Nicky directrice van het permanente wooncentrum. Colombia is voor hen een onuitputtelijke bron van kennis en ervaring waar ze naar hartelust uit kunnen scheppen en die ze na terugkomst zullen toepassen bij Proniño en overbrengen op hun collega’s.
Tielke, de secretaris van Homeless Child, en ik gaan mee om onze eigen kennis van opvang voor straatkinderen te vergroten. Om belangenverstrengeling te voorkomen en omdat we alle gedoneerde gelden voor de kinderen willen gebruiken, betalen we onze reis uit eigen zak en wordt de reis van Nicky en Lucas gesponsord door onszelf en door bevriende Amerikanen.
Eenmaal in Honduras moet ik slikken van wat ik daar aantref. De afkick, de vakopleidingen, het niveau van de begeleiders, de financiële continuïteit; Proniño steekt plots schril af bij de luxe veelheid aan successen die de Colombianen hebben geboekt.
Is dit het nou? Proniño heeft geen afkickcentrum dat aan de ene kant omringd wordt door vierhonderd kilometer bos en aan de andere kant door een oceaan waar het wemelt van de haaien. Dat van Proniño ligt op een gedoneerd lapje bananenplantage, vlak buiten de stad. Het hek is niet zo hoog en omdat we geen geld hebben kunnen we de gaten die er her en der in zijn geknipt niet repareren. Tja, dan loopt er wel eens een knulletje weg!
Er is geen psycholoog, geen leraar elektrotechniek en sommige begeleiders hebben alleen een lagere schoolopleiding. Hoe kun je drugsverslaafde kinderen een toekomst bieden als je zelf nauwelijks de tafel van zes kent?
Even dreigt de wanhoop de overhand te nemen en enkele keren word ik overvallen door de neiging om lekker bij de pakken neer te gaan zitten. Zonnebaden op een Caribisch strand dan maar? Een trektocht door de lokale jungle?
Dan walst weer die verheffende melodie van Ravel mijn oren binnen en opnieuw word ik weggedragen door de betovering. Vrolijk dansen volwassen geworden straatkinderen aan mijn ogen voorbij die succesvol zijn. Maar kan Ravel wel in Honduras of Colombia? Hoort zo’n oude componist niet beter thuis bij welopgevoede westerlingen dan bij een straatkind zonder naam? Waar ben ik nou eigenlijk?
In de daarop komende maanden word ik zo in beslag genomen door die vraag en door de immer groeiende berg werkzaamheden in Honduras, dat ik niet meer toekom aan het beschrijven en vertellen van mijn avonturen. Volgende week de oplossing van het raadsel van Ravel en daarna weer een ouderwets verhaal!
Geef een kind een kans, schenk de wereld balans.





