Archive for 2005

Evenwicht

10 september 2005, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20050405In het vorige verhaal schreef Bas over zijn ontmoeting met Maria, die na een helse tocht door de Mexicaanse woestijn als illegaal in de Verenigde Staten kon werken. Het deed hem denken aan de keer dat hij met een in tweeën gescheurd paspoort de wereld over reisde. Hier het vervolgverhaal, waar Bas met klamme handjes bij de Amerikaanse douane aankomt.

“Hi”. Wat bedoeld was als een stoere, joviale groet, kwam er door de afgeknepen keel uit als de drie tonen te hoge noot van een dronken operette zangeresje.

“Waar kom je vandaan?”

“Uit Honduras, meneer”.

De man buldert een lachsalvo en zegt hartelijk dat ik er voor een Latino wel heel blank uitzie. In mijn nervositeit had ik niet begrepen dat hij mijn land van herkomst bedoelde, maar mijn vergissing is een schot in de roos want hij blijkt zelf een tot Amerikaan genaturaliseerde Latino te zijn.

Wanneer ik hem vertel dat ik maandenlang vrijwilligerswerk met straatkinderen heb gedaan krijg ik spontaan een high five met als bonus in dezelfde beweging alle benodigde stempeltjes om het land binnen te gaan. Mijn paspoort heeft hij niet ingekeken.

Triomfantelijk begeef ik mij naar de slurf waar vlucht SA738 van Singapore Airlines naar Tokyo vertrekt. Wie gewapend met een nagelschaartje de veiligheidsdiensten van de Verenigde Staten van Amerika kan overwinnen, die kan heel de wereld aan. Of toch niet?

Dertien uur vliegen en een datumgrens verder bevind ik mij opnieuw in een rij. Ditmaal weet ik het meteen zeker. Ik word gepakt. De Japanse douanebureautjes zijn uitgerust met 100 watt gloeilampen, waaronder elk paspoort minutieus bestudeerd wordt. Deze truc had ik thuis ook al uitgevoerd. Hier bevindt zich het mankement van mijn ingenieuze operatie want het transparante ziekenhuisplakband dat de twee helften van mijn paspoort met elkaar verbindt, licht op in een waaier van discokleuren.

20050402Argwanend kijkt de douanière mij aan. Tot mijn verbijstering spreekt ze geen woord Engels en zoals ik al vreesde heeft mijn mierzoete glimlach niet het minste effect. Ik moet mee naar een hok. Het deert me niet; ik ben Amerika ongeschonden doorgekomen en kan mij niet voorstellen dat de Japanners me zouden verdenken van paspoortvervalsing of het beramen van een aanslag op hun hoofdstad. Al na vijf minuten komt de chef, die me vriendelijk welkom heet in het land van de rijzende zon. Ik ben een vrij man.

Even overweeg ik de Amerikanen een setje gloeilampen te schenken voor hun strijd tegen het terrorisme. Ach, laat ook maar.

Ik ontwaak uit mijn mijmeringen en merk dat ik mij in werkelijkheid nog steeds met Maria op de voorbank van mijn autootje in Honduras bevind. Ze vertelt verder over haar avonturen als ongewenste vreemdeling in de Verenigde Staten.

Maria heeft die typisch Latijns-Amerikaanse gewoonte om vrolijk te blijven onder de meest deprimerende omstandigheden en ik benijd haar kunst om haar lijdensweg met zo’n oprechte glimlach uit de doeken te doen. Ze heeft hagelwitte tanden. In gedachten verzonken vraag ik me af hoe je zo broodarm kunt zijn en toch zulke witte tanden kunt hebben en tot mijn diepe schaamte betrap ik mezelf op een vleugje jaloezie.

Ze is de Latijns-Amerikaanse versie van de Afrikanen die de Europese Unie proberen te bereiken. Thuis in de luie stoel voor het journaal lijkt het zo onwezenlijk. Enkele tientallen Ghanezen die verdrinken in een wanhoopspoging om een Zuid-Europees eilandje te bereiken, een paar honderd Nigerianen in de boeien geslagen door de Marokkaanse politie omdat ze niet snel genoeg over het hek naar de Spaanse enclave konden klauteren. Je kijkt er naar of je zapt het weg.

Maar nu, in de intimiteit van mijn kleine autootje wordt het thema plots heel tastbaar. De ongewenste vreemdeling heeft nu een naam en een gezicht. Ze heet Maria. Ze is mooi, lief en eerlijk. In een opwelling wil ik haar omarmen, haar troosten, haar al het geld geven dat ik bij me draag en liefst ook haar dochtertjes adopteren. In plaats daarvan stel ik een vraag:

20050407“Waarom deed je het Maria?”

“Voor mijn kinderen”

“Alleen voor hen?”

“Ja Bas, alleen voor hen”.

“Hoezo?”

“Bas, kijk om je heen, zie hoe we leven. Zou jij dat wensen voor je kinderen? Of zou je net als ik de kracht vinden om het onmogelijke te wagen?”

Maria’s wanhoop drijft haar tot een dapperheid die ik me in mijn rijkdom niet veroorloven kan. Geld dient het gemak en dat maakt dapperheid onbetaalbaar. Ze is vastbesloten, volgende maand gaat ze weer op weg naar de andere oever, naar Amerika. Haar oudste dochter, net vijftien lentes jong, moet op de kleintjes passen. Papa is dood, AIDS.

20050406Ik lees geen angst in Maria’s ogen, geen greintje jaloezie en zelfs geen verbittering. Integendeel, ze straalt. Ze heeft maar één wens en het is de puurheid van die wens die haar de vleugels geeft om zo elegant te zweven door het leven dat nochtans zijn best doet om haar klein te krijgen. Maria’s wens is een beter bestaan voor haar kinderen.

Rijk, arm, wit of zwart, waar stond uw wieg toen u geboren werd? Waar is de balans tussen welvaart en armoede, tussen mens en natuur? Het evenwicht op deze planeet is zodanig verstoord dat onze wereld op haar grondvesten schudt. De Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika, schijnbaar onneembare forten, gaan gebukt onder het kolossale gewicht van massaal toestromende fortuinzoekers en van hun eigen geweten.

Maria en consorten lijden verreweg het meest onder dit gebrek aan balans, maar zij zijn niet de enigen. Wij zijn bang voor onze banen, ons gevoel van veiligheid blijkt telkens meer op illusie gestoeld en dankzij moderne media en avontuurlijke vakanties worden we ons pijnlijk bewust van het gapende gat tussen “hen” en ons. Nederland, Denemarken en Australië staan op scherp vanwege raciale spanningen. De Fransen staken onlangs hun eigen land in brand en de Amerikanen zijn sinds 11 september 2001 zo van slag dat heel de wereld meetrilt.

Meer evenwicht ligt binnen handbereik maar durven we de uitdaging aan te gaan? Verreweg de meeste Afrikanen willen helemaal niet naar Nederland. Die vinden Nederland te koud, te blank en te vrijgevochten. Maria wil niet naar Amerika. “Ik haat dat land, de mensen zijn zo kil”, fluisterde ze me verlegen toe.

20050403Maria waagt haar leven voor haar kinderen, de Afrikanen in hun wiebelige bootjes waarschijnlijk ook. Geel of zwart, katholiek, hindoe of heiden, hoe verschillend we ook lijken, op een enkele uitzondering na hebben wij allemaal een gemeenschappelijke deler. Ieder van ons is op zoek naar geluk. Wie gelukkig is begint geen oorlog en staat zijn buur niet naar het leven.

Door elkaar een eerlijke kans te gunnen op geluk, scheppen we ook een beter leven voor onszelf. Wie een straatkind steunt in Honduras helpt er voor te zorgen dat hij, eenmaal volwassen, niet als illegaal zijn heil zoekt in Amerika. Door de Afrikanen nu te helpen een zelfstandig bestaan op te bouwen, hoeven we in de toekomst niet meer te vrezen dat ze ons fort massaal bestormen. Dan kunnen we de poort zonder angst openzetten.

Ondertussen hobbelen Maria en Bas samen verder in zijn auto, broederlijk naast elkaar. De lange, dunne, blanke man en de korte, dikke, donkere vrouw. De eerste heeft schijnbaar alles mee; het is een man, hij is blank, in zijn kontzak glimt een credit card die het altijd doet en hij bezit een gloednieuw paspoort dat grenzen doet vervagen en deuren als bij toverslag opent. De vrouw is maar een vrouw, één met een kleurtje nog wel. Ze weet niet wat een credit card is en haar paspoort reduceert haar tot illegaal uitschot.

20050404Maar wie van de twee heeft de meeste moed, wie heeft de langste adem? Wie o wie van hen is het sterkst? ’s Avonds, als ik tijdens het tandenpoetsen in de spiegel kijk, lees ik in mijn bedrukte gezicht het antwoord op die vraag.

Over een paar dagen, als ik aanschuif voor een vorstelijk kerstmaal, zal ik genieten zonder schuldgevoel. Het beklemmende juk van de schuld heb ik allang afgeworpen. Wel zal ik denken aan Maria en mij voor even nederig durven voelen. Dat vergt voor een jongen die rondwandelt in een maatschappij waar ego de boventoon voert al een berg moed. Vannacht, voor ik in slaap val, zal ik aan je denken Maria. En ook al is het verboden, al is het uiteindelijk geen oplossing, vannacht in bed zal ik vurig voor je duimen dat je de andere oever opnieuw haalt. Voor jou. Voor je mooie dochtertje van vier.

balanceGeef een kind een kans, schenk de wereld balans!

De mensen van Homeless Child wensen u, vooral ook namens de kinderen in Honduras, een prettige kerst, een jaar vol liefde en :) . een handjevol evenwicht?

Als u dat wenst kunt u een eenmalige of periodieke donatie storten op 212487167 ten name van Homeless Child in Eijsden, of u kunt online doneren. 100% van iedere gift wordt naar Honduras gestuurd omdat de teamleden van Homeless Child zelf alle onkosten dragen.

Wie meer wilt weten over het economisch zelfstandig maken van ontwikkelingslanden kan er “Het einde van de armoede” van Jeffrey Sachs op naslaan. (Engelse uitgave: The End of Poverty).

Op wereldreis met een rolletje plakband

20 augustus 2005, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20050302“Soy mojada”, ik ben nat. Buiten straalt de zon en is het krukdroog. Mijn verdwaasde blik pint zich onwillekeurig vast in Maria’s glinsterende ogen en als gehypnotiseerd staar ik haar luttele tellen aan, balancerend tussen blinde paniek en hilariteit. Haar ontwapenende grijns tovert me uit mijn koortsachtige overpeinzingen en pas dan begint het me te dagen waar zij natuurlijk op doelt.

Maria lift mee in mijn aftandse Toyotaatje. We bevinden ons in één van de meest verloederde wijken van de stad, waar argeloze westerlingen vogelvrij zijn verklaard, maar waar ik mij als een schim begeven heb om twee kleine meisjes op te halen die zo graag hun broertjes in ons opvangcentrum willen bezoeken. Zonder er doekjes om te winden vertelt Maria dat ze twee jaar borden heeft gewassen op de snikhete zolder van een restaurant in Houston, Amerika. Maria was daar illegaal. Samen met haar maken elk jaar duizenden Centraal Amerikanen de levensgevaarlijke tocht naar het beloofde land, naar het land waar de dollars voor het oprapen liggen en iedereen zijn dromen waar kan maken.

“Los mojados”, de natterikken, noemen zij zichzelf. Na een reis van enkele dagen door eigen land en Guatemala, stuiten zij op de eerste hindernis van betekenis, de Mexicaanse grens. Wie gepakt wordt krijgt een enkeltje thuisland, wie het redt heeft 3.000 kilometer Mexicaanse bergen en woestijn voor de boeg. Zonder geld, zonder identiteit. Aan het eind van die woestijn wacht hen echter het grootste obstakel: een woeste rivier met aan de overkant waakhonden, Amerikaanse grenswachten en metershoog prikkeldraad. Wie de andere oever haalt is op zijn minst kopje onder geweest. Een “natterik” dus.

20050301Haar relaas over de barre tocht naar Amerika doet me denken aan een akkefietje dat ik zelf een jaar eerder bij een grensovergang had. Dat akkefietje valt in het niet bij de verschrikkingen die Maria heeft doorstaan. Tot mijn schrik ontdekte ik in 2004 tijdens een weekendverlof in El Salvador dat de plastic hoofdpagina van mijn paspoort zich had losgescheurd. De consul in de hoofdstad van het minuscule landje, dat haast nooit door Nederlanders wordt aangedaan, wist mij plechtig te melden dat zijn ontvangstruimte met regelmaat werd bestormd door paniekerige landgenoten die hetzelfde was overkomen. Een nieuw paspoort kostte drie weken en 80 euro.

Uit een soort misplaatste vrekkigheid en met de absurde gedachte dat ik het ministerie van buitenlandse zaken een hak kon zetten, besloot ik toentertijd dat ik ook met een in tweeën gescheurd document vast nog wel de wereld rond kon trekken. Ik had dat jaar besloten om na het vrijwilligerswerk in Honduras via zes min of meer dictatoriale Aziatische staten naar Nederland terug te reizen. Een lieve glimlach doet vaak wonderen, dacht ik nog naïef.

Gewapend met een nagelschaartje, een pincet en een rol transparant ziekenhuisplakband heb ik uren geconcentreerd zitten zwoegen om mijn bloedeigen paspoort te vervalsen en in de knusse huiselijkheid van mijn Hondurese appartementje beschouwde ik het resultaat als uitermate grensbestendig. Een dag later, in het vliegtuig, was het gedaan met de bravoure.

In de rij voor de bloedserieuze douanebeambten van Los Angeles International Airport, werd het me akelig duidelijk dat een lieve glimlach hier volstrekt geen wonderen zou doen. Paniekbeelden over stevige ondervragingen en verplichte deportatie schoten door mijn hoofd.

20050303Hoe had ik zo naïef kunnen zijn om ook maar een moment te denken dat mijn amateuristische geklungel met een nagelschaartje en een rolletje plakband onopgemerkt kon blijven voor de speciaal getrainde inspectiediensten van ’s werelds best beveiligde land? Sinds de septemberaanslagen komt een fruitvlieg deze natie niet eens binnen zonder doorgelicht te zijn, laat staan een heel mens.

Klamme handen. Een opzichtig zweetplasje vormt zich onmiskenbaar in de oksel van mijn t shirt en in films heb ik op die manier al menig gangster door de mand zien vallen. De rij slinkt. Mijn ogen speuren systematisch de ruimte af op zoek naar vluchtwegen maar dat is zinloos, die zijn er niet.

“Next!”, de stem van de beambte galmt na in de kilte van de steriele hal.

Dat ben ik.

Binnen enkele dagen het slot.

Geef een kind een kans, schenk de wereld balans!

Een succesvolle symfonie

15 juli 2005, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20050203Terwijl het orkestgezelschap van Ravel me discreet op mijn pad blijft vergezellen, volgen in Honduras, waar ik net voor het vierde jaar ben aangekomen om te werken voor het Proniño project, de gebeurtenissen elkaar in rap tempo op.

Nog voor ik goed en wel mijn huisje heb betrokken, staat Dolf op de stoep. Hij is een bevriende ingenieur uit Nederland die een bodemonderzoek komt doen naar de aanleg van een verhard stuk weg binnen het wooncentrum. Om het regelmatig door slagregens en orkanen geteisterde terrein ook in het natte seizoen begaanbaar te houden, is het nodig om een paar honderd meter asfalt te leggen, zodat voedsel, begeleiders en kinderen de klassen en eetzaal kunnen blijven bereiken.

Een dag later ga ik Nicole ophalen van het vliegveld. Zij is in Nederland bestuurslid van Homeless Child en komt voor de tweede keer op werkbezoek. Ondertussen is de bouw van een slaapzaal voor meisjes in volle gang. Met hulp van de Nederlandse regering (zie www.ncdo.nl), van Wilde Ganzen (zie www.wildeganzen.nl) en van Rotary Club Winterswijk kunnen we over een tijd ook meisjes welkom heten binnen het project.

Dolf en Nicole zijn nog niet weg of alweer denderen de loeiende motors van een 747 meedogenloos over het van de hitte plakkerige asfalt van ons lokale landingsbaantje, om een volgende gast af te leveren. Zo’n vliegtuig hoort hier niet. Het brullende gelaat van ’s werelds meest vernuftige technologie staat in te fel contrast met de ontluisterende waarheid van hutjes en hongerbuiken, maar stiekem snak ik naar zo’n kleffe vliegmaaltijd. Alles zou me nu beter smaken dan weer een portie bruine bonen met tortilla, zelfs de met gesmolten kaasplastic aan elkaar geregen pasta in een Boeing bakje uit de magnetron.

De ouwe Ravel moet er van glimlachen en hartelijk lach ik met hem mee. Zijn opzwepende klanken geven me vleugels en ik word weer meegevoerd naar die andere wereld, naar een wereld van jongeren die het goed hebben. Ik zie pubers die muziek maken op het hoogste niveau en langzaam begint het me te dagen waar ik ben. Eindelijk.

20050202Dan stapt oom Dirk uit de vlieghal mijn gezichtsveld binnen. Ik daal van mijn dagdroom af en wandel de werkelijkheid weer in. Dirk is fotograaf. Zijn visualisatie van het Proniño project zal ons in de toekomst zeker van pas komen en bovendien hebben we elkaar in de afgelopen zeven jaar maar één keer gezien, dus er valt veel bij te praten.

Dirks verblijf overlapt dat van zes Nederlanders die twee weken te gast zijn om het project te bezoeken en Honduras te ontdekken. Dankzij hen worden de roemruchte Hollandse tradities van het koekhappen en het spijkerpoepen tot een ware kunst verheven onder de lokale jeugd. Onze jongens krijgen geen genoeg van “de-grote-hap-poep-en-win-een-snoepje-estafette” tot er natuurlijk een onvermijdelijke oorlog uitbreekt om welke ploeg de winnaar is.

De hoofdprijs is namelijk een blikje fruitsap en dat krijgen onze kinderen nooit. Voor hen is een simpel blikje fris een luxe die hen zelfs met het kerstmaal niet ten deel valt en zo’n trofee is dus ruimschoots een oorlogstafereeltje waard. Nederland zwijgt in collectieve gêne.

Een dag later is het schilderen geblazen voor onze blanke bezoekers want ook vakantiewerk staat op het programma. Er is een ziekenboeg bij het wooncentrum gebouwd waar simpele medische en tandheelkundige handelingen verricht worden, om zo de kosten voor gezondheidszorg te drukken. De muren worden voorzien van kleurrijke vissen, koralen en een gezonken boot, zodat de schatjes een beetje afleiding hebben als de zoveelste op straat verwaarloosde kies er uit moet.

De boortjes en tangen? Die zijn in gezelschap van indrukwekkende hoeveelheden hamers, onderbroeken, voetballen en gympen naar Honduras verscheept in een container die we in Nederland met vereende krachten geladen hadden.

Terwijl de groep Nederlanders van hun laatste avondmaal geniet, rijd ik in de stromende regen opnieuw een 747 tegemoet, om de volgende gasten welkom te heten. Ineke en Tielke, de voorzitter en secretaris van Homeless Child, met in hun kielzog, slechts enkele uren later, Annette, een bevriende kinderpsychiater uit Denemarken.

20050201Tielke, die net als ik de beelden van het tot in details georganiseerde project in Colombia dat we in juni bezocht hadden nog vers in het geheugen heeft, schrikt van het gebrek aan structuur in het Hondurese wooncentrum. Het tijdelijk verblijf waar de kinderen worden opgevangen als ze van de straat komen functioneert naar behoren en de kinderen bloeien er op, maar de situatie in het wooncentrum baart zorgen.

Net als veel kleinschalige projecten leeft Proniño dankzij de enorme inzet van de oprichters maar hebben zij voldoende steun in hun omgeving? Ook geldgebrek is een eeuwige vijand. Er is een tekort aan begeleiders, aan kennis, aan vakopleidingen en sportmogelijkheden. Annette en Tielke nemen samen met de mensen van Proniño de structuur onder de loep en gaan op zoek naar mogelijkheden voor verbetering binnen het kleine budget waarmee we opereren.

Ondertussen beginnen de muziek makende pubers van Ravel steeds meer tot leven te komen en daarmee groeit mijn vertrouwen in een oplossing, tot ik wreed uit mijn dagdroom word weggerukt door een gruwelijk bericht uit de naburige stad.

In een door de Hondurese regering gerund opvangcentrum is een kind vermoord. Gewoon doodgeschopt. De begeleiders doen een halfslachtige poging om de schuld in de schoenen van andere kinderen te schuiven, maar daar komen ze niet mee weg. Al gauw blijkt dat een aantal van de mensen die de nobele taak hebben om over deze kinderen te waken, zich met regelmaat aan hun pupillen vergrijpen en hen verrot slaan of seksueel misbruiken.

Het land is in rep en roer en wekenlang blijft het incident voorpaginanieuws in alle kranten. Saillant detail is dat de presidentsvrouw financieel en persoonlijk diep in de zaak verwikkeld is, hetgeen het nieuwsvuur alleen maar hoger doet oplaaien. Het centrum wordt tijdelijk gesloten. Bij Proniño rinkelt de telefoon met de vraag of er doodleuk eventjes twintig van de geteisterde pupillen kunnen worden ondergebracht. Alsof het niets is.

Net als zijn befaamde Boléro zwelt ook Ravels roep steeds verder aan en hij dwingt me om maanden terug te gaan in de tijd, tot eindelijk de mistige sluier in mijn hoofd vervaagt om plaats te maken voor helderheid. Proniño kan niet tippen aan de successen van Colombia. Er ontbreekt nog zo veel dat me soms de moed in de schoenen zinkt en ik me afvraag of onze missie ooit zal slagen.

Dan zie ik mezelf weer staan op een guur plateau in de snerpende wind op 2.700 meter hoogte vlak buiten Bogota, Colombia. Lucas, Nicky en Tielke, met wie ik enkele maanden geleden dat prachtige project bezocht heb, gaan me voor in de immense, half duistere zaal. Er staan zestig klapstoelen opgesteld maar vandaag zijn wij de enige gasten.

Wanneer ik opkijk zie ik ze eindelijk haarscherp! Een vijftigtal jongeren met glimmende blaasinstrumenten, een volwaardig strijkensemble en zelfs twee pauken. Niet zo lang geleden vraten zij afval uit vuilnisbakken, hadden ze nog nooit hun tanden gepoetst en konden ze hun eigen naam niet schrijven.

Nu strijken, blazen en slaan deze pubertjes de sterren van de hemel. Ze zijn zo goed dat ze binnenkort op uitnodiging van enkele puissant rijke banken op tournee mogen door Europa. Madrid, Zürich en Brussel kunnen dan luisteren naar Ravel dankzij uit de goot geraapte koters.

Dat onze Colombiaanse collega’s van straatkinderen zulke sterren hebben gemaakt verdient een diepe buiging, maar de echte helden zijn zijzelf. Welk westers, ontwikkeld land, zou in staat zijn om uit een populatie van 1.000 getraumatiseerde adolescenten zo’n orkest op te bouwen? Hoe ontwikkeld mag een land zich eigenlijk noemen als het zijn kinderen beter leert nemen dan geven, als het vergeet om naast de wiskunde en de economie ook les te geven in liefde en in delen?

20050204Ieder kind dat op straat gewoond heeft, heeft verschrikkelijk geleden. Het is vernederd door zijn vriendjes, verwaarloosd door volwassenen en uitgebraakt door de maatschappij. De pijn en de herinnering gaan nooit weg. Maar met goede begeleiding kan juist zo’n kind opbloeien tot een mooi mens.

De Colombianen hebben er 37 jaar over gedaan om zo ver te komen. Proniño is pas 5 jaar geleden opgericht en huisvest pas sinds drie jaar kinderen. Wat verwacht ik nou? Mijn eigen strijkkwartetje in een paar maandjes?

In mij begint de Zon weer te schijnen en als ik nog één keer, met mijn oeroude walkmannetje dat als een trouwe vriend met mij heel de wereld heeft afgereisd, zittend op een rots onder een spectaculaire waterval, opga in die verlichtende noten van Ravel, heeft het raadsel zichzelf opgelost.

De belangrijkste ingrediënten zijn liefde, overgave, geduld en doorzettingsvermogen. Daaraan ontbreekt het bij Proniño niet en met de juiste structuur en financiële steun kan dus ook Proniño op een dag uitgroeien tot een waar juweeltje. Als ik na een lange vakantie vol vertrouwen de poort naar het opvangcentrum opnieuw binnenloop, hangen de kinderen om mijn nek van blijheid. Plots sprint er eentje vandoor met mijn walkman op zijn oren. Ravel en kleine José… gaat dat wel goed samen? Reken maar van wel!

Colombia bedankt, meneer Ravel dank u wel, dank je Tielke.

Geef een kind een kans, schenk de wereld balans!

Het raadsel van Ravel

26 juni 2005, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20050102Zachtjes dansen de tonen van Ravel mijn oren binnen en voorzichtig vermengt de dwaze onderwereld van het straatkind zich met het keurige bestaan van de Europese burgerij. Even weet ik niet waar ik ben.

Een week later kom ik aan in Honduras, waar ik voor het vierde jaar ga werken met de straatkinderen van Proniño. Nicky, Lucas, Tielke en ik zijn vlak daarvoor in Colombia geweest om het project te bezoeken waar Proniño uit ontsproten is.

De Colombianen hebben inmiddels 37 jaar ervaring en in die lange tijd hebben ze met vallen en opstaan geleerd hoe ze straatkinderen het best kunnen opvangen. Hoe laat je een kind dat al jaren gewend is om op kartonnen dozen in een portiekje te slapen inzien dat het echt fijner en veiliger is in een heus bed? Hoe help je iemand van twaalf die al zes jaar lang lijm heeft gesnoven – en stiekem sinds een jaartje ook wat crack ? en die overvallen wordt door wanhopige momenten van paniek in het vooruitzicht dat hij een dag lang geen drugs krijgt, laat staan de rest van zijn leven?

Lucas is directeur van het tijdelijke opvangcentrum in Honduras en Nicky directrice van het permanente wooncentrum. Colombia is voor hen een onuitputtelijke bron van kennis en ervaring waar ze naar hartelust uit kunnen scheppen en die ze na terugkomst zullen toepassen bij Proniño en overbrengen op hun collega’s.

Tielke, de secretaris van Homeless Child, en ik gaan mee om onze eigen kennis van opvang voor straatkinderen te vergroten. Om belangenverstrengeling te voorkomen en omdat we alle gedoneerde gelden voor de kinderen willen gebruiken, betalen we onze reis uit eigen zak en wordt de reis van Nicky en Lucas gesponsord door onszelf en door bevriende Amerikanen.

Eenmaal in Honduras moet ik slikken van wat ik daar aantref. De afkick, de vakopleidingen, het niveau van de begeleiders, de financiële continuïteit; Proniño steekt plots schril af bij de luxe veelheid aan successen die de Colombianen hebben geboekt.

20050101Is dit het nou? Proniño heeft geen afkickcentrum dat aan de ene kant omringd wordt door vierhonderd kilometer bos en aan de andere kant door een oceaan waar het wemelt van de haaien. Dat van Proniño ligt op een gedoneerd lapje bananenplantage, vlak buiten de stad. Het hek is niet zo hoog en omdat we geen geld hebben kunnen we de gaten die er her en der in zijn geknipt niet repareren. Tja, dan loopt er wel eens een knulletje weg!

Er is geen psycholoog, geen leraar elektrotechniek en sommige begeleiders hebben alleen een lagere schoolopleiding. Hoe kun je drugsverslaafde kinderen een toekomst bieden als je zelf nauwelijks de tafel van zes kent?

Even dreigt de wanhoop de overhand te nemen en enkele keren word ik overvallen door de neiging om lekker bij de pakken neer te gaan zitten. Zonnebaden op een Caribisch strand dan maar? Een trektocht door de lokale jungle?

Dan walst weer die verheffende melodie van Ravel mijn oren binnen en opnieuw word ik weggedragen door de betovering. Vrolijk dansen volwassen geworden straatkinderen aan mijn ogen voorbij die succesvol zijn. Maar kan Ravel wel in Honduras of Colombia? Hoort zo’n oude componist niet beter thuis bij welopgevoede westerlingen dan bij een straatkind zonder naam? Waar ben ik nou eigenlijk?

In de daarop komende maanden word ik zo in beslag genomen door die vraag en door de immer groeiende berg werkzaamheden in Honduras, dat ik niet meer toekom aan het beschrijven en vertellen van mijn avonturen. Volgende week de oplossing van het raadsel van Ravel en daarna weer een ouderwets verhaal!

Geef een kind een kans, schenk de wereld balans.