In de vorige aflevering schreven we over de mogelijke moord op Manuel en het begin van een watergevecht tussen de Hollandse Hollywood sterren en de Hondurese boefjes. Inmiddels staan we geschaard rondom de waterkraan en ontdekken de kinderen wat we van plan zijn met al die ballonnen.
“Wat zijn jullie aan het doen?” vraagt Oscar van acht met een gezonde dosis nieuwsgierigheid.
“Ballonnen vullen”, mompel ik achteloos alsof ik dat elke dag een uurtje doe.
Pogingen tot geheimhouding hebben echter een averechts effect. Het gonst van de geruchten in het hele opvangcentrum en iedereen wil er het fijne van weten. We worden overrompeld door vragen.
“Waarom vullen jullie die ballonnen dan?” wil Pedro graag weten.
“Om ze te lanceren”.
“Waarheen?”
“Mmmmm, nou gewoon, op jouw hoofd bijvoorbeeld, of op je benen. We hebben hier tweehonderd ballonnen waarvan er minstens tien voor jou bedoeld zijn en de rest is om je vriendjes nat te gooien”.
Pedro en Co. glunderen van plezier bij de gedachte aan een wateroorlog, maar houden er afwijkende ideeën op na over de precieze ballonverdeling.
Het is niet de eerste maal dat ik me vergis in de vastberaden verbetenheid van deze kinderen. De overlevingsinstincten die ze op straat hebben ontwikkeld komen in volle kracht naar boven en binnen de kortste keren zijn we naar de zijlijn gebonjourd. Sander mag nog net de kraan open en dicht draaien, maar de emmers met gevulde ballonnen zijn in beheer van het jeugdteam.
Minuten later en drijfnat druipen we af. De vernedering was diep en we schamen ons geenszins voor het feit dat we als volgroeide mannen een sluwe wraakactie op touw willen zetten om revanche te nemen op een stelletje koters. Tenslotte is vijf tegen vijfentwintig een oneerlijke minderheid en betreft het hier niet kinderen, maar ontketende kleine monsters, houden we onszelf vergoelijkend voor.
Ditmaal besluiten we om het professioneler en vooral ook geniepiger aan te pakken. Op naar de ballonnenboer.
“Vijfhonderd ballonnen señor? Geen probleem, wilt u er een zakje om heen of gaan ze zo mee?”
“En vier Spiderman maskers? Zeker señor, die zijn in de aanbieding vandaag”.
Dat laatste geloven we gezien de prijs niet helemaal, maar nadat de man ons zes levensgrote vuilniszakken cadeau heeft gedaan, zeuren we nergens meer over.
Zou hij denken dat we gek zijn? Spiderman maskers, vuilniszakken en een grotere berg ballonnen dan het stadsbestuur jaarlijks opkoopt om de dag van onafhankelijkheid te vieren. Wat maak je als ballonnenboer op uit zo’n aanschaf?
Ach, het doet er niet zo toe wat de goede man denkt. Gewichtiger is dat de we de nederlaag van de eerste ronde om weten te zetten in een klinkende overwinning en kordaat gaan we aan de slag.
Christi, een hardwerkende vrouw die vlak voor ze in Nederland een eigen bedrijfje op gaat zetten per sé zes weken wilde komen helpen in een voedingscentrum voor ondervoedde baby’s, is ook van de partij.
Het hotel waar Sander en Wessel logeren wordt omgetoverd tot onze werkplaats. Plaza Victoria, zoals het lieflijk wordt genoemd, ligt op één blok van mijn appartement en ik ben er kind aan huis. Soms ga ik er zwemmen met een paar van de jongens die bij geen enkel familielid terecht kunnen maar op zondag toch af en toe het wooncentrum uitmogen. Het kamermeisje doet iedere week voor twee euro mijn was in een enorme machine van Amerikaanse makelij uit de jaren zestig en de dochter van de eigenaar is tandarts van onze kinderen.
Zijn zoon is presentator bij de tv studio waar ik met een vriendin twee weken lang de deur heb platgelopen toen we voor Homeless Child een documentaire konden filmen en de eigenaar zelf belt op samenzweerderige toon voor me met de burgemeester als ik onterecht een wielklem heb gekregen of iets anders moet regelen dat in een land als Honduras via de normale wegen niet voor elkaar te boksen is.
We richten de wasruimte van Plaza Victoria in als hoofdkwartier van onze oorlogsvoorbereidingen. Er zijn twee waterkranen, voldoende ruimte om de gevulde ballonnen in vuilniszakken te bewaren, en mijn Japanse autootje met laadbak kan voor de deur geparkeerd worden.
De strategie is simpel: Sander rijdt onder luid gejoel het opvangcentrum binnen. Ondertussen hangt Wessel dreigend uit het raam met zijn Spiderman gezicht voor, terwijl Christi en ik, eveneens opgetooid met Spiderman, op de laadbak van het Japannertje staan om in volle vaart de eerste ballonnen te werpen.
We vormen nog steeds een kleine minderheid, maar onze winst schuilt in het verrassingseffect. De kinderen zijn idolaat van Spiderman en de maskers zijn bedoeld om hen op het verkeerde been te zetten. Tijdens het ballonnen gooien schreeuwen Christi en ik bovendien om het hardst “Holanda, Holanda”, zodat ze beseffen dat de vijand uit roemruchte streken komt.
Het mag echter allemaal niet baten. Sander heeft het Japannertje nog niet tot stilstand gebracht of de doerakken hebben al bezit genomen van de laadbak. Als wolven storten ze zich op de massa wiegende ballonnen, daarbij Christi en mij behendig in een hoekje manoeuvrerend.
Opnieuw ontkomen we niet aan de slachtofferrol. We zijn geen partij voor vijfentwintig ravottende batraven, temeer omdat we ons als volwassenen niet met dezelfde passie en toewijding in de strijd kunnen werpen als onze jonge tegenstanders.
Achterliggende gedachte is er natuurlijk niet eentje van conflict maar eerder van saamhorigheid en respect. Voor kinderen die op straat met minachting of met complete onverschilligheid behandeld werden door de volwassenen om hen heen, is het een verademing om op legitieme en ludieke wijze grote mensen te mogen bekogelen en na afloop vol vuur met hen na te praten over de beste worp, de handigste gooitactiek en de heldhaftigste actie.
Dat Nederland voor zo’n mooi doel met 2 – 0 van Honduras verliest, nemen we graag op de koop toe.
Manuel. Is hij dood of niet? Ondanks alle afleiding vertoont mijn droombeeld van een gelukkig kind met een beker melk op een lommerrijke veranda barsten. Ook mijn voornemen om me net als mijn Hondurese collega’s gewoonweg neer te leggen bij een onveranderbare situatie houdt niet volledig stand. Onveranderbaar is onaanvaardbaar, lijkt het soms.
Op een avond, weken later, ontmoet ik David en Sanja op het terras van de plaatselijke salsabar. David geeft de kinderen kook- en computerles en zijn vriendin Sanja is de psychologe. Opgetogen brengen ze mij het grootste nieuwtje van de zomer en die nacht lig ik peinzend in mijn bed naar de scheurtjes in het plafond te staren. Zou het écht waar zijn wat ze vertelden? Of berustte het allemaal op een ongelukkige vergissing?
In het vervolg van dit avontuur (binnen twee weken) kunt u lezen over een spoor dat wellicht naar Manuel leidt.
Geef een kind een kans, schenk de wereld balans!





