Alle posts voor juni 2003

Hemel op aarde?

26 juni 2003, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20030101Ruzie. Dat is wat ik miste! Ik zit al twintig minuten domino te spelen en er is geen onvertogen woord gevallen, geen mep uitgedeeld, geen steen gegooid.

Een jaar geleden bestond mijn werk uit het voorkomen van slacht- en moordpartijen tussen twaalfjarigen en nu zit ik met precies diezelfde kinderen lieflijk een gezelschapsspelletje te doen.

Ik kijk nog eens goed om me heen, het zijn toch echt dezelfde koppen, dezelfde Sami, dezelfde Walter. Vandaag lachen ze en ruiken ze naar limoenzeep. Vorig jaar was het janken en stinken geblazen.

Wat is er gebeurd? Is het echt zo simpel? Huisje bouwen, kindertjes dumpen, probleem opgelost? Nee, zo simpel is het niet, naarmate de tijd verstrijkt ontdek ik beter hoe ernstig de problemen zijn waar we tegen aanlopen, hoe onmenselijk diep deze kinderen gezonken zijn en hoe gigantisch veel kracht het kost om ze te helpen weer op adem te komen.

Nadat ik welgeteld drie dagen ervaring heb lopen opdoen in het opvangcentrum Las Flores, wordt nachtwaker Francisco geplaagd door een griepje en met overmatig beginnersenthousiasme bied ik aan om die nacht samen met hem over te blijven.

Het mag, en een uurtje later kom ik vrolijk aangehobbeld, met onder mijn arm een handdoek en de autobiografie van Mahatma Gandhi, in de naiëve overtuiging dat ik net als vroeger op een soort spannend schoolkamp ben beland en na het douchen stiekem met een zaklamp in mijn eigen knusse slaapkamertje nog wat kan lezen, terwijl op de achtergrond het rustgevend rytmische gebrom van 25 vreedzaam slapende ex-straatkinderen mij langzaam doet wegsoezen.

Al gauw bleek dat dit een ietwat romantische voorstelling was van wat een Spartaanse nacht blijkt te gaan worden.

“Wat was je met dat boek van plan?” vraagt een snotterend lachende Francisco.

“Nou ja, meestal lees ik wel graag nog een beetje voor het slapen gaan” , antwoord ik, terwijl de eerste argwaan zich van mij meester maakt.

“Maar Bas, je ligt bij de kinderen in de slaapzaal, het licht gaat om negen uur uit”.

“s Avonds ?”, is het enige dat ik met stomheid weet uit te brengen….

“Ja, ’s avonds, maar je mag kiezen of je bij de grote jongens wil of bij de kleine”

Omdat ik toen nog niet besefte dat een bende grote jongens bij elkaar gepropt in een slaapkot in de tropen een stuk erger stinken en snurken dan een bende kleine jongens, en ik nog in de veronderstelling leefde dat heel misschien bij de grote jongens het licht wat later uit zou gaan zodat ik toch nog een hoofdstukje Gandhi kon meesmokkelen, was de beslissing vlug genomen.

“Francisco, ik slaap bij de grote jongens, want die zijn vast moeilijker in de hand te houden en kunnen wel wat extra begeleiding gebruiken !”

Toen ik even later een verkwikkende douche wilde nemen om fris en vroeg mijn bed in te duiken, speelde zich opnieuw een pijnlijk tafereeltje af.

Weer was daar Francisco met die licht sarcastische blik in zijn ogen en een lach die vaag om zijn mondhoeken zweefde. “Bas, waar ga jij heen met die handdoek?”

“Nou, het leek me wel prettig om nog even het werkzweet van mijn lijf te boenen voor ik mijn bed in duik, anders riek ik als enige zo tussen al die koters.”

De vage lach gaat over in een grote grijns als hij vertelt dat we ’s avond geen stromend water hebben, dus als ik me wil ‘douchen’ kan dat met een pannetje water bij de wasbak achter het gebouw, waar precies op dat moment een twintigtal ketende jongetjes in hevige watergevechten verwikkeld zijn…

Tja, me dunkt dat die zo ook niet echt schoon achter de oren worden en de zin tot wassen vergaat mij al vlug bij het aanschouwen van de stoeipartijen. Een kwartiertje later bevind ik mij ongewassen maar met de moed der dwazen in de slaapzaal.

20030102Ik lig naast Sami en plots schieten de herinneringen als scherpe plaatjes over mijn netvlies. In een flits word ik een jaar teruggeworpen in de tijd, toen Las Flores nog niet bestond en hij en zijn vriendjes op straat zwierven. Daar zie ik hem weer, slapend op een stuk karton in het portiek van de bakkerij, waar hij de vorige nacht is gaan liggen in de hoop een stukje brood te krijgen bij de opening. Hoop die meestal verbrijzeld wordt met een trap tegen zijn kont of een emmer water over zijn hoofd. Sami, rillend van de kou in een tropische storm, zodat hij tegen me aan komt hangen voor wat warmte die ik hem niet kan geven, omdat zijn doorweekte vodden me net zo koud maken als hem. Sami, brullend van onmacht en pijn op een stoepje, omdat hij in elkaar geslagen is door een volwassene die hem zijn bedelopbrengst heeft afgepakt om er drank van te kopen. Sami was elf.

Nu is hij twaalf en heeft hij in opvangcentrum Las Flores zijn eigen bed gekregen, met zijn foto aan de muur zodat hij zeker weet dat het echt zijn bed is en dat van niemand anders. In de veronderstelling dat hij al slaapt doe ik stiekem één oog open om te kijken of hij misschien wel een glimlach van geluk om zijn lippen heeft zweven. Hij blijkt echter op hetzelfde moment ook nieuwsgierig naar mij te liggen kijken en gedurende enkele ongemakkelijke seconden staren we elkaar zwijgend in de ogen. Als kind kent Sami de minste gêne van ons beide en met een stralende grijns doorbreekt hij de stilte, slingert zijn arm de lucht in en ontmoet daar de mijne in een stevige high five. Vijf minuten later hoor ik hem zachtjes snurken.

Een West Europees kind zou sterven van verdriet waar Sami woont. Sami heeft geen playstation, geen eigen slaapkamer, geen zakgeld of een mobiele. Geeneens ouders heeft hij. Hij heeft wel een paar nikes maar toen hij die kreeg stonken ze een beetje naar het zweet van de Amerikaanse puber die ze had afgedankt, en één van de zolen moest gelijmd worden.

Toch is Sami meestal gelukkig, ik zie het in zijn ogen telkens als ik naar hem kijk. Hij krijgt drie keer per dag te eten en ook nog eens drie keer per dag een tussendoortje. Soms een mango of een sinasappel, of als we haast geen eetgeld meer hebben een lolly of een koekje. Er is gezuiverd water zodat hij geen cholera of tyfus meer kan krijgen, en als hij toch nog ziek wordt brengen we hem naar de dokter. Hij kan voetballen, tekenenen met viltstiften, en twee keer per dag is er een paar uur stromend water zodat hij kan douchen.

En wat nog veel belangrijker is, hij wordt nooit meer in elkaar geslagen door gemene grote mannen. Hij hoeft niet meer bang te zijn dat hij misschien wel verkracht wordt terwijl hij moederziel alleen ligt te slapen in een duister parkje. In Las Flores krijgt hij een knuffel als hij er één wil, en zoniet dan is het ook goed. Als hij lang genoeg bij ons blijft wonen, leren we hem schrijven en rekenen, en omdat hij met zo veel westerlingen in aanraking komt krijgt hij zelfs engelse les en een computercursus, een luxe die de meeste kinderen in Honduras ontberen.

Laatst zei hij het tegen me, in een serieus moment. “Bas ik blijf hoor, het is hier hardstikke gaaf man!”