Alle posts voor september 2002

Mijmerigen van Luis

16 september 2002, door Bas onder Vrijwilligers in actie

In de zomer van 2002 hebben een paar mensen van Proniño Luis twee weken gevolgd met een camera en daarvan een videofilm gemaakt. Hieronder volgen een aantal van Luis’ uitspraken.

Ze zijn een keer gekomen, maar ze wilden me niet meenemen. Mijn familie wil me niet. Ik heb geen moeder. Ik heb geen vader. Ik heb geen opa, geen oma. Ik heb een klein zusje.

Mijn moeder is dood. Mijn vader ken ik niet. Mijn opa en oma, die zijn dood.

Ik was vijf toen ik voor het eerst op straat belandde, nu ben ik zestien. Ik heb zo veel pijn op straat, ik word al elf jaar in elkaar geslagen.Vroeger sloeg de politie me in elkaar met honkbalknuppels. Soms verdwijnen er kinderen van de straat. Wat er met ze gebeurt.. ze worden in elkaar geslagen en verkracht, en ze laten ze slechte dingen zien. Het is niet eerlijk, het is gewoon niet eerlijk. Ze maken ze dood en stoppen ze in een zak, of ze verbranden ze.

Ik slaap op cardboard karton in het portiek van een kantoorgebouw in het centrum, of in Los Pasos tegenover Punta Mesapa. Dat soort plekken. En ook in het park. Ik was bang, de eerste keer dat ik op straat sliep.

Ik moet huilen als mensen naar mijn moeder vragen – als ze vragen of ze leeft of niet. Als ze zeggen ‘Heb je geen moeder?’ Of als ze gemeen tegen me doen , als ik om iets vraag, geld of zo, en ze me zeggen dat ik het maar aan mijn moeder moet vragen, dan denk ik er weer aan dat ik die niet heb. Dan begin ik te huilen omdat ze tegen me vloeken en over haar praten.
Ik heb geprobeerd om me zelf dood te maken omdat ik geen ouders heb. Ik moest huilen en toen heb ik een stuk glas gepakt en mezelf gesneden, hier, in mijn nek. Ik was zo kwaad op het leven, geen moeder, geen vader, geen grootouders, niemand.
Ik heb voor het eerst resistol (snuiflijm red.) gebruikt toen een paar jongens me met een mes bedreigden. Ik wilde niet. Ik moest. Ik nam vier snuiven en toen ging ik door het lint en daarna viel ik flauw. Sindsdien gebruik ik.

Anderen (straatkinderen red.) zijn doodgegaan aan de lijm. Ik zie er soms wel eens eentje liggen en denk dan dat hij dood is. Dan ga ik er naar toe en prik hem met mijn vinger, maar ze zijn dan hard en stijf omdat ze dood zijn, dood van te veel lijm.

Sommige mensen zijn bang om me aan te raken omdat ze vinden dat ik vies ben en van de straat, maar bij Proniño zijn ze niet bang voor me want ze weten dat ik een mens ben, net als zij.