Diezelfde avond bestelde ik net een pizza in een restaurantje, toen Carlos en Oscar met vriendje Elvis opeens wild gebarend en zwaaiend voor het raam stonden. Ze weten dat ze er ogenblikkelijk door de eigenaar uitgesmeten worden als ze een voet binnen durven te zetten, en daarom riepen ze me naar zich toe. Meesmuilend en verlegen om zijn eigen voeten draaiend vroeg Carlos vertwijfeld of ik misschien bereid was om een hamburger voor ze te kopen, want ze hadden gehoord dat dat het lekkerste eten was ter wereld en wilden dat toch ook zo graag eens proberen.
Ik deed een poging om uit te leggen dat dit niet kon omdat je in een pizzeria pizza’s eet maar daar hadden ze nog nooit van gehoord, dus heb ik ze mee naar binnen gesleept en bij mij aan tafel gezet. Aangezien ik kind aan huis ben bij de uitbaters van dit eetpaleis, konden ze moeilijk mijn nieuwe vrienden weigeren. Met name kleine Carlos kreeg het al gauw te kwaad van alles wat hem overkwam. Voor het eerst van zijn leven in een restaurant, voor het eerst van zijn leven bediend, zijn eerste pizza, voor het eerst onbeperkt frisdrank mogen bestellen, en dan ook nog eens met de rijkeluiskindertjes mee mogen ravotten in de speciale privé speeltuin die hij normaal gesproken alleen met jaloerse ogen van buitenaf kan aanschouwen.
Van zenuwen en opgelatenheid vloog hij van tafel telkens naar buiten om te spelen en weer naar binnen om cassis te slurpen en weer terug naar buiten om door te spelen. Tegen de tijd dat de felbegeerde pizza eenmaal op tafel stond had ons Careltje twee halve liters frisdrank weten te verorberen want die dacht gewoon binnen is binnen, zodat er geen hap eten meer in kon, maar hij moest en zou een partje op zijn bord. Voor mij nog een hele kluif. Geen van deze jochies heeft ooit een mes in zijn handen gehad dus ik zat daar voor vier te snijden en vragen te beantwoorden over al die exotische lekkernijen (paprika, ui, ham…) die er op die vreemd gebakken neptortilla’s lagen.
Alle restjes werden keurig in een doggy bag verpakt en die ging mee naar huis, want hun moeder moest toch absoluut ook weten hoe zo’n pizza smaakte, vonden ze. De dag erna sprong Careltje zielsblij in mijn nek toen ik aankwam op de patio, terwijl Oscar zich weer veilig verstopt had achter zijn ontoegankelijke muur en deed alsof zijn neus bloedde.
Dit is een gedeelte van de jongere kliek, met wie gevoetbald en tv gekeken wordt, en die elke dag in de wasbak duiken voor een bad, al is het zonder zeep. Deze jongens en twee meisjes gebruiken geen lijm en doen zo goed en zo kwaad als het lukt hun best om een normaal leven te leiden.
De oudere kliek is lamgeslagen door de drugs, zit apathisch aan tafel op eten te wachten om zodra dat naar binnen is geschrokt weer naar buiten te gaan voor de broodnodige portie lijm. Sommigen zijn nog aan de oppervlakte zoals Sami van twaalf, die net begonnen is en bij wie het vuur in de ogen nog oplaait als we gaan voetballen, ook al verdwijnt hij na een kwartiertje om te gaan snuiven. Jonatàn is een paar jaar ouder en al volledig weggezakt en hopeloos. In een zeldzaam moment van helderheid streek hij laatst met zijn hand door mijn haar met de woorden: ‘wat mooi zeg, zo’n andere kleur dan bij ons allemaal’ maar toen hij vijf minuten later probeerde mee te voetballen viel hij bij de eerste gemiste trap voorover en kon maar met moeite weer opkrabbelen. We hebben het hier over iemand van een jaar of vijftien.
Lijmen Luisje komt elke dag met zijn knokige armpjes verkrampt om mij heen hangen met dat uitgemergelde lijfje en tilt zijn benen van de grond zodat ik hem omarm om hem in de lucht te houden. Even zweven. Hij kijkt me dan aan met die koffiebruine ogen van hem en ik krijg altijd een brok in mijn keel van wat ik daar zie. Die wazige, verdwaasde verslavingsblik, met daaronder de schreeuwende wanhoop, de eenzaamheid en het onmetelijke verdriet dat zo diep zit dat het eind verder is dan ik mag kijken. Al het kindervuur en alle passie zijn uit deze ogen weg geblust. Er is niets meer over van de blijheid die hij vast ooit gekend heeft. ‘Ik kan niet meer lopen, houd me vast of ik val,’ is steevast de grap en ik speel dan mee om hem even van de grond te houden. Dit is een mooie symboliek van de angst die hem wegvreet want hoe kan je inderdaad, als je zo jong bent, op eigen benen staan?
Ik voel zijn radeloosheid en machteloosheid dan vlijmscherp mijn eigen lijf doorklieven en voel me net zo radeloos en machteloos als hij. Wanhopig word ik dan en het enige dat me staande houdt is Luis zelf. Als ik niet blijf staan vallen we samen om en dat kan ik hem niet aandoen.
Lieve Luis, ik heb geen idee wat ik in godsnaam kan doen om je te redden want ik heb op dit moment niet het geld, niet de kracht en niet de kennis om je te helpen. Als ik ’s avonds in bed lig en er woedt weer eens zo’n zware tropische regenbui, moet ik vaak aan je denken en vraag ik me af waar je bent. Minstens twee keer per week biggelen de tranen dan over mijn wangen over zo veel gemene wreedheid van een wereld waarin meisjes van zes op straat moeten slapen terwijl slechts een vliegtuig verderop in Den Haag of Parijs iemand zich af loopt te vragen of haar Fifi poedel beter vandaag naar de schoonheidssalon kan of liever morgen als de zon weer schijnt.
Lieve Luis, ik houd van jou en ik kan verdomde weinig voor je doen maar ik beschouw het als een immense eer dat een koningskind als jij mij krachtig genoeg acht om als steunpilaar te gebruiken. Ik beloof je dat voor de tijd dat ik hier ben je aan me mag hangen zo vaak en zo veel als je maar wilt. Ik houd je vast met alle kracht en liefde die ik je geven kan. Dat is een druppel op een gloeiende plaat maar in jouw verhitte hopeloosheid is dat al een hele verkoeling.
Deze hoofdstukken over Hummels, Monchichi’s en Lijmen Luisje draag ik op aan alle kinderen in deze wereld en speciaal aan hen bij wie ik nu ben.
Wij grote mensen denken vaak dat we niets van jullie kunnen leren, maar dat is niet waar want al is jullie wereldje net zo hard als het onze, het is ook veel eerlijker. Jullie hebben nog niet zo goed leren liegen. Jullie hebben nog niet de tijd gehad om je af te sluiten van je eigen hart en gevoel zoals zo veel van ons dat wel hebben gedaan en daarom hebben jullie een veel beter contact met jezelf en vinden jullie makkelijker balans.
Lieve Isaac, bedankt dat je laatst midden in het klaslokaal spontaan uitriep ‘te amo Bas’, oftewel ‘ik hou van jou Bas’, want met je zes jaar zeg je nog gewoon alles wat je voelt dus je meende het. Lieve Teresa, bedankt voor al die knuffels en je kinderlijk vertrouwen.
De baan die ik hier heb is de zwaarste van mijn leven. Ik kan nooit een koffiepauze nemen want jullie weten niet wat pauze is, om negen uur ’s ochtends zit ik al in de strontluiers en om zes uur ’s avonds sta ik nog stenengooiende straatjongeren uit elkaar te houden. Soms ben ik niet in staat om op te staan want dan kan ik de kracht niet vinden om in het voedingscentrum weer vijf Hummels tegelijk boven mijn hoofd te tillen, op mijn benen te hebben en in mijn armen te houden. Dan blijf ik verdwaasd en met een traanrest van de vorige nacht die mijn oog dichtplakt in bed liggen en voel ik me schuldig omdat ik niet de moed en het doorzettingsvermogen vind om op te staan. Sorry, ik ben te zwak om meer te geven dan ik nu doe.
Tegelijkertijd is dit de mooiste baan die ik ooit gehad heb want al zijn jullie allemaal platzak in je beurs, jullie harten stromen over van liefde en daar laten jullie mij naar hartelust in baden. Dat is de mooiste beloning die ik krijgen kon en ik weet dat het een heel bijzonder voorrecht is dat ik hier mag zijn en met jullie om mag gaan. Dankzij jullie leer ik elke dag beter leven en ontdek ik dat het waar is wat ik stiekem al wel wist: hoe meer je geeft, hoe meer je terugkrijgt. Dankzij jullie zal ik hier gigantisch veel rijker vandaan gaan dan ik gekomen ben.
En al ben ik soms verdrietig, vaak ook als ik zit te dromen zie ik flitsen voor me van al die prachtige momenten. Die heerlijke Tsjetsjeense Yuliza languit met dat dikke lijfje over me heen, die verrukte blik van Oscar toen hij dat kettinkje kreeg, Norma met je prachtige gezicht huilend van het lachen na de kieteldood. Soms als ik zelf huil ben ik zo verward dat ik niet meer voelen kan of de tranen nou van verdriet zijn of van geluk, of wie weet, gewoon van een prachtig mengsel. Bedankt, ik houd van jullie allemaal.





