Alle posts voor juli 2002

Lijmen Luisje en kornuiten (deel 2)

26 juli 2002, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20020501Diezelfde avond bestelde ik net een pizza in een restaurantje, toen Carlos en Oscar met vriendje Elvis opeens wild gebarend en zwaaiend voor het raam stonden. Ze weten dat ze er ogenblikkelijk door de eigenaar uitgesmeten worden als ze een voet binnen durven te zetten, en daarom riepen ze me naar zich toe. Meesmuilend en verlegen om zijn eigen voeten draaiend vroeg Carlos vertwijfeld of ik misschien bereid was om een hamburger voor ze te kopen, want ze hadden gehoord dat dat het lekkerste eten was ter wereld en wilden dat toch ook zo graag eens proberen.

Ik deed een poging om uit te leggen dat dit niet kon omdat je in een pizzeria pizza’s eet maar daar hadden ze nog nooit van gehoord, dus heb ik ze mee naar binnen gesleept en bij mij aan tafel gezet. Aangezien ik kind aan huis ben bij de uitbaters van dit eetpaleis, konden ze moeilijk mijn nieuwe vrienden weigeren. Met name kleine Carlos kreeg het al gauw te kwaad van alles wat hem overkwam. Voor het eerst van zijn leven in een restaurant, voor het eerst van zijn leven bediend, zijn eerste pizza, voor het eerst onbeperkt frisdrank mogen bestellen, en dan ook nog eens met de rijkeluiskindertjes mee mogen ravotten in de speciale privé speeltuin die hij normaal gesproken alleen met jaloerse ogen van buitenaf kan aanschouwen.

Van zenuwen en opgelatenheid vloog hij van tafel telkens naar buiten om te spelen en weer naar binnen om cassis te slurpen en weer terug naar buiten om door te spelen. Tegen de tijd dat de felbegeerde pizza eenmaal op tafel stond had ons Careltje twee halve liters frisdrank weten te verorberen want die dacht gewoon binnen is binnen, zodat er geen hap eten meer in kon, maar hij moest en zou een partje op zijn bord. Voor mij nog een hele kluif. Geen van deze jochies heeft ooit een mes in zijn handen gehad dus ik zat daar voor vier te snijden en vragen te beantwoorden over al die exotische lekkernijen (paprika, ui, ham…) die er op die vreemd gebakken neptortilla’s lagen.

Alle restjes werden keurig in een doggy bag verpakt en die ging mee naar huis, want hun moeder moest toch absoluut ook weten hoe zo’n pizza smaakte, vonden ze. De dag erna sprong Careltje zielsblij in mijn nek toen ik aankwam op de patio, terwijl Oscar zich weer veilig verstopt had achter zijn ontoegankelijke muur en deed alsof zijn neus bloedde.

20020502Dit is een gedeelte van de jongere kliek, met wie gevoetbald en tv gekeken wordt, en die elke dag in de wasbak duiken voor een bad, al is het zonder zeep. Deze jongens en twee meisjes gebruiken geen lijm en doen zo goed en zo kwaad als het lukt hun best om een normaal leven te leiden.

De oudere kliek is lamgeslagen door de drugs, zit apathisch aan tafel op eten te wachten om zodra dat naar binnen is geschrokt weer naar buiten te gaan voor de broodnodige portie lijm. Sommigen zijn nog aan de oppervlakte zoals Sami van twaalf, die net begonnen is en bij wie het vuur in de ogen nog oplaait als we gaan voetballen, ook al verdwijnt hij na een kwartiertje om te gaan snuiven. Jonatàn is een paar jaar ouder en al volledig weggezakt en hopeloos. In een zeldzaam moment van helderheid streek hij laatst met zijn hand door mijn haar met de woorden: ‘wat mooi zeg, zo’n andere kleur dan bij ons allemaal’ maar toen hij vijf minuten later probeerde mee te voetballen viel hij bij de eerste gemiste trap voorover en kon maar met moeite weer opkrabbelen. We hebben het hier over iemand van een jaar of vijftien.

Lijmen Luisje komt elke dag met zijn knokige armpjes verkrampt om mij heen hangen met dat uitgemergelde lijfje en tilt zijn benen van de grond zodat ik hem omarm om hem in de lucht te houden. Even zweven. Hij kijkt me dan aan met die koffiebruine ogen van hem en ik krijg altijd een brok in mijn keel van wat ik daar zie. Die wazige, verdwaasde verslavingsblik, met daaronder de schreeuwende wanhoop, de eenzaamheid en het onmetelijke verdriet dat zo diep zit dat het eind verder is dan ik mag kijken. Al het kindervuur en alle passie zijn uit deze ogen weg geblust. Er is niets meer over van de blijheid die hij vast ooit gekend heeft. ‘Ik kan niet meer lopen, houd me vast of ik val,’ is steevast de grap en ik speel dan mee om hem even van de grond te houden. Dit is een mooie symboliek van de angst die hem wegvreet want hoe kan je inderdaad, als je zo jong bent, op eigen benen staan?

Ik voel zijn radeloosheid en machteloosheid dan vlijmscherp mijn eigen lijf doorklieven en voel me net zo radeloos en machteloos als hij. Wanhopig word ik dan en het enige dat me staande houdt is Luis zelf. Als ik niet blijf staan vallen we samen om en dat kan ik hem niet aandoen.
Lieve Luis, ik heb geen idee wat ik in godsnaam kan doen om je te redden want ik heb op dit moment niet het geld, niet de kracht en niet de kennis om je te helpen. Als ik ’s avonds in bed lig en er woedt weer eens zo’n zware tropische regenbui, moet ik vaak aan je denken en vraag ik me af waar je bent. Minstens twee keer per week biggelen de tranen dan over mijn wangen over zo veel gemene wreedheid van een wereld waarin meisjes van zes op straat moeten slapen terwijl slechts een vliegtuig verderop in Den Haag of Parijs iemand zich af loopt te vragen of haar Fifi poedel beter vandaag naar de schoonheidssalon kan of liever morgen als de zon weer schijnt.

Lieve Luis, ik houd van jou en ik kan verdomde weinig voor je doen maar ik beschouw het als een immense eer dat een koningskind als jij mij krachtig genoeg acht om als steunpilaar te gebruiken. Ik beloof je dat voor de tijd dat ik hier ben je aan me mag hangen zo vaak en zo veel als je maar wilt. Ik houd je vast met alle kracht en liefde die ik je geven kan. Dat is een druppel op een gloeiende plaat maar in jouw verhitte hopeloosheid is dat al een hele verkoeling.

Deze hoofdstukken over Hummels, Monchichi’s en Lijmen Luisje draag ik op aan alle kinderen in deze wereld en speciaal aan hen bij wie ik nu ben.

Wij grote mensen denken vaak dat we niets van jullie kunnen leren, maar dat is niet waar want al is jullie wereldje net zo hard als het onze, het is ook veel eerlijker. Jullie hebben nog niet zo goed leren liegen. Jullie hebben nog niet de tijd gehad om je af te sluiten van je eigen hart en gevoel zoals zo veel van ons dat wel hebben gedaan en daarom hebben jullie een veel beter contact met jezelf en vinden jullie makkelijker balans.

Lieve Isaac, bedankt dat je laatst midden in het klaslokaal spontaan uitriep ‘te amo Bas’, oftewel ‘ik hou van jou Bas’, want met je zes jaar zeg je nog gewoon alles wat je voelt dus je meende het. Lieve Teresa, bedankt voor al die knuffels en je kinderlijk vertrouwen.

De baan die ik hier heb is de zwaarste van mijn leven. Ik kan nooit een koffiepauze nemen want jullie weten niet wat pauze is, om negen uur ’s ochtends zit ik al in de strontluiers en om zes uur ’s avonds sta ik nog stenengooiende straatjongeren uit elkaar te houden. Soms ben ik niet in staat om op te staan want dan kan ik de kracht niet vinden om in het voedingscentrum weer vijf Hummels tegelijk boven mijn hoofd te tillen, op mijn benen te hebben en in mijn armen te houden. Dan blijf ik verdwaasd en met een traanrest van de vorige nacht die mijn oog dichtplakt in bed liggen en voel ik me schuldig omdat ik niet de moed en het doorzettingsvermogen vind om op te staan. Sorry, ik ben te zwak om meer te geven dan ik nu doe.

Tegelijkertijd is dit de mooiste baan die ik ooit gehad heb want al zijn jullie allemaal platzak in je beurs, jullie harten stromen over van liefde en daar laten jullie mij naar hartelust in baden. Dat is de mooiste beloning die ik krijgen kon en ik weet dat het een heel bijzonder voorrecht is dat ik hier mag zijn en met jullie om mag gaan. Dankzij jullie leer ik elke dag beter leven en ontdek ik dat het waar is wat ik stiekem al wel wist: hoe meer je geeft, hoe meer je terugkrijgt. Dankzij jullie zal ik hier gigantisch veel rijker vandaan gaan dan ik gekomen ben.

En al ben ik soms verdrietig, vaak ook als ik zit te dromen zie ik flitsen voor me van al die prachtige momenten. Die heerlijke Tsjetsjeense Yuliza languit met dat dikke lijfje over me heen, die verrukte blik van Oscar toen hij dat kettinkje kreeg, Norma met je prachtige gezicht huilend van het lachen na de kieteldood. Soms als ik zelf huil ben ik zo verward dat ik niet meer voelen kan of de tranen nou van verdriet zijn of van geluk, of wie weet, gewoon van een prachtig mengsel. Bedankt, ik houd van jullie allemaal.

Lijmen Luisje en kornuiten (deel 1)

22 juli 2002, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20020401Na het weeshuis ga ik door naar de Patio. Wie hier absoluut het minst hebben zijn de straatschoffies. Net als elke arme stad op de wereld heeft ook ons El Progreso een stel kinderen die nergens meer terecht kunnen en daarom maar op straat belanden. Een deel van hen heeft nog een thuis waar ze ’s nachts mogen slapen op een vod dat als bed dienst doet, maar waar ze nauwelijks te eten krijgen en niet worden opgevoed. De rest woont in het park of in een portiek en is ouderloos. Tot een jaar of tien, elf gaat dat meestal goed maar daarna wordt het leven te wreed en de wereld te hard dus ontdekken ze de geneugten van het potje lijm.

Voor wie dit proberen wil: neem een potje vloeibare lijm, liefst zeer sterk en vloeibaar, en doe daarvan een theelepeltje in een klein plastic zakje. Blaas vervolgens in het zakje tot het bol staat en inhaleer daarna zo diep mogelijk de lucht van genoemd zakje zodat zo veel mogelijk van de sterk op de hersenen inwerkende lijm de longen binnenkomt. Deze verdoving brengt je voor even naar een mooiere wereld maar telkens als je terugkomt wordt de realiteit natuurlijk een beetje moeilijker te verdragen en na een jaar of wat zijn je longblaasjes zo verneukt van de plakkerigheid dat je eraan sterft. Wat sigaretten in enkele tientallen jaren doen lukt met velpon stukken sneller maar het schijnt wel lekkerder te zijn en ik zal het eens proberen en dan melding doen van mijn ervaringen.

Al sinds ik hier aankwam kon ik het park niet doorlopen of ik werd aangeklampt door een paar van deze lijmsnuivertjes, die in een westerling altijd een makkelijk te rollen zak zien of op zijn minst een kleine financiële injectie om de dag door te komen. De eerste die mij zo aan mijn armen trok heette Luis (spreek uit Loewies). Vel over been met holle ogen die in het niets staarden. Zestien jaartjes jong en sinds mensenheugenis vaste klant bij de bison kit, Lijmen Luisje (Loewiesje) dus. Mijn eerste discussie met hem verliep ongeveer als volgt:

LL: Heb je een dollar voor me?
B: Nee, we zijn hier in Honduras dus heb ik geen dollars op zak.
LL: Heb je dan wat lempira’s?
B: Ja, maar die geef ik je niet.
LL: Waarom niet?
B: Omdat je daar linea recta mee naar de lijmboer gaat om je hersens op te blazen en dat moet je zelf weten maar ik ga je er niet bij helpen.
LL: Kun je dan wat te eten voor me kopen?
B: Wat wil je eten dan?
LL: Kip met friet.
B: Zou je niet liever wat rijst nemen met salade of zo?
LL: Waarom?
B: Nou dat is toch een stuk beter voor je gezondheid.
LL: Net zei je nog dat ik mezelf toch de dood in aan het snuiven ben.

Tja, daar scoort Luis een punt en als ik vroeger jarig was wilde ik ook altijd kip met friet en appelmoes want dat is nu eenmaal het lekkerst, dus op naar de dichtst bijzijnde kippenboer voor een maaltje met een echte coca cola erbij als extraatje.

20020402Sinds een week werk ik met jongens en meisjes als hij. Zodra een gezin in een precaire situatie terechtkomt, zijn de kinderen onherroepelijk de dupe. Ze worden makkelijk het slachtoffer van mishandeling en soms van seksueel misbruik. Vaak worden ze verplicht om te bedelen voor hun ouders, als ze die al hebben. Een kind houdt dat niet lang vol. Omdat hulpverlening miniem is belandt het al gauw op een bankje in het park van de stad als het niet meer naar huis durft. In het park hangen ook kinderen rond die meer doorgewinterd zijn in het straatleven en zij leren de nieuwelingen al gauw waar je droog kunt slapen en in welke vuilnisbakken de lekkerste restjes liggen.

Deze kinderen, met name jongens, zijn het uitschot van de maatschappij. Een gedeelte van de samenleving laat zich weinig aan hen gelegen liggen en is ze, zoals blijkt uit het hier volgende citaat, liever kwijt dan rijk:

While the vast majority of the murderers of these children and youth remain “unknown” the children themselves have names. They were children such as, Gerson Edgardo Nuñez Calix (16); Esteban Varela (16) and Gabriela Bonilla (13), all shot through the head three blocks from the police station in the city of El Progreso, Department of Yoro at approximately 1pm on August, 28th, 1999. The three youth had been released 30 minutes earlier by the police after having been illegally detained in the police station for 24 hours. The principal suspect is a policeman.

Bovenstaande passage ontleen ik uit een rapport van Casa Alianza. Deze organisatie werkt in verschillende Latijns-Amerika landen aan het verbeteren van het lot van straatkinderen en rapporteert aan de Verenigde Naties over het schenden van de fundamentele rechten van deze jonge, door alles en iedereen verlaten mensen. Volgens de cijfers van Casa Alianza zijn sinds 1998 alleen al in Honduras zo’n zeventienhonderd van hen vermoord; door politieagenten, bendeleden, particuliere veiligheidsbureaus, volwassenen, die hun aanwezigheid in de maatschappij als onwenselijk beschouwen. De politieman uit het bovenstaande citaat is in maart 2003 tot 20 jaar gevangenis veroordeeld, hetgeen een verrassende wending is in een ellenlange serie van vrijspraken en zodoende een eerste lichtpuntje biedt voor een betere toekomst.

Een paar goede, liefhebbende mensen in onze stad hebben het lumineuze inzicht gehad dat ook de straatjongeren gewoon kinderen zijn, en dat zij net zo goed recht hebben op aandacht en liefde en misschien zelfs wel ooit geluk zullen kennen als ze de kans maar krijgen. Zij zijn een project aan het opzetten om die kans voor hen te scheppen en hebben onder andere een veldje gehuurd dat ‘de Patio’ gedoopt is. Daar is een soort wasbak hebben gemetseld die dienst doet als badkuip, een toilet neergeknald, een koelkast gekocht, een tweepitter neergezet en dit is de plek waar deze kinderen elke middag welkom zijn om een warme maaltijd te krijgen, tv te kijken, te voetballen en een bad te nemen in de wasbak.

Het voornaamste doel van de patio is om een vertrouwensband te kweken met de kinderen, die stuk voor stuk erg te lijden hebben gehad onder het gedrag van volwassenen in hun directe omgeving. Ernesto, die ’s ochtend les geeft op een middelbare school en die een graad in de psychologie heeft, staat elke middag paraat om iedereen op te vangen die komen wil. Ernesto is leraar, vader, sociaal werker en oppas tegelijk en zorgt er voor dat de kinderen in elk geval een paar uur per dag een veilige rusthaven vinden als alternatief voor het gevaarlijke straatleven.

Wat hier bij elkaar komt is schaamtewekkend voor de mensheid. De jongste is zes en haar huis is een portiek in de buurt van de kerk. Ze heeft geen ouders die haar instoppen, geen schoenen, überhaupt geen kleren behalve de vodden die ze om haar lijfje draagt. Ze heeft nog nooit haar tanden gepoetst voor zo ver ze die al heeft, maar is gelukkig een vaardig dievegge, zodat ze in elk geval haar dagelijkse kostje bij elkaar weet te schrapen. De oudste is rond de veertien, daarna komen ze niet meer binnen want rond die leeftijd zijn ze onhoudbaar geworden, te verdoofd door lijm en alcohol, volledig onvatbaar voor rede en letterlijk in staat tot moord, als ze niet al gestorven zijn aan een longziekte van het snuiven.

In hun keiharde milieu geldt het recht van de sterkste, net als in onze keiharde maatschappij, maar hier gaat dat met fysiek geweld, niet met ingewikkelde manipulatieve trucjes zoals in onze eigen samenleving.

De eerste dag ben ik bijna in het ziekenhuis beland toen ik tussenbeide probeerde te komen in een steengevecht, waarvan ik later begreep dat dit dagelijkse kost is. Wie kwaad is pakt een aardige kei en mikt daarmee zo hard mogelijk op het hoofd van zijn doelwit. Er wordt gegooid om te raken, niet om te dreigen. Alles en iedereen wordt getest, ook die achterlijke blanke idioot die dacht dat hij zelfs hier met een leuk verpakt doosje liefde wel wat geluk zou scheppen.

Het is in dit rauwe en van alle franje ontklede milieu dat ik mij verreweg het best thuis voel. Hard maar fair, elk kwartier een knokpartij die eindigt in tranen, elk uur wordt er eentje naar buiten geflikkerd die iets onhoudbaars heeft uitgevreten, maar alles is hier duidelijk en open.

Om mij het best te identificeren met Lijmen Luisje en kornuiten ga ik hier gekleed in mijn alleroudste en meest vieze T-shirt en gore korte broek en loop ik verplicht op blote voeten over het met grind en stenen bezaaide veldje. Tijdens de eerste voetbalpot deed ik nog een lafhartige poging om mijn sandalen aan te houden en zo mijn tere voetzooltjes te beschermen tegen glasscherven en ander scherp materiaal, maar als enige met de luxe van schoenbezit is dat een beetje oneerlijk dus de tegenpartij wist mij al snel van mijn schoeisel te ontdoen. Ik wierp nog flauwtjes tegen dat blanken geen eelt hebben maar dat werd terzijde gewuifd als een belachelijk argument en nu strompel ik dus hinkend en kreunend als sloomste van het hele stel achter de bal aan.

De jongste geven zich al gauw over aan het kind zijn en willen in de lucht gegooid worden, komen een knuffel halen of tegen je aan hangen. Maar hier word je snel volwassen en elf is al te oud om nog klein te mogen zijn. Het wantrouwen jegens grote mensen is hier nog veel duidelijker dan in het weeshuis en dat is ook niet zo vreemd als je ziet hoe deze kinderen als vuil stront behandeld worden.

Zo is er Carlos van acht die vrolijk in mijn nek klimt voor een rondje hobbelpaard en er op los ratelt in zijn onverstaanbare Spaans, terwijl broertje Oscar van tien zich dat niet meer durft te permitteren. Telkens als ik een plotse beweging maak duikt het jongetje weg als een geslagen hond en ik vermoed dat hij thuis, want deze twee hebben nog wel een dak boven het hoofd, aardig wat rake klappen opvangt voor zijn jongere broertje als paps weer eens bezopen thuis komt.

Soms laat Oscar zich even gaan en lacht om een grapje van mij om zich dan binnen tellen weer te vergrendelen achter zijn eigen veilige hek, en pas na dagen van voorzichtig en aftastend om mij heen dralen pakte hij plots het kettinkje beet dat ik om mijn nek had. Dat heb ik in Guatemala gekocht en heeft veel blauwe en paarse palmboom kraaltjes die hij blijkbaar mooi vond en toen hij het echt niet meer kon houden kwam de grote vraag: ‘Of hij misschien dat kettinkje zou mogen hebben?’

Dat vond ik best dus spontaan deed ik het hem om zijn nek en de jongen was zo verbaasd over deze aardige geste van een volwassene, dat zijn mond openviel en hij mij aankeek alsof ik krankzinnig was geworden. Een minuut later was hij verdwenen uit de Patio, vermoedelijk uit angst dat ik nog van gedachten zou veranderen.

Monchichis ten voeten uit

5 juli 2002, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20020301Van het voedingscentrum gaat het naar het weeshuis, waar 39 jongens en meisjes wonen. De jongste kinderen zijn soms doorstroom uit het voedingscentrum als de ouders ze daar nooit meer vandaan komen halen en zodoende zit zuster Terrecita, de moeder overste compleet met nonnenkap en van die dikke nylon steunkousen in de tropische hitte, regelmatig opgescheept met zesjarigen die nog niet hebben leren praten. Deze typisch uit een Engelse kostschoolfilm uit de jaren vijftig herrezen vrouw is streng maar gelukkig ook rechtvaardig en ze houdt ondanks zichzelf wel van kinderen zodat binnen luttele weken de eerste woorden eruit geperst worden, eerst goedschiks en als dat niet lukt net zo makkelijk kwaadschiks. Vandaar dat ik mijn Alfredootje maar vast wat leer pruttelen, dan heeft hij een comfortabel voorsprongetje voor hij in de heksenhanden van zuster Terrecita belandt!

De eerste vraag die mij gesteld werd door al die 39 kindermonden was: ‘hoe lang ga jij blijven?’ want al hun surrogaatmoeders en -vaders zijn net zo wit als ik en allemaal laten ze hun kroost na een tijdje weer in de steek, dus ze hebben wel geleerd op hun hoede te zijn voor ze al te veel van een volwassen iemand gaan houden of hechten. Als je ouders er niet zijn en elke twee maanden een gedeelte van de opvang wisselt, kan ik me zo indenken dat je niet echt een hoge pet op hebt van alles wat ouder is dan twintig.

De volgende vraag, die de eerste dagen met regelmaat terugkwam was: ‘blijf je ook bij ons slapen?’ en die vraag begreep ik pas toen op een middag een opgewonden zes jarige Isaac mij in de armen viel terwijl ik aan kwam lopen en met van angst groot opgezette ogen plechtig verkondigde: ‘er is geen stroom’. Ik kon mij niet echt voorstellen dat dit een probleem was want in dit land valt elke week de stroom wel een paar uur uit en zelfs ik heb in mijn luxe appartementje ’s nachts geen water omdat dat afgesloten wordt wegens bezuinigingen, maar toen ik met vragende ogen naar hem keek sputterde Isaac verontwaardigd: ‘weet je wel hoe veel spoken hier wonen en hoe eng dat is in de nacht?!’

20020302Isaac stamt duidelijk af van een Afrikaanse negerslavenfamilie die hier 150 jaar geleden op de Cariben beland is en zich sindsdien vermengd heeft met indianenbloed, met als resultaat een donkerbruin kleurtje met strakke indianenharen en zeer bolle wangen met smaklippen.

Laatst moest hij vreselijk nodig naar het toilet maar vanwege uit de hand gelopen keetpartijen onlangs in het douchehok is nu het wc-papier door Terrecita en consorten achter slot en grendel gelegd en wie nood heeft moet bij een dienstdoende dame aankloppen en krijgt dan een 1-persoons rantsoen mee. Er was echter geen dame in de buurt dus wanhopig kwam Isaac op mij afstormen met één hand volkomen nutteloos als een soort bescherming om zijn negerbillen geklemd en zijn hamsterwangen nog boller dan anders. Of ik hem alsjeblieft kon helpen! Neen, dat kon ik natuurlijk niet want ik had geen sleutel voor de wc-papierkluis maar ik heb toen wel geleerd om continu een rolletje bij me te dragen voor het geval ik eens in Isaacs schoenen kom te staan.

Spookangst, vandaar die vraag over slapen blijven. Er is hier in de nacht maar één vrouw aanwezig en die slaapt apart in een kamertje heel ver weg. Navraag bij de oudsten leerde mij dat ook zij de nacht allemaal heel eng vinden, maar om nou ook nog nachtspookwacht te worden van 39 wezen gaat me echt iets te ver…

Net als het voedingscentrum, is ook het weeshuis gebouwd dankzij een vette donatie. Resultaat is een ruim opgezet gebouw met een eetzaal, een studielokaal, slaapzaal voor de kleine meisjes, voor de grote meisjes en voor de jongens, grote keuken, waslokaal…en dat alles op vijf kilometer buiten de stad in een enorm weiland met mango- en limoenbomen, bananenpalmen en speelruimte.

Er gaat geen dag voorbij of er komt een Monchichi trots als een pauw met een vondst aanlopen, zoals een 7 cm lange kakkerlak, een sprinkhaan van een formaat dat bij ons meteen in het Guinness boek of records komt, of een staartloze kameleon die van schrik twaalf kleuren uitstraalt. Hoe ik ze ook probeer uit te leggen dat al die beesten zonder hun goedbedoelde interventies een veel prettiger leven leiden, er wordt gejaagd en dat gebeurt met verve. Ik heb ze formeel en streng verboden om met slangen aan te komen, hetgeen een ware heksenjacht op deze arme beesten heeft ontketend, want de grap is nu natuurlijk om de grote witte man bang te krijgen.

Monchichi’s noem ik ze, omdat die pluche aapjes die vijftien jaar geleden in Nederland zo populair waren, exacte kopieën zijn van de jongetjes en meisjes die hier lopen, compleet met hol naar buiten staande oortjes, wipneus en kaneelkleurig gelaat. Ik weet zeker dat meneer Monchichi destijds gewoon in een Hondurees weeshuis op bezoek is geweest voor inspiratie.
Vaak is het dolle pret en dikke keet. Soms is het een brok in de keel en even doorbijten.

20020303Zo hebben we hier Army van acht wiens voortanden niet willen doorkomen, vermoedelijk vanwege melktekort. Hij kan ondanks zijn flinke leeftijd nog steeds niet praten en loopt met regelmaat gefrustreerd en wild gebarend rond om iets duidelijk te maken, wat natuurlijk niet lukt. Boos gaat hij dan op een wipje zitten om telkens dezelfde beweging te maken, op en neer, harder en harder, tot het onvermijdelijk mis gaat en hij zich een buil valt. Elke dag probeer ik het woordje ‘lima’ met hem te oefenen want dat vindt hij mooi maar het komt er nooit goed uit, tot hij rood van machteloosheid wegrent of mij hulpeloos huilend aanstaart, kwaad om mijn aanhoudendheid die hij ziet als wreedheid. Nou moe, als je Terrecita in je leven hebt ben ik toch echt een lieverdje hoor!

Of Teresa van negen, die het ene moment tegen mij aankruipt, knuffels en aandacht wil en er als een gek op los kletst, om het volgende moment stijf op haar rug naar het plafond te gaan liggen staren zonder te reageren op kietels, woorden, knuffels of een duw, zichzelf hermetisch afsluitend van de grote boze wereld….

En dan nog Felipe met zijn voetgebrek, de ene voet iets kleiner dan de ander maar geen geld voor aangepaste schoenen zodat hij mank door het leven gaat en zo met zijn linkervoet over de grond sleept dat de zool kapot is en zijn tenen inmiddels ook. Hij gaat sokloos met die kapotte voeten in die foute schoenen. Laatst kon ik hem met veel overredingskracht en een kleine fysieke inspanning zo ver krijgen dat hij zijn schoenen uittrok. De lucht die vrijkwam stonk naar onverzorgde wond en oud bloed, maar er is geen geld voor een zalfje of een dokter, laat staan voor een goed paar schoenen. Ik heb hem maar verplicht om sokken aan te doen en Terrecita en consorten gewaarschuwd, die schouderophalend zuchtten: ‘tja, we willen wel maar we kunnen niets’.
Net als in het voedingscentrum zou ik ook hier mezelf graag in velen willen delen zodat ik genoeg aandacht aan ieder kind kan schenken maar het gaat niet. De één wil een kaartspelletje doen terwijl nummer twee liever wat sommen nakijkt, nummer drie wil gewoon haar hoofd in je schoot leggen en de vierde wil even kletsen over de dag van gister of over dat verre onbekende Europa en het gaat niet, ik kan het niet. Ik ben maar één Bas en zij zijn met 39.

We hebben een dokter nodig, een logopedist voor Army, die dan binnen een jaar kan praten, dat weet ik zeker, een psycholoog voor Teresa en met name voor elk wat meer liefde en begeleiding van volwassenen.

Ook hier liep ik de eerste dagen hopeloos, hulpeloos en moedeloos verdwaasd rond, geschrokken van de tekorten en de berustende continue vrolijkheid van de leiding. Nu ga ik ook die kant uit en leer roeien met de riemen die we hier hebben. Waar je in Europa met geld binnen een uur een probleem oplost, leer je hier gewoon met dat probleem leven en probeer je het te verlichten met het weinige dat je tot je beschikking hebt.

Het weeshuis maakt geen deel uit van het Proniño-project maar van een ander hulpverleningsprogramma in El Progreso.