Alle posts voor juni 2002

Huilende hummels

26 juni 2002, door Bas onder Vrijwilligers in actie

20020201Twee weken geleden is het nu dat ik hier zonder enige ervaring in het diepe gegooid werd als vrijwilliger en inmiddels heb ik drie banen, ruim honderd zonen en dochters, en een schat aan ervaringen.

De eerste week was ik hulpeloos verloren, diep ontdaan door de ellende, de armoede en de verraderlijke scherpte van de hardheid in de maatschappij die je hier zo overrompelt dat je er niet onder vandaan kunt kruipen, behalve door weer in het vliegtuig naar huis te stappen.

Woelend in bed lag ik te malen over oplossingen, gefrustreerd over de houding van de rijkerikken hier ter plekke van wie een gedeelte bewust het gezicht wegdraait als een straatkind de hand ophoudt, machteloos omdat ik over voldoende geld noch liefde beschikte om het ondraagbare leed te stelpen, verbolgen om de desinteresse van het arrogante, decadente westen. Menig keer hapte ik een gat in mijn kussen om de tranen te verbijten.

Inmiddels is de verschrikkelijke klaagzang van tranen eruit. Verschrikkelijk, wat heet, nog geen drie kwartier en nauwelijks een halve toiletrol gebruikt. Inmiddels ook is de berusting een beetje wedergekeerd en ben ik beter in staat de blijheid te voelen die hier even zozeer elke dag aanwezig is.

Dat wil niet zeggen dat ik hier onverdeeld gelukkig ben. Soms zit ik na een zware dag stuk, soms ben ik ’s ochtends te leeg om op te kunnen staan. Meestal gaat het me beter af en fiets ik neuriënd naar mijn werk, pak een straatkind bij de hand om eten met hem te gaan halen en geniet van wat ik krijg aan liefde en aandacht van de kinderen.

Nu ik wat ritme te pakken heb, ben ik aardig in staat mijn tijd goed in te delen. In de ochtend wacht mij de zwaarste taak, het voedingscentrum. Ruim eenderde van de jeugd in Honduras lijdt aan ernstige ondervoeding. Ouders willen veel kinderen omdat die de garantie voor hun oude dag zijn. Pensioenen, verzekeringen, uitkeringen, men kent het niet, men maakt eenvoudigweg zo veel mogelijk koters, in de hoop dat zij die het overleven de ouders tot de dood verzorgen. Helaas zijn een aantal van die ouders uit geldgebrek niet in staat hun kroost te voeden, of ze zijn simpelweg zelf nog kinderen, die een ongelukje zijn begaan, en niet de zorg voor een baby kunnen dragen.

Elke dag zit ik onder de poep en de troep en de pies en vaak als ik na twee uur het centrum verlaat, beloof ik mezelf dat ik er nooit meer naar toe hoef maar telkens als ik binnenkom steekt er uit 22 minimondjes een ritmisch ‘papa, papa, papa,’ op en ben ik weer ontroerd en verkocht. In het huis werken alleen vrouwen dus alles wat naar baard en broek riekt en maar enigszins voor vader door kan gaan krijgt die titel meteen toebedeeld.

Op de speelvloer zijg ik neder en word binnen luttele tellen letterlijk overvallen door een zwerm kleintjes. Zo hebben wij de gezusters Yuliza en Jessica , respectievelijk vijf en vier. Deze parmantige pruttelaars zijn ondanks hun jonge leeftijd reeds in het bezit van een groteske, haast lachwekkende lelijkheid. Steeds als ik ze aankijk ben ik weer oprecht verbaasd dat zo’n immense lelijkheid zich verzamelen kan in zo’n klein gezichtje. Yuliza lijkt als twee druppels water op die 70 jarige verschrompelde dametjes uit Grozny in Tsjetsjenië die je wel eens op tv ziet als er daar weer een bom is gegooid door de Russen en zusje Jessica doet niet onder voor een gemiddelde vluchtoma uit een Kosovaars opvangkamp voor hongerlijdende daklozen.

Yuliza heeft besloten dat ik haar vader ben met als gevolg dat zij steevast op mij probeert te kruipen en onlangs heeft ze ontdekt dat ze dat het langst volhoudt door languit met haar hele vijfjarige omalichaampje over mijn knieën te gaan liggen zodat ik links klem zit tussen haar benen terwijl zij mij rechts in de houdgreep neemt met haar schoudertjes. Als je dan bedenkt dat gelijktijdig zo’n twaalf andere kinderen hetzelfde trucje proberen uit te halen kun je je voorstellen dat ik met regelmaat gruwelijk halsbrekende toeren uit moet halen om mij te bevrijden van dat grut.

Drie kwart is nog in de luierfase en omdat we geen geld hebben om allerlei maatjes en frutseltjes aan te schaffen is er alleen een goedkope namaak versie van de pamper medium met als gevolg dat de ene helft van de kinders een te grote en de andere helft een te kleine luier om de billen heeft.

20020202Wie een te kleine luier om heeft moet heel hard persen en als dat dan gelukt is bevrijdt zich een imposante stroom poep via dijen en onderrug. Wie een te grote luier heeft leidt een luchtiger bestaan en in dat geval kan eerdergenoemde poepstroom vrijelijk haar gang gaan over het gehele babylijfje. Saillant detail van deze beschrijving is dat vanwege de ernstige voedseltekorten en buikparasieten en in sommige gevallen tyfus waar al deze kinderen aan lijden zij zonder uitzondering de meest vreselijke vormen van diarree hebben. Geef ze een uur en het hele speellokaal zit onder, ik incluis, hoe ik ook mijn best doe om buiten schot te blijven.

Het vreselijke karwei van het luiertje verwisselen heb ik tien dagen lang weten te vermijden door snel te gaan afwassen als het zo ver was, een vele malen leuker klusje dan 22 paar bediarreedde billen schoonvegen, maar toen kwam Katja, de Vlaamse vrijwilligster, mij vrolijk vragen of ik me wellicht wilde wagen aan deze kerntaak van de babyhulp. Dit kon ik niet weigeren, ik besloot een moderne man te zijn en alle voorheen vrouwelijke taken ook op mij te nemen. Kordaat en vastberaden trad ik de wisselkamer binnen. Iedereen onder jullie die moeder of vader is of tante, oom of onder wat voor noemer dan ook wel eens een babyluier verwisseld heeft weet wat een intense geuren baby’s uit die piepkleine lijfjes weten voort te brengen. In onze wisselkamer komen dus tweeëntwintig van zulke lijfjes met voedselproblemen samen op de pot.

Paniek….ik kreeg gewoon een paniekaanval…..en heb nu luierwissel dispensatie gekregen van de dames dus vol enthousiaste dankbaarheid gooi ik me elke ochtend op een enorme afwas, terwijl zich tien meter verderop de meest verschrikkelijke taferelen afspelen. Wie schoon is komt naar mij toe hobbelen en als een echt volleerde vader, compleet met luierangst, breng ik dan de desbetreffende fris riekende Hummel naar zijn ledikantje, om daar vader Jacob te gaan zitten zingen (gewoon in het Limburgs, verstaan ze ook wel) en lendenen te kietelen en met mijn mond proestgeluiden te maken op buikjes voor het slapen gaan. Dit laatste spelletje was tot voor kort in Honduras onbekend maar is nu met stip gestegen tot meest populaire keetactie voor het slapen gaan, zodat ik steevast tweeëntwintig buiken moet bemondproesten, elk twee maal, voor mijn zware taak er op zit.

Dit is de vrolijke kant maar zoals elke medaille heeft ook deze een wat meer duistere zijde. Er werken hier bij toerbeurt elf vrouwen, gemiddeld vijf per keer, die elk druk zijn met wassen, koken, bedden opmaken, luiers verschonen etc…

Niemand, maar dan ook niemand, heeft tijd om deze kindjes een handjevol liefde of aandacht te geven en dat is nou juist wat zo nodig is voor een beetje babygeluk. Katja, een vrijwilligster uit Vlaanderen, werkt hier al vier maanden lang acht uur per dag en ik heb diep respect voor haar. Zelf ben ik na twee uur aan het eind van mijn Latijn en zielsgelukkig als ik het centrum weer kan verlaten terwijl dit sterke meisje dat nog maar net twintig jaar is, dag in dag uit doorbikkelt. Zij, en sinds een tijdje ik, zijn de enigen die spelen, die ze optillen, ze tegen ons aandrukken voor een knuffel. Zelfs de oudsten van vijf kunnen niet praten, geen kleuren onderscheiden, hebben nog nooit een viltstift in hun handen gehad en kennen geen ouderliefde.

Als er ouders zijn worden die gevraagd om te komen helpen en aandacht te geven aan hun kind maar vrijwel niemand doet dat. Vaders zijn te macho, moeders te druk met hun twaalf andere koters, ze hebben het kwartje voor de bus niet, of ze schamen zich te diep dat ze hun kind hebben afgestaan, dus we hebben hier eigenlijk enkel wezen. Er is geen onderwijs, te weinig spelletjes, te weinig van alles. Niemand heeft eigen kleertjes, er ligt gewoon een stapel waar je wat van afgraait. Niemand heeft een eigen bedje, wie het eerst komt wie het eerst maalt. Niemand van deze kindertjes heeft iets dat van hem of haar is, zelfs geen eigen echte moeder.

Alfredo van vijf is idolaat van mij en hangt aan me van het moment dat ik binnenkom tot ik wegga. Hij klemt zijn handjes om mijn polsen heen en weigert los te laten. Elke dag oefen ik met hem om zijn naam te leren zeggen en we zitten nu op aaaallllllll—–ffffrrrrrreeeeee. Als hij het goed doet mag hij als beloning op mijn schouders en tegen de tijd dat ik wegga kan hij Alfredo net zo goed uitspreken als ik, want het is een kanjer dus dat lukt hem.

Het centrum is gebouwd met een Amerikaanse kerkgift van 100.000 $ (90.000 euro), een kapitaal voor deze contreien, en is daarom één van de mooiste van het land. Helaas zijn we verleden week een maandelijkse bijdrage van 2.000 $ (1.800 euro) van een soort mini foster parents programma kwijtgeraakt. Waarom? Omdat er daar een bestuurswisseling heeft plaatsgevonden en de nieuwe directeuren hebben besloten dat donatuers van nu af aan het recht hebben om een kind fictief te adopteren. Het gedoneerde geld moet dan voor die specifieke kleuter gebruikt worden.

Niet ieder kind wordt ‘geadopteerd’, met als gevolg dat vanaf nu sommige kinderen nauwelijks meer te eten zullen krijgen terwijl anderen tot wel vijf kaviaar maaltijden per dag voorgeschoteld gaan krijgen en rondhuppelen in dure merkkleertjes. Bovendien zouden er dan iedere maand kiekjes geschoten moeten worden en naar de betreffende ‘ouders’ worden gestuurd, met een brief van ‘hun’ kind er bij. Deze kinderen kunnen hun eigen naam niet eens uitspreken, hoe kunnen die ooit een brief schrijven aan onbekende mensen in een vreemde taal?

De mensen van ons voedingscentrum hebben onophoudelijk proberen uit te leggen dat wij zo niet kunnen werken, dat ieder kind een gelijke behandeling verdient en dat het en dat het onmogelijk is om voor de een rosbief te bakken en de ander droge rijst voor te schotelen, dat er tijd noch geld is om foto’s te maken en brieven te schrijven.
Soms is het probleem dat donateurs vergeten dat het kind hen niet kent, niet die lieve brief heeft geschreven, zelfs hun taal niet spreekt – noch die van hemzelf overigens – en dat vanwege dit systeem andere kinderen wellicht basisbehoeften worden onthouden. Bovendien raakt het ‘geadopteerde’ kind zijn privileges kwijt wanneer de ‘ouders’ besluiten om hun donaties stop te zetten.

Om een gemeenschap te helpen ontwikkelen is het belangrijk om de hele gemeenschap te steunen en niet slechts enkele individuen gedurende een bepaalde tijd ten koste van de rest van de groep. Zoals Ana terecht zegt: ‘alsof je een kind brandweeroefeningen leert maar het wel in de val laat leven’. Op lange termijn doet zo’n systeem waarschijnlijk meer kwaad dan goed.

20020203Het voedingscentrum en het nieuwe bestuur konden het hierover niet eens worden en in plaats van toe te geven aan hun voorwaarden, zodat het geld bleef binnenstromen en we op korte termijn konden profiteren, heeft het centrum besloten het adoptieprogramma te verlaten en door te gaan met alle kinderen gelijk te behandelen, om ondertussen op zoek te gaan naar nieuwe inkomstenbronnen. Iedere keer opnieuw ben ik zo onder de indruk van Ana’s vermogen om elke situatie te accepteren zoals die is en trouw te blijven aan haar overtuigingen. Terwijl ik als beginnende nieuweling zo gefrustreerd ben over deze financiële aderlating, blijft Ana kalm en vertrouwt erop dat er een oplossing gevonden zal worden.

Het voedingscentrum maakt geen deel uit van het Proniño-project maar van een ander hulpverleningsprogramma in El Progreso.

Basje belandt in Dynasty

10 juni 2002, door Bas onder Vrijwilligers in actie

Mijn huisbaas is een weekend naar Tegucigalpa, de hoofdstad, en zijn werknemers weigeren mij de sleutel van mijn appartement te geven dus ben ik zwervende voor mijn eerste nacht. Ana, de dame die mij hier opvangt, stelt me gerust door te regelen dat ik in het tuinhuisje van kennissen van haar kan slapen maar daarop ben ik zelf helemaal niet gerust want als je weet dat hier de gemiddelde behuizing uit niet meer bestaat dan vier houten schotten en een golfplaten dakje, kun je je afvragen wat een tuinhuisje dan wel voor moet stellen. Mijn mond valt dan ook open wanneer wij in de buitenwijk van Progreso belanden waar ik die nacht door zal gaan brengen. Na een druk op een knop gaat een enorm hekwerk open en kom ik terecht op een oprijlaan met een vette bmw, een dikke amerikaan en een geblindeerde four wheel drive. Een dienstmeisje laat mij binnen en ik blijk mij te bevinden in het huis van een illustere Palestijnse familie.

Veel Latijns-amerikaanse naties hebben in het begin van de vorige eeuw grond aangeboden aan buitenlanders in de hoop dat die konden helpen hun land op te bouwen tot een welvarende staat. Zo zijn er in Argentinië veel Duitsers en Italianen terechtgekomen, in Brazilië een hoop Zwitsers en in Peru Japanners. Honduras had toentertijd gegokt op Palestijnse christenen en zodoende wonen hier nu, 80 jaar later, een hoop afstammelingen van vroegere Bethlehemmers en Jeruzalemmers. Later leer ik dat acht van deze families uit zijn gegroeid tot de ware machthebbers in dit land door te trouwen met de plaatselijke landheren en via lekker door incesten een zeer gesloten groep te behouden. Terwijl ik echter dit huis binnenliep wist ik dat nog niet en ik viel van de ene verbazing in de andere. Een woonkamer van zeven bij negen met de allergrootste tv die ik ooit gezien heb, een soort privé bioscoop. Vervolgens werd ik geleid naar een andere woonkamer die beter de naam balzaal verdient. Kroonluchters sieren het vier meter hoge plafond, een airco zoemt zachtjes en Beethoven speelt hier zijn vijfde in een ware tempel van akoestiek. De beschaafde Beethoven van de Europese burgerij in dit krankzinnige land. Een paradoxaal gevoel maakt zich van mij meester.

20020101In Europa heb ik een handjevol flinke optrekjes mogen aanschouwen, maar die worden gereduceerd tot armzalige doorzonnetjes vergeleken met het kasteel waarin ik nu ben beland. Ik maak me al lang geen zorgen meer over dat tuinhuisje en inderdaad, het blijkt twee keer het formaat van mijn huisje in Val Thorens. Er is een badkamer met warm waterdouche, zeer zeldzaam hier, een heuse echte tuinhuisjesairco, een zithoek, en ik ben nog niet binnen of een charmante jongedame gaat mijn bed opmaken.

Nu voel ik mij altijd nogal ongemakkelijk wanneer onderbetaald personeel voor mij dit soort werkjes gaat verrichten zodat ik schijnheilig probeer ook een lakentip te bemachtigen om zo te helpen met de beddenklus maar dit wordt mij niet in dank afgenomen. Dit meisje heeft een baan en dat is meer dan haar vriendinnen kunnen zeggen. Ze is niet van plan die baan af te staan aan één of andere schuldbewuste blanke dus na een kort gevecht dat ik moedwillig verlies sta ik gespeeld beteuterd te kijken tot een andere dame binnenkomt met een karaf mineraalwater en een schaal vruchten, voor het geval ik een lichte trek zou ontwikkelen na het nachtelijke plasje doen.

Wanneer ik de deuren opensla van mijn riante tuinhuis kijk ik uit op een prachtig zwembad en ik kan niet nalaten om aan Miranda, de eigenaresse van dit pandje, te vragen of ik wellicht even mag proberen of het water goed op temperatuur is. Twee keer knippen in haar handen is voldoende om het zwembad magisch te doen baden in onderwater verlichting, spotjes schijnen op de omringende palmbomen, de zuiveringsinstallatie wordt in gang gezet en meneer Wiersma mag zich het bad toe-eigenen. Eega Juan komt nog even controleren of mij alles goed vergaat en hij blijkt een soort Centraal-amerikaanse bandenkeizer te zijn met het monopolie op de autobandeninvoer van Honduras.

Verder is hij dikke maatjes met de president en ook nog vice-senator van een andere man want in tegenstelling tot het onze is in dit land politieke moord schering en inslag dus heeft elke senator een vervanger klaar staan. Leuk baantje. Niettemin vind ik het fijn om hier een hoge pief te kennen voor het geval ik in de problemen mocht komen. Overigens blijken Miranda en Juan geen deel uit te maken van die acht macht uitmakers hier en het zal me benieuwen hoe die dan wel wonen en leven…

De volgende dag is de huisbaas, die Ricardo blijkt te heten, terug, en mijn appartementje blijkt typisch klein maar fijn. Een naar Hondurese maatstaven vorstelijk onderkomen met een keukentje, een douche, helaas met koud water, en een slaapkamer. Ricardo is een telg van de oprichters van deze stad en maakt als zodanig deel uit van de kleine rijke elite. Na een achtjarige opleiding tot arts in Miami, twee jaar in Parijs en een aantal omzwervingen door Europa, India en de VS, is hij een praktijk begonnen in zijn thuisbasis El Progreso.

Als hij vraagt of ik die avond naar een feestje wil komen dat hij geeft ter ere van de hoofdredactrice van de Miami Herald, zeg ik gretig ja, want ik wil wel wat dieper doordringen in dit rare wereldje van illustere rijkdom en het is hier in dit vreemde verre land wel prettig om wat contacten op te doen. Alweer zo’n mooi huis. Kleiner maar veel smaakvoller ingericht.

De hoofdredactrice, een voormalig inwoonster van onze stad, heeft Ricardo een grote dienst bewezen en dient in gepaste stijl te worden ontvangen, nu zij weer even in den lande is. Alle notabelen zijn aanwezig en als kers op de slagroom heeft zelfs de zus van de ex-president haar opwachting gemaakt, vergezeld van haar zoon. Ook hij blijkt een toffe kerel en inmiddels heb ik een dag samen met mams en kind aan de Cariben doorgebracht, compleet met villa, privé-bad, geblindeerde auto en palmbomen

20020102Tja, zo raakte ik hier dus pardoes verzeild in de rijkste sociale echelons die dit land kent en ga om met meer miljonairs dan ik in Europa ooit ontmoet heb. Een deel van de rijkerikken blijkt niet bepaald begaan met het lot van hun minder bedeelde landgenoten. Anderen echter nemen wel degelijk verantwoordelijkheid en helpen waar ze kunnen. Zo zijn er Jorge en Elizabeth Mealer, die op eigen houtje besloten om een project op te zetten dat straatkinderen een waardige toekomst biedt. Of wat te denken van Ana Tower, een Amerikaanse die hier enkele jaren geleden als bij toeval terecht kwam en die mij begeleidt bij mijn eerste stapjes in de warrige wereld van de vrijwilliger. Zij bestiert een weeshuis en een centrum voor ondervoede baby’s. Toen ik haar vroeg of ze hier lang zou blijven lichtte het vuur in haar ogen op: ‘Bas, op het moment dat ik voor het eerst deze stad binnenreed wist ik dat ik hier zou sterven, ik blijf hier tot het eind want ik hoor hier te zijn’.

In de volgende hoofdstukken vertel ik iets over ondervoede Hummeltjes in een voedingscentrum, Monchichi’s in een weeshuis die nog nooit een bioscoop of zwembad van binnen hebben gezien en de zoete smaak van een mars niet kennen, en over op straat levende kinderen die hun longen vol lijm snuiven om de ellende van alledag te vergeten in de roes van de drugs.
Het andere uiterste dus, waarvan ik geregeld mijn lippen stukbijt om de tranen tegen te houden waar de kinderen bij zijn, het leed me zo aanvreet dat ik er soms letterlijk misselijk van word. Gelukkig soms ook een traan van innig geluk want door al die kleine prachtmensen word ik overspoeld met liefde en voel ik me zeer bevoorrecht.

Daarom stuur ik als groet uit het arme Honduras een hoop liefde naar het rijke Westen dat daaraan wel eens gebrek heeft.