Op de dag dat ik in El Progreso aan was gekomen, stapte ik in een bus om een stadje in de buurt te gaan bekijken. Samen met mij stapte een meneer in die het woord van de Here Jezus kwam verkondigen. Dat is hier vrij normaal, soms deel je de bus met pillenslijters, waterverkopers of mensen die je batterijen of antennes proberen aan te smeren, en op zijn tijd hoort daar een evangelist bij.
Op zijn zee van zalvende woorden dommelde ik al snel in, tot ik wakker schrok bij het woord ‘Holanda’. De man bleek een vurig anti-Nederland betoog te houden. In dit verziekte Sodom en Gomorra mochten homoseksuelen met elkaar trouwen en kinderen adopteren en lieten mensen zich bovendien vrijwillig vermoorden als ze ziek waren. Het publiek hing aan zijn lippen en ik stelde mij al het gejuich en gejoel voor indien hij had opgeroepen tot een boycot van de Shell en de Philips-gloeilamp.
Vertekende denkbeelden komen nogal eens voort uit gebrek aan evenwicht in het leven van een individu of een groep. Soms is armoe daar debet aan, vaak een verwrongen interpretatie van eeuwenoude geschriften of een mengsel daarvan, en angst is meestal de wortel die daar onder verscholen gaat. Angst voor verandering, angst voor machtsverlies, angst dat de eigen denkbeelden fout blijken.
De geschiedenis leert ons dat op aarde het evenwicht door de tijd altijd weer in ere wordt hersteld. Alle rijken die we gekend hebben zijn na het toppunt van hun macht de ondergang tegemoet gegaan, al duizenden jaar lang en zonder uitzondering.
De Perzen, de Egyptenaren, de Grieken en ook Caesar, Nero en hun vrienden in Rome, hebben stuk voor stuk gedacht dat ze het eeuwigdurende rijk hadden gesticht. De Franken hebben het niet gered en Napoleon heeft zijn Waterloo gekend. Een radicaal voorbeeld is Hitler, die met zijn wanstaltige Dritte Reich de balans wel zodanig verstoord heeft dat twee decennia nadat hij aan de macht was gekomen, het evenwicht godzijdank alweer hersteld werd. Het Commonwealth van her Majesty the Queen is uit elkaar gebrokkeld en moedertje Rusland, de laatste in het rijtje tot nu toe, is in een paar jaar tijd een zieke oude oma geworden.
Ook nu bestaat er op aarde een ernstig gebrek aan evenwicht. Dit is oorzaak van veel misstanden die pas definitief kunnen worden opgelost wanneer de balans wordt hersteld; tussen rijk en arm, tussen religies, tussen volkeren, tussen mens en natuur.
Volgens mij is het nu tijd om die balans vrijwillig te herstellen. Op het internet las ik dat een onderzoek van de Verenigde Naties in 1999 uitwees dat de 225 rijkste mensen op aarde even veel bezaten als de 2,5 miljard armste.
Voor wie niets heeft is een druppel een kostbaarder bezit dan een zwembad voor iemand met een oase. Wie een oase heeft kan vaak de waarde van een druppel niet meer inschatten, maar als iedereen een paar druppels geeft heb je al gauw een dorstlessend glas.
Iedereen hoeft alleen een stukje verantwoordelijkheid op zich te nemen. Als individu en op groepsniveau. De rijken door de armen naar redelijkheid te belonen voor hun werk als koffieplukker of klerenwever. De vleeseters door dieren respect te tonen en ze niet schaamteloos te mishandelen tot onvermijdelijk de meest vreselijke ziektes uitbreken. Tenslotte zoekt ook hier de natuur naar herstel van evenwicht dus zullen de koeien en de varkens gewoon bij bosjes blijven sterven tot we eindelijk ons beestachtige gedrag veranderen. De streng gelovigen door in te gaan zien dat wellicht hun interpretatie van god niet de enige juiste is. De energieverbruiker door schone energie te maken van de zon, het water of de wind. De hele wereld door nu eens te gaan beseffen dat je uiteindelijk allemaal beter af bent als er evenwicht is, dus als je iets weggeeft van wat je te veel hebt en afblijft van wat je niet toekomt.
‘Ach, was ik maar de president,’ zuchtte het jongetje dat voor alle vragen een oplossing dacht te weten, maar zelf nog zo veel leren moest.
Jorge kwam al een paar dagen naar de Patio met een diepe snee in zijn voet, die bij gebrek aan schoenen telkens viezer werd. Uiteindelijk heb ik een antibioticumzalf voor hem gehaald, en twee paar sokken om zijn wond te beschermen. Schoenen kon ik niet kopen want Jorge is tenger, die raakt binnen een uur zijn gympen kwijt aan een sterker jongetje. Zielsblij met al die aandacht viel hij om mijn nek en toen de wond allang weer dicht was kwam hij nog steeds elke dag leuren om een beetje zalf, een pleister en vooral een knuffel.
Dat is een druppel. Maar wie heeft het lef om tegen Jorge te zeggen dat die druppel verdampt op zijn gloeiende plaat hopeloosheid? Wie durft dat kind van elf te vertellen dat zijn miserabele, zielige leventje over een jaar of vijf vermoedelijk toch zal eindigen met een overdosis lijm op een keihard bankje in een park op een kille nacht? Een nacht zonder sterren waarin zijn aan elkaar geplakte longen de moed opgeven en hij moederziel alleen sterft zonder ooit de liefde te hebben mogen omarmen.
Als dat ooit gebeuren zou, dan heeft Jorge in ieder geval één keer geweten hoe het is om een beetje verzorgd te worden, dan heeft Jorge in ieder geval één keer gevoeld hoe het is als er iemand een beetje van je houdt…
Dankzij de gezamenlijke inspanningen van Hondurezen, Amerikanen en Europeanen, die aanvoelen dat het herstellen van evenwicht belangrijker is dan onderlinge verschillen, krijgen Jorge en zijn vriendjes en vriendinnetjes een kans op een waardige toekomst.
Iedere dag sterven er in deze wereld 30.000 kinderen van onder de vijf jaar aan ondervoeding en slechte hygiëne. Dat komt overeen met tien Pentagonvleugels, twintig ingestorte tweelingtorens en veertig passagiersvliegtuigen. Elke dag, ook op zon- en feestdagen. Kinderen van boven de vijf jaar en volwassenen niet meegerekend. De tijd is rijp om daar iets aan te doen.
‘Neem je me mee? Mag ik met je mee naar jouw land?’ Luis kijkt me aan met die priemende ogen en ik voel me al schuldig nog voor ik een antwoord verzin…. ‘Dat vind je niet leuk Luis, in mijn land is het koud en daar hebben we geen paarse bonen en geen tortilla’s’.
‘Dan koop je toch een jas voor me, jij bent rijk. Bovendien ben je best dik dus je zult heus wel lekker eten’. Ik ontwijk zijn blik en zeg dat we in mijn land zijn taal niet spreken maar hij werpt tegen dat als ik Spaans heb geleerd, hij vast ook wel mijn taal kan leren.
Waarom voel ik me gemeen, ik heb toch genoeg gegeven, ik ben toch niet schuldig? ‘Luis, ik heb maar een heel klein huisje’. ‘Oh dat geeft niks hoor, ik heb géén huis dus ik ben al heel blij met een matras in een hoekje’.
Ik kijk van hem weg. Ik voel dat ik ga huilen als ik nog één keer in de diepte van die ogen staar. Laffe lul, niet durven huilen waar dat dappere kind bij is, bang om je zwakte te laten zien, angst om eerlijk te zijn. Maar ik voel me zo verschrikkelijk dat ik mijn onmacht en verdriet fysiek kan voelen. De wanhoop steekt als een spies door mijn buik tot ik kramp krijg en de ellende drukt op mijn borst tot mijn adem er van stokt. Hij belooft dat hij de hele dag netjes voor de tv zal zitten, want die heb ik vast. Gaat niet Luis. Of dat hij mij kan helpen met mijn werk, of mango’s en kokos verkopen op straat, zodat hij ook wat geld in het laatje brengt. Kan niet Luis. Naar school dan, lijkt hem prachtig om zijn naam te leren schrijven. Vergeet het maar Luis. Geen paspoort… hij verstopt zich wel in mijn bagage… onmogelijk Luis…
God lieve hemel, laat hem ophouden met deze marteling, ik wil het niet weten, hij kan niet mee. ‘Maar Luis, ik kan toch niet zo maar jouw vader zijn?’ probeer ik met de moed der wanhoop. Weer die ogen die door me heen prikken. ‘Tuurlijk wel, ik heb geen vader en ik vind jou heel leuk dus je mag het wel worden hoor’.
Er rolt een traan over mijn wang. Luis vangt hem op met zijn wijsvinger. Hij kijkt er naar en dan kijkt hij weer naar mij. Mijn zoon staat op. Hij loopt van me weg en draait zich niet meer om.
Lieve Luis, bedankt. Je symboliseert voor mij het dualisme van deze wereld. Als ik in je ogen kijk, verdrink ik in de duisternis van je angst maar als ik daarna je hart zie word ik één met het Licht van je Liefde.
Met dank aan alle Kinderen
MET LICHT EN MET LIEFDE
Bas


Verleden weekend ben ik naar de zee geweest. Ik had het idee opgevat om met Oscar en Carlos – de broertjes van het pizzafestijn – en ditmaal ook hun zusje Alejandra, naar het strand te gaan.
Even later zaten we bij mij thuis aan de cornflakes en vroegen we waarom hij toch zo graag die broek wilde hebben. ‘Papa had precies dezelfde aan op de dag dat hij doodging’, spuide Oscar vrolijk uit, met zijn handen over zijn nieuwe aanwinst strijkend. Aaaaiiii, bij deze jong vaderloos geworden schrijver werd een gevoelige snaar geraakt. Ik was zielsblij dat ik me had laten overhalen en hoopte vurig dat mams hem niet zou inruilen voor een zak bonen.
Diezelfde avond bestelde ik net een pizza in een restaurantje, toen Carlos en Oscar met vriendje Elvis opeens wild gebarend en zwaaiend voor het raam stonden. Ze weten dat ze er ogenblikkelijk door de eigenaar uitgesmeten worden als ze een voet binnen durven te zetten, en daarom riepen ze me naar zich toe. Meesmuilend en verlegen om zijn eigen voeten draaiend vroeg Carlos vertwijfeld of ik misschien bereid was om een hamburger voor ze te kopen, want ze hadden gehoord dat dat het lekkerste eten was ter wereld en wilden dat toch ook zo graag eens proberen.
Dit is een gedeelte van de jongere kliek, met wie gevoetbald en tv gekeken wordt, en die elke dag in de wasbak duiken voor een bad, al is het zonder zeep. Deze jongens en twee meisjes gebruiken geen lijm en doen zo goed en zo kwaad als het lukt hun best om een normaal leven te leiden.
Na het weeshuis ga ik door naar de Patio. Wie hier absoluut het minst hebben zijn de straatschoffies. Net als elke arme stad op de wereld heeft ook ons El Progreso een stel kinderen die nergens meer terecht kunnen en daarom maar op straat belanden. Een deel van hen heeft nog een thuis waar ze ’s nachts mogen slapen op een vod dat als bed dienst doet, maar waar ze nauwelijks te eten krijgen en niet worden opgevoed. De rest woont in het park of in een portiek en is ouderloos. Tot een jaar of tien, elf gaat dat meestal goed maar daarna wordt het leven te wreed en de wereld te hard dus ontdekken ze de geneugten van het potje lijm.
Sinds een week werk ik met jongens en meisjes als hij. Zodra een gezin in een precaire situatie terechtkomt, zijn de kinderen onherroepelijk de dupe. Ze worden makkelijk het slachtoffer van mishandeling en soms van seksueel misbruik. Vaak worden ze verplicht om te bedelen voor hun ouders, als ze die al hebben. Een kind houdt dat niet lang vol. Omdat hulpverlening miniem is belandt het al gauw op een bankje in het park van de stad als het niet meer naar huis durft. In het park hangen ook kinderen rond die meer doorgewinterd zijn in het straatleven en zij leren de nieuwelingen al gauw waar je droog kunt slapen en in welke vuilnisbakken de lekkerste restjes liggen.
Van het voedingscentrum gaat het naar het weeshuis, waar 39 jongens en meisjes wonen. De jongste kinderen zijn soms doorstroom uit het voedingscentrum als de ouders ze daar nooit meer vandaan komen halen en zodoende zit zuster Terrecita, de moeder overste compleet met nonnenkap en van die dikke nylon steunkousen in de tropische hitte, regelmatig opgescheept met zesjarigen die nog niet hebben leren praten. Deze typisch uit een Engelse kostschoolfilm uit de jaren vijftig herrezen vrouw is streng maar gelukkig ook rechtvaardig en ze houdt ondanks zichzelf wel van kinderen zodat binnen luttele weken de eerste woorden eruit geperst worden, eerst goedschiks en als dat niet lukt net zo makkelijk kwaadschiks. Vandaar dat ik mijn Alfredootje maar vast wat leer pruttelen, dan heeft hij een comfortabel voorsprongetje voor hij in de heksenhanden van zuster Terrecita belandt!
Isaac stamt duidelijk af van een Afrikaanse negerslavenfamilie die hier 150 jaar geleden op de Cariben beland is en zich sindsdien vermengd heeft met indianenbloed, met als resultaat een donkerbruin kleurtje met strakke indianenharen en zeer bolle wangen met smaklippen.
Zo hebben we hier Army van acht wiens voortanden niet willen doorkomen, vermoedelijk vanwege melktekort. Hij kan ondanks zijn flinke leeftijd nog steeds niet praten en loopt met regelmaat gefrustreerd en wild gebarend rond om iets duidelijk te maken, wat natuurlijk niet lukt. Boos gaat hij dan op een wipje zitten om telkens dezelfde beweging te maken, op en neer, harder en harder, tot het onvermijdelijk mis gaat en hij zich een buil valt. Elke dag probeer ik het woordje ‘lima’ met hem te oefenen want dat vindt hij mooi maar het komt er nooit goed uit, tot hij rood van machteloosheid wegrent of mij hulpeloos huilend aanstaart, kwaad om mijn aanhoudendheid die hij ziet als wreedheid. Nou moe, als je Terrecita in je leven hebt ben ik toch echt een lieverdje hoor!
Twee weken geleden is het nu dat ik hier zonder enige ervaring in het diepe gegooid werd als vrijwilliger en inmiddels heb ik drie banen, ruim honderd zonen en dochters, en een schat aan ervaringen.
Wie een te kleine luier om heeft moet heel hard persen en als dat dan gelukt is bevrijdt zich een imposante stroom poep via dijen en onderrug. Wie een te grote luier heeft leidt een luchtiger bestaan en in dat geval kan eerdergenoemde poepstroom vrijelijk haar gang gaan over het gehele babylijfje. Saillant detail van deze beschrijving is dat vanwege de ernstige voedseltekorten en buikparasieten en in sommige gevallen tyfus waar al deze kinderen aan lijden zij zonder uitzondering de meest vreselijke vormen van diarree hebben. Geef ze een uur en het hele speellokaal zit onder, ik incluis, hoe ik ook mijn best doe om buiten schot te blijven.
Het voedingscentrum en het nieuwe bestuur konden het hierover niet eens worden en in plaats van toe te geven aan hun voorwaarden, zodat het geld bleef binnenstromen en we op korte termijn konden profiteren, heeft het centrum besloten het adoptieprogramma te verlaten en door te gaan met alle kinderen gelijk te behandelen, om ondertussen op zoek te gaan naar nieuwe inkomstenbronnen. Iedere keer opnieuw ben ik zo onder de indruk van Ana’s vermogen om elke situatie te accepteren zoals die is en trouw te blijven aan haar overtuigingen. Terwijl ik als beginnende nieuweling zo gefrustreerd ben over deze financiële aderlating, blijft Ana kalm en vertrouwt erop dat er een oplossing gevonden zal worden.
In Europa heb ik een handjevol flinke optrekjes mogen aanschouwen, maar die worden gereduceerd tot armzalige doorzonnetjes vergeleken met het kasteel waarin ik nu ben beland. Ik maak me al lang geen zorgen meer over dat tuinhuisje en inderdaad, het blijkt twee keer het formaat van mijn huisje in Val Thorens. Er is een badkamer met warm waterdouche, zeer zeldzaam hier, een heuse echte tuinhuisjesairco, een zithoek, en ik ben nog niet binnen of een charmante jongedame gaat mijn bed opmaken.
Tja, zo raakte ik hier dus pardoes verzeild in de rijkste sociale echelons die dit land kent en ga om met meer miljonairs dan ik in Europa ooit ontmoet heb. Een deel van de rijkerikken blijkt niet bepaald begaan met het lot van hun minder bedeelde landgenoten. Anderen echter nemen wel degelijk verantwoordelijkheid en helpen waar ze kunnen. Zo zijn er Jorge en Elizabeth Mealer, die op eigen houtje besloten om een project op te zetten dat straatkinderen een waardige toekomst biedt. Of wat te denken van Ana Tower, een Amerikaanse die hier enkele jaren geleden als bij toeval terecht kwam en die mij begeleidt bij mijn eerste stapjes in de warrige wereld van de vrijwilliger. Zij bestiert een weeshuis en een centrum voor ondervoede baby’s. Toen ik haar vroeg of ze hier lang zou blijven lichtte het vuur in haar ogen op: ‘Bas, op het moment dat ik voor het eerst deze stad binnenreed wist ik dat ik hier zou sterven, ik blijf hier tot het eind want ik hoor hier te zijn’.



